Home

Monday, 7 June 2010

De Heilige Drie-Eenheid

In Junie viert de Kerk het feest van de Heilige Drie-Eenheid, het grootste en mooiste mysterie van het Katholieke geloof. Maar hoewel dit het grootste en mooiste waarheid van het geloof is, is het ook het moeilijkste om te begrijpen. Het is een enorm onderwerp en er zijn veel theologiesche boeken over geschreven, die het echter vaak niet gemakkelijker maken om het te begrijpen.

Mijn bedoeling is om er een lichtje op te schijnen zodat de gewone mens er iets van kan begrijpen, zo ver dat mogelijk is.

Het geloof in de Triniteit absoluut fundamenteel was voor ons begrip van God. Triniteit zijn betekent dat God niet leeft als een enig en eenzaam persoon, maar als een communiteit, een gemeenschap, een relatie van personen in liefde.

Dat is natuurlijk ook de essentie van ons leven. Wij leven altijd in een gemeenschap. Wij woren geboren en leven in een gezin en als wij opgroeien trouwen wij en vormen wij ook weer een gezin. Overal leven wij in gemeenschappen, clubs, werkgroepen enz en als wij niemand hebben die ons lief heeft voelen wij ellendig en bedroefd. De zwaarste straf die iemand kan ondergaan is dan ook “solitary confinement” (eenzame opsluiting) en de moeilijkste Order in de Kerk zijn de Karthuizers die hun hele leven als kluisternaars leven. Maar zelfs zij leven in een gemeenschap, een gemeenschap van kluizenaren!

Toch schijnt dat de leer over de Heilige Drie-Eenheid mensen niet grijpt, waarschijnlijk omdat het een moeilijk onderwerp is, maar misschien ook omdat ze niet zien wat dat met hun dagelijks leven te maken heeft. In tegenstel is de leer over Christus en Maria altijd erg interessant omdat, hoewel Christus God was, Hij ook mens was en als mens wij Hem kunnen begrijpen. (Dat is natuurlijk een van de reden dat God mens werd).

Maar de Goddelijke Drie-Eenheid??? Een is drie en drie is een??? Wat praktiesch resultaat kunnen wij daarvan krijgen? Wat betekent dat voor ons? Waarom is het belangrijk?

Als wij Europeanen misschien een grote fout hebben in deze eeuw, is het dat wij te materialistiesch zijn, ook in onze Godsdienst. Wij willen aktie, niet contemplatie, gebouwen, ceremonies, niet stl inwendig gebed!

De Drie-Eenheid is een moeilijk onderwerp. De Kerk debateerde eeuwen voordat het precies kon zeggen wat het allemaal betekende, en vandaag noch hebben de Orthodoxe kerken een klein meningverschil met de Katholieken.

Mijn ideen komen van de leer van de Kerk en vooral van Paus Johannes Paulus boek over de Theologie van het Lichaam. Feedback is welkom.Uiteraard is alles wat ik zeg ondergeschikt aan de leer van de Kerk.

De Drie-Eenheid deelt met het innerlijk leven van God, het innigste liefde-leven van God, zoals Hij dat aan ons heeft geopenbaard en zover dat wij het met de leiding van de Kerk kunnen begrijpen.

Waarom is het innerlijk leven van God voor ons belangrijk? Wat verschil zou dat eigenlijk maken? Het schijnt zo ver van ons dagelijks leven te zijn. Zelfs priesters vinden het vaak heel moeilijk om dat uitteleggen.

Het antwoord is dat het belangrijk is omdat wij in Gods beeld en gelijknis geschapen zijn. Wij zijn dus godde-lijk. Beter kan het niet. Dat is het grootst mogelijke compliment voor de mens. Er is iets in ons dat godde-lijk is, iets dat dus buitengewoon mooi en ongrensbaar is. Dus, om goed te begrijpen wie wij echt zijn, is het belangrijk te weten wie en wat God echt is.

Dat betekent ook dat als wij naar God kijken, wij ons ideale voorbeeld zien. Wij moeten dus zijn zoals Hij is en wij moeten dus leven zoals Hij leeft en doen wat Hij doet. Hij is ons model. In Zijn leven is God oneindig gelukkig en als wij kunnen leven zoals Hij, zullen wij ook oneindig gelukkig zijn.

Alles, ons heel bestaan en leven, komt oorspronkelijk van de Heilige Drie-Eenheid en komt uiteindelijk daar op terug. Hij is de Alpha en Omega. Als wij het mysterie van Drie-Eenheid goed begrijpen, wordt het ook gemakkelijk de hele leer van de Kerk te begrijpen, ook de leer op gebieden die men gewoonlijk heel moeilijk vindt, zoals sexualiteit en de kwesties van abortus, contraceptie ,vrouwen priesters, homoseksualiteit, enz.

Eerst een paar “domme” vragen. Domme vragen zijn soms de beste vragen omdat men veronderstelt dat zij dom zijn omdat iedereen de antwoorden al weet. Maar het is een beetje zoals de vraag wat de tijd is. Iedereen zal dat weten, maar als men dan vraagt wat tijd eigenlijk is, dan begint het plotseling moeilijk te worden.

Waarom is God Vader, niet Moeder?
Waarom zijn er eigenlijk drie Goddelijke personen, niet twee of vier of meer?
Waarom is er een Zoon, niet een Dochter?
Waarom is er een Vader en Zoon, niet een Moeder en Dochter?
Waarom werd God mens als een man en niet als een vrouw?
Waarom werd de Zoon mens en niet de Vader of de Heilige Geest?
Waarom word God de Heilige Geest zo genoemd?
Waarom heeft God ons eigenlijk geschapen?

Ik hoop dat het allemaal duidelijk zal worden. Het is een moeilijk onderwerp, maar absoluut de moeite waard. Het is het grootste mysterie van het geloof, God zichzelf! Om met het uitleggen te beginnen zal ik eerst gaan naar Genesis gaan, waar in mythiese taal de oorsprong van de mensheid wordt verkondigt. Genesis leert ons dat de mens door God geschapen is en noemt het eerste echtpaar als Adam (van de aarde) en Eva (moeder van allen). Zij waren geschapen in het beeld en gelijknis van God, als man en vrouw, en leefden dus in volmakkte onschuldigheid en liefde j in een intieme verhouding met God Die intieme verhouding was de bron van hun geluk en dat is de mening van het “Aarts Paradijs”. Het paradijs was in hun hart.

Toen Adam en Eva zondigden, verloren zij hun speciale verhouding met God en was hun geest verduisterd. Door dat verlies van oorspronkelijke onschuld, verloor het hele menselijke ras hun intieme verhouding met God en leefde in een toestand van die wij erfzonde noemen. De erfzonde is een moeilijk begrip die ik hier niet verder zal uitleggen, maar later in een nieuwe bijdrage. Als een resultaat van de erfzonde verliet de mensheid de nabijheid van God en als een resultaat verloor het heel spoedig het begrip van de ene God. Het is alsof een mens een warme kamer verlaat in een koude winter. Heel vlug verliest hij de warmte van de kamer en na een tijdje is hij zo koud dat de warmte maar een vage herinnering is. De kennis van de ware God verviel heel vlug en in plaats daarvan was er maar een vage herinnering van een opperwezen, die de mens begon te verbeelden in zijn eigen evenbeeld en gelijknis, dus een totale verdraaing van de waarheid. In plaats van de ene God begon de mensheid in een hele gemeenschap van natuurgoden te geloven, beiden mannelijk en vrouwlijk en hadden zij erg materialistiesche en primitieve ideen over Goden.

Ooit gevraagd waarom de mensheid zo lang moest wachten voor dat Christus kwam? Omdat de mensheid eerst voorbereid moest worden voor de volle openbaring. Net zoals een klein kind niet klaar is op wiskunde te leren, zo moest de mensheid langzaam opgroeien en voorbereid worden, tot de “volheid der tijd”, voordat het de openbaring van Christus kon ontvangen.

Voor ons is het vanzelfsprekend is dat er maar een God is, maar dat was niet het geval voor het komen van Christianiteit. De reden voor dat is dat de mens het moeilijk vindt een God voor te stellen die helemaal alleen is.

Zo'n wezen is on-menselijk omdat mensen iemand moeten lief hebben om het leven mening te geven. Een God op zijn eentje was onbegrijpelijk en on-menselijk. Erg logiesch eigenlijk. Ook het Joodse volk vond het daarom voor een lange tijd bijna onmogelijk om in een God te geloven en viel de hele tijd terug in afgoderij.

Abraham was door God geroepen om de ware God te vereren, maar voor een lange tijd had het Joodse volk maar een tamelijk primitief idee over God. Hij was meestal gezien als een stam of oorlogs God. Alleen het Joodse volk had het geloof in de ene God en dat was omdat het een speciale roeping had van God, een roeping om het licht van de mensheid te worden.

Over een lange tijds periode onderging het Joodse geloof een verdieping en verbreiding. Bij de tijd van Christus geboorte hadden zij een zeer ontwikkeld en geestelijk idee van het Goddelijk wezen.

In het Oude Testament hadden de Joden voorstrekt geen idee dat God een Drie-Eenheid was en de hele geschiedenis van het Joodse volk was dat zij moesten leren dat er maar een God is. Dit is het hart van Judaisme, de Shema:

Sh'ma Yisrael Adonai Elohaynu Adonai Echad.
Hoor, Israel, de Heer is onze God, de Heer is een.

Maar God als een een-zaam wezen was moeilijk te begrijpen. Zo’n God was iemand die men alleen maar van verre kon bewonderen en aanbidden, een “vreselijke” God, met wien de gewone mens geen intieme relatie kon hebben, zeker niet als Abba, Vadertje. De Joden hadden daarom een geweldig eerbied en ontzag voor God, wiens naam maar een keer per jaar uitgesproken mocht worden door de Hoog Priester.

Daarom was Christus zo geheimzinnig over wie Hij was. Als Hij meteen had gezegd dat Hij God was, hadden de disciepelen zich plat op de grond gegooid uit eerbied en angst en hadden ze nooit meer opgestaan.

Dus liet Hij hun maar heel langzaam tot de beseffing komen dat Hij een heel speciaal persoon was. De hele tijd was hun vraag, “Wie is die man?”, “Hij laat lammen weer lopen, drijft uit duivels, de wind en de golven gehoorzamen hem”.

Uiteindelijk kreeg Petrus de genade van de Vader te weten wie Jezus was “ Gij bent de Zoon of God”.

Wat betekent dat?

Om het heel beknopt uitteleggen, betekent het dat er maar een God is, maar dat in de Goddelijke natuur (wat Hij is) er Drie Personen zijn. Een mooie definitie, maar moeilijk te begrijpen.

De Kerk heeft er ongeveer 10 eeuwen over nagedacht, voordat zij het tamelijk klaar had. Dat process begon al met de Apostelen.

Johannes: In het begin was het Woord, en het woord was bij God, en het Woord was God. Het was in het begin bij God. (Joh 1,1)

Paulus: Hij is de afstraling van Gods heerlijkheid en het evenbeeld van zijn wezen, (Hebrews 1,3)

Dus Johannes noemt Jezus, de Zoon van God, het Woord (uitdrukking) van God de Vader, die zelf ook God is. Paulus heeft het zelfde idee, maar noemt het afstraling en het evenbeeld (dus ook God). De Zoon is daarom begrepen als de uitdrukking (Woord) en weerspiegeling (evenbeeld) van God in de Goddelijke natuur.

De Kerk legt het zo uit: God is het eeuwige Intellect, die zich zelf Jahweh noemt, (Ik ben wie ik ben), het Eeuwig “Zijn”. Hij kent (beschouwd) zichzelf totaal, in één Gedachte/Idee (Wijsheid, Woord, Uitstraling).

Die Gedachte/Idee/Woord is een compleet evenbeeld van zijn wezen, dus ook voledig God en ook een Goddelijk persoon.

Het eeuwige Intellect, de Eerste Persoon, De Denker, brengt voort zijn Gedachte, de Tweede Persoon. De Eerste Persoon is daarom de Vader van zijn Gedachte. De Gedachte wordt Zoon genoemd, omdat Hij uit de Vader voortkomt en zijn perfect evembeeld is.

Nu hebben wij de Goddelijke personen een menselijke beschrijving gegeven, met woorden die een geslachtige mening hebben. Dat is een probleem, want God is een geest en heeft geen geslacht. Maar betere woorden hebben wij niet en in ieder geval werden deze woorden ook door Jezus gebruikt.

Men kan de Eerste Persoon ook beschrijven als het “mannelijke” princiep, want het leven komt voort van Hem.

Wijsheid (Hochmah, vrouwelijk-Zijn gedachte,) is ook beschreven als consort, de “echtgenoot” van God : “Zij (!) is een ademtocht van Gods kracht, pure uitstraling van de heerlijkheid van de Almachtige.” (Wijsheid 7,25) Dus kan men de tweede persoon als het “vrouwlijke” (ontvangelijke) princiep in de Drie-Eenheid beschrijven, want Zijn leven is ontvangen van de Eerste Persoon.

De Derde Persoon is de “liefdebond” van de twee personen, de verbinding tussen de Denker en zijn Gedachte. De omarming van de twee personen brengt voort de Derde Persoon, als het waar het liefdeskind, de zucht en vrucht van liefde.

Dat is het innigste leven van God en zoals Genesis zegt, wij zijn in dat beeld geschapen, als man en vrouw.

Wat betekent dat?

Denk er aan als een beeld in een spiegel. Als ik in een spiegel kijk, dan zie ik een beeld van mij zelf. Mijn beeld heeft een echt bestaan, maar een veel minder bestaan dan ik. Als ik weg ga, verdwijnt het beeld. Het beeld is helemaal aan mij afhankelijk voor het bestaan.

God de Zoon is een weerspiegeling van de Eerste Persoon in de Goddelijke natuur, het God-zijn. Op de zelfde manier is God ook weerspiegeld in de spiegel van de menselijke natuur, het niet-zijn. Door Zijn wil, wordt het niet-zijn een spiegel en ziet God zijn eigen beeld. Dat beeld heeft een echt bestaan, net zoals ons eigen beeld in een speigel, maar het heeft een veel minder bestaan, dat voor zijn bestaan totaal afhankelijk is aan de schouwer. Zou Hij weg gaan, (niet langer bestaan), dan bestaat het beeld ook niet meer.

Wij zijn helemaal afhankelijk aan Zijn bestaan. Zijn bestaan is HET bestaan, het volle leven. Ons bestaan is het afhankelijk bestaan, het niets-dat-bestaat.

Eventjes terzijde: For God to be, is to think of me. Voor God te zijn, is te denken aan mijn. Gods hele leven is in een zin om aan ons te denken! God is dus met ons altijd. Dat is Zijn Wezen. Het met-ons-zijn.

Maar hoe is de mens geschapen in zijn beeld en gelijknis?

God is een geestelijk wezen en in die geest zijn drie Personen. De drie Personen zijn allen voledig God en vormen een Wezen, maar verschillen in hun verhouding. De Vader geeft, de Zoon ontvangt en zij omarmen elkaar in de Persoonificatie van Hun liefde, de Heilge Geest.

De mens is een geestelijk en lichaamelijk wezen. De mens is een weerspiegeling van God en heeft daarom ook een geestelijke weerspiegeling van de drie personen, namelijk herinnering (bewustzijn, Vader), verstand (zelf beschouwing, Zoon) en wil (liefde, Heilige Geest). Een mini drie-eenheid!

Dus is God weerspiegeld in de menselijke geest als een drie-eenheid. Maar omdat wij uit niets bestaan, hebben wij geen leven van ons zelf en zijn wij daarom geen drie personen, maar drie facetten, die van zichzelf leeg zijn, geen leven hebben. Van ons zelf hebben wij geen leven, zijn wij duisternis.

Die leegheid moet gevuld worden door Gods eigen leven, Zijn Heilige Drie-Eenheid. Oorsprokelijk hadden Adam en Eva dat gekregen, maar zij verloren het door de erfzonde.

Dat Goddelijk leven kunnen wij ontvangen in de herinnering, waar wij God kunnen beschouwen, in het verstand waarmee wij Hem leren kennen en in de wil waarmee wij Hem kunnen liefhebben. Wij zijn vrij God te ontvangen of Hem te verstoten.

Wij ontvangen Hem door de doop, waarin de Heilige Drie-Eenheid in ons komt te leven. Zo lang de spiegel van de ziel vlak is, weerspiegelen wij God en hebben wij zijn leven. Maar als die spiegel wordt gebogen (als wij door trots boven onze niets-zijn opstaan, zonde), dan wordt Gods beeld beeld vertwist en verdwijnt het vaak helemaal.

Maar de mens is niet een pure geest maar is ook lichaamelijk. Dus weerspiegelt het lichaam God ook, zoals de Heilige Schrift zegt: Wij zijn in Zijn beeld geschapen, als man en vrouw. Maar hoe is de Triniteit weergespiegelt in het lichaam, als man en vrouw ???

De Kerk heeft daar nooit veel over gezegd, omdat daar vroeger de nood daar voor niet was, maar Paus Johannes Paulus in zijn Theologie van het Lichaam heeft er veel over geschreven.

Johannes Paulus heeft gezegd, "[het lichaam] was geschapen om duidelijk te maken in de zichtbare realiteit van de wereld, het ontzichtbare mysterie verborgen in God door de eeuwen, en dus daar een teken van te zijn." (General Audience 2/20/80). Dus, het lichaam openbaart het mysterie van God!.

Maar wat is er in het lichaam dat wij het zo kunnen begrijpen?

Het antwoord is de seksualiteit van het lichaam, dat elkaar vervuld en een maakt als man en vrouw.

Je kan het zo zien:

De Wijsheid van God (Zijn gedachte, de Zoon) is ook beschreven als consort, de “echtgenoot” van God : “Zij (vrouwelijk!) is een ademtocht van Gods kracht, pure uitstraling van de heerlijkheid van de Almachtige.” (Wijsheid 7,25) Dus kan men de tweede persoon als het “vrouwlijke” (ontvangelijke) princiepe in de Drie-Eenheid beschrijven, want Hij het leven is ontvangen bij Hem. Zij komt voort uit Hem.

In het schepping verhaal komt het lichaam van Eva uit dat van Adam. Hij heeft haar “voortgebracht”. Dat verhaal moet men figuurlijk en geestelijk verstaan, niet letterlijk. Adam heeft echt niet een rib verloren, maar figuurlijk wel zijn hart! Maar In een zekere zin kwam Eva echt van Adam, en dat is de betekenis van het rib verhaal. God liet Adam in een diepe slaap vallen en toen hij wakker werd, zag hij Eva.

Nu kan je zo’n beetje zien, dat Adam de eerste Goddelijk persoon weerspiegelde als Gever, Eva de tweede.als Ontvanger en hun kinderen de derde als Gezamelijke gave. Tesamen waren zij de weerspiegeling van de Heilige Drie-Eenheid.

Niet zo vlug zal je zeggen, mijn vrouw komt niet lichaamelijk van mij uit! Dat is natuurlijk waar en wat dat betreft letterlijk begrepen Eva ook niet van Adam!

Het verschil tussen en man en zijn echtgenoot en andere vrouwen is dat er een speciale verhouding van totale liefde bestaat met zijn vrouw. Het huwelijk is eerst een geestelijke gemeenschap en van dat volgt de lichaamelijke gemeenschap. Dus door liefde worden zij twee personen in een geest en een lichaam (een vlees). Gewoon een vleselijke vereniging zonder liefde maakt geen echtpaar. Het is de liefde die een vleselijke vereniging een huwelijk maakt!

Je kan zeggen dat een man door het leven gaat met een droom: de ideale vrouw, zijn vrouw. Op een bepaalde dag ontmoet hij die vrouw (hij wordt wakker). Hij geeft zichzelf voledig, emotioneel, geestelijk en lichaamelijk aan deze vrouw, die hem aanneemt en zo doende zich zelf ook geeft.

Nu hebben wij een nieuwe realiteit. Door zijn gave van liefde is de man is nu een nieuw mens, een nieuwe realiteit, een man in liefde, een man in verhouding, die zichzelf ziet en geeft in zijn vrouw. Door zijn liefde is er ook een nieuw persoon voortgebracht, de vrouw die zijn leven aanvaardt en hem ontvangt. Zij is ook een nieuw mens, een nieuwe realiteit, een vrouw in liefde, een vrouw in verhouding, die zichzelf helemaal begrijpt en geeft in haar man, en die man de gever maakt.

Dus de gave van de eerste persoon van zich zelf, bringt voort een tweede persoon uit zich zelf en tesamen bringt hun liefde een derde persoon. (kind).

Dus in een huwelijk, de man (eerste persoon, gever, vader), door zijn liefde bringt voort zijn vrouw (de tweede persoon, ontvanger, zoon) en tezamen, door de wederzijdige liefde bringen zij voort het kind ( de derde persoon, gezamelijke gave, de Geest (essentie) van hun liefde.

Het lichaam volgt de geest en de man geeft zich zelf seksueeel aan zijn vrouw, die hem ontvangt en van die gezamelijke omarming komt de derde persoon voort, hun liefde in persoon, “love personified”.

Net als God één “Zijn” is in drie Personen, zo is de mens één wezen in drie facetten en één wezen (een vlees, lichaam) in drie “personen”.

Van dat volgt ons hele leven, in het beeld van de Drie-Eenheid, ons voorbeeld.

Sommige conclusies:

De absolute eenheid van het mensheid, dat net als God één wezen (lichaam) is, in drie personen.

Net zoals de personen in de Drie-Eenheid gelijk maar verschillend in verhouding zijn, zo zijn man en vrouw absoluut gelijk maar verschillend.

Gods eeuwig plan is ons in de moost intieme gemeenschap te brengen met Hem zelf, een gemeenschap waarvan het menselijk huwelijk maar een bleeke weerspiegeling is.

Seksuele relaties tussen man en vrouw weerspiegelen de liefdevolle verhouding, het een zijn, tussen de Vader en de Zoon en zijn daarom uiterst heilig. De gemeenschap tussen man en vrouw in het huwlijk en de seks akt is de weerspiegeling van de eeuwige omarming van de Vader en de Zoon.

Nu klinkt het mischien schandalig om de gemeenschap tussen man en vrouw te vergelijken met de omarming van de Vader en de Zoon.

Maar dat is alleen omdat wij zondaars zijn en onze gedachten over seksualiteit door zonde beroert zijn. De menselijke natuur is door God geschapen in Zijn eigen beeld en gelijknis en deelt daarom is Zijn heerlijkheid. Liefde is het doel van de schepping en God is liefde, het eeuwige bestaan en liefhebben in de Heilige Geest.

De Paus (Johannes Paulus) zegt het zo: "de mens werd het beeld en gelijknis van God, niet alleen door zijn eigen menselijkheid, maar ook door de gemeenschap van personen die de man en vrouw vormden van het begin. “(General Audience 11/14/79).

Menselijke seksualiteit is daarom uiterst heilig en de huwelijks aktie tussen man en vrouw geeft God grote glorie. Zonden tegen het huwelijk hebben daarom ook het karakter van heiligschennis.

Net als de Heilige Drie-Eenheid altijd één is, zo is een huwelijk ontbreekbaar.

Net zoals de relatie tussen de Vader en de Zoon altijd de Heilige Geest voorbrengt, moeten seksuele relaties tussen man en vrouw altijd open zijn tot nieuw leven. Contraceptie gaat daarom helemaal tegen de menselijke en Goddelijke natuur in en is daarom altijd een ernstige zonde.

Zonde kwam de wereld binnen door Eva, die naar de kwade geest luisterde en daarin toestemde. Waarom verleide de duivel Eva? Niet omdat zij zwakker of dommer was dan Adam. Integendeel. Zij was geschapen in het beeld van de tweede persoon, Gods Wijsheid en het was daarom haar begrip van God dat de duivel moest aanvallen.

Maar in haar geval was de zonde maar een persoonlijke zonde. De erfzonde was de zonde van de man, het beeld van de Vader, die daarom het Goddelijk leven verloor en het dus niet aan ons kon geven.

Eva was wel de oorzaak van Adams zonde, en deelde daarom ook in zijn schuld, maar het was Adams zonde die de breuk tussen God en de mens veroorzaakte. Hij was als het waar de brug (pontifex) tussen God en de mensheid. Door de zonde van de man was die verhouding gebroken en om die verhouding weer te overbruggen moest er een nieuwe brug, een nieuwe pontifex (priester) komen. God moest daarom mens worden als man, niet vrouw, zodat de zonde van de man, gedaan met help van de vrouw hersteld kon worden.

Daarom kunnen alleen mannen priesters worden, omdat het kruisoffer het offer is van de nieuwe man, de nieuwe Adam, de nieuwe pontifex en de nieuwe Vader van de mensheid.

Maar als de hele mensheid verlost moest worden, dan zou ook de vrouw haar rol moeten spelen, omdat Eva de oorzaak was van Adams zonde. Herstel moest daarom ook komen door de vrouw. Door haar verlangen luisterde Maria naar de Heilige Geest en werd zij de oorzaak van de verlossing die Christus bracht.

Net zoals wij ons lichaamelijk leven ontvangen van de vader door de moeder, zo komt het Goddelijk leven van uit Jesus, de nieuwe Adam, door Maria, de nieuwe Eva, Zijn mystieke echtgenoot. Zij is daarom echt (letterlijk) onze moeder, veel meer “echt” dan onze aardse moeders die maar moeders zijn van ons aardse leven. Zij is moeder van ons bovennatuurlijk leven, en dat veel meer “echt” is dan het aardse leven.

Door de doop sterft de oude mens en worden wij geboren (ingelijfd) in het mystieke lichaam van Jesus, dat met Maria één lichaam is. Dus zijn er weer drie-in- één, Jesus, Maria en ons, en is de Goddelijk weerspiegeling hergestelt.

In de mystiek zijn wij ontvangen en leven en groeien wij in de schoot van Maria, de heilige Moeder, de Kerk, de Bruid van Christus. In onze dood worden wij van haar geboren tot het eeuwig leven geboren.

Met Jesus is de mensheid één Zoon en vormen wij dus deel van de Goddelijke Drie-Eenheid, niet door onze natuur, maar door onze “adoptie” in de Heilige Drie-Eenheid.. Wij ervaren God dan als Zoon en hebben Hem lief in de Heilige Geest. Wij zijn dus God door adoptie, door deelnemening en leven hetzelfde Goddelijk leven in de oneindige vrijheid van liefde en geluk

God werd dus mens zodat mens God kon worden! O ongelooflijke liefde! O admirabile commercium!

God en menselijke taal.

Als men over God wil praten heb je meteen een probleem, want niemand heeft Hem ooit gezien. Maar zelfs als je Hem had gezien zou je het toch niet kunnen beschrijven omdat zijn realiteit boven onze ervaring en boven ons verstand gaat. Maar Jezus heeft Hem geopenbaart door zijn leven en getuignis. Hij heeft dat gedaan door Zijn leven en Zijn leer. In Hem kunnen wij God zien op een menselijke manier. Zo zou God zijn als Hij een mens was! Maar God, als een Goddelijk wezen is onbegrijpbaar omdat wij Hem niet kunnnen voorstellen, op de zelfde manier dat een blinde man niet kan voorstellen wat een kleur is. Daarom gebruikte Jezus parabels om ons de Goddelijke openbaring te verklaren.

Een parabel is een vergelijking, een analogie. Dus als ik aan een blinde man uit zou willen leggen wat een kleur was dan zou ik bv kunnen zeggen dat het zo iets als warmte was, vergeleken met koude. Dus rood zou heet zijn, blauw zou warm zijn en groen zou koel zijn. Nu kan de blinde man begrijpen dat rood een ervaring is die erg sterk is en groen een ervaring die veel minder sterk is. Hij heeft dan wel een beetje begrip, maar wat hij weet is eigenlijk totaal anders dan de werkelijkheid die hij niet kan ervaren.

Menselijke taal is vaak symboliesch. Als ik jou vraag wat de tijd is weet je het wel, maar als ik jouw vraag wat tijd eigenlijk is, dan zal je het ontzettend moeilijk vinden omdat te verklaren. Vraag Einstein maar.

Vanmorgen kwam de zon op, niet? Nee, helemaal niet! De zon komt niet op en gaat ook niet weg, want de wereld gaat rondom de zon. Dat weten wij allemaal, maar voor ons, in de menselijke realiteit, komt de zon op. Dat is onze ervaring en onze taal komt van onze ervaring. Taal is daarom vaak gebrekkig en subjectief.

Darom gebruikte de heilige mensen die het scheppings verhaal wouden vertellen, een taal die mensen konden begrijpen, aangepast aan hun ervaring van een landelijk leven. Om het oorspronkelijk geluk van de eerste mens te beschrijven, werd hij dus geplaatst in een aarts paradijs, een tuin met rivieren en veel vruchten en dieren, waar alles gemakkelijk en mooi was. Om de innige band van liefde met God te beschrijven werd hij gezien als wandeldend in de koele namiddag. Dat was allemaal figuurlijk, een taal die mensen konden begrijpen.

Op dezelfde manier zijn woorden zoals Vader, Zoon, hemel enz gebrekkige en symboliesche woorden. Alle woorden die wij gebruiken om God te beschrijven vallen te kort omdat zij God beperken, maar dat betekent toch niet dat zij niet waar zijn. BV als ik aan iemand een geweldig mooie zonsopgang zou beschrijven, zou ik het onmogelijk vinden om mijn ervaring precies in woorden te verbeelden. Woorden vallen te kort. Misschien als ik een dichter was zou het beter gaan, maar zelfs dan zou het te kort vallen.

Op dezelfde manier kunnen wij de eerste persoon Vader noemen omdat het een waarheid uitdrukt op een betere manier dan elk ander woord. Maar God is veel meer dan wat ons woord vader kan beschrijven. Het is niet dat Hij geen vader is, maar dat Hij onmoemelijk veel meer is dan wat wij met het woord “vader” kunnen begrijpen. Een van de problemen van dit woord is dat het God een mannelijke beschrijving geeft, hoewel God een geest is en geen geslacht heeft. Maar het is het beste woord dat wij hebben. In ieder geval is dit het woord dat Jezus gebruikte, dus is het zeker wel het beste en ongetwijfeld waar. God de vader is niet “mannelijk” in de zin waarin wij dit normaal zouden begrijpen. Het zou meer nauwkeurig zijn te zeggen dat de man “eerste-persoonlijk” is.

Waarom is de Tweede Persoon Zoon genoemd en niet dochter of vrouw? Niet dochter, omdat Hij het volmaakte evenbeeld is van God de Vader en het woord zoon daarom dichter is dan dochter. Niet vrouw of echtgenoot, omdat hij uit de Vader voortkomt en Zoon daarom het beste woord is. Toch zegt de Heilige Schrift dat “Zij (Wijsheid) is een consort (eegade) van de Almachtige”, dus vrouwlijk. Hoe kan je zeggen dat Hij Zoon is maar ook echtgenoot?

Het woord vrouw, drukt de waarheid van het voortkomen echter helemaal niet uit en is daarom zeker slechter dan Zoon. Het is beter te zeggen dat een vrouw tweede-persoonlijk is dan de tweede persoon vrouwlijk is! Wij zijn in Gods beeld geschapen, niet andersom.

Waarom noemen wij de Derde Persoon de Heilige Geest, als Hij eigenlijk het “kind” is? Waarom is die naam zo anders van vader en zoon?

God is liefde en de Vader bringt de Zoon voort in liefde. De Zoon ontvangt Hem in liefde en het samen mengen van hun liefde is de derde persoon, de Geest van liefde, in andere woorden, de Heilige Geest. Daarom wordt Hij ook genoemd de Drievuldige Geest van Liefde.

Het woord geest of spirit, betekent het innigste, de essentie, de bezieling van een persoon. God is een geest en de innigste opsomming van God is liefde, heiligheid.. De beschrijving “Heilige Geest” is daarom veel beter dan kind, dat die werkelijkheid helemaal niet beschrijft.

Waarom noemen wij God Hij en niet Zij? Omdat wij door God geschapen (voortgebracht) zijn. Zijn Zoon is Zijn Woord in de Goddelijke natuur, en de mensheid is Zijn uitdrukking in de menselijke natuur. Daarom noemen wij Hem Vader en dus Hij. De mens ontvangt alles van God, net als de Zoon, de tweede persoon. Net als de tweede persoon als het vrouwlijk (ontvangelijk) princiep wordt beschouwd, zijn wij daarom als vrouwlijk beschouwd in onze verhouding met God. Daarom noemen wij de Kerk ook als zij. (Heilige Moeder de Kerk), want de Kerk is de Bruid van Christus.

De Drie-Eenheid is het grootste mysterie van het geloof. Het betekent dat, terwijl er maar één God is, dat er in Hem drie personen zijn, die Jezus de Vader, Zoon en Heilige Geest noemen. Dus God de Vader is niet dezelfde Persoon als de Zoon of de Heilige Geest. Het zijn drie verschillende personen. Maar toch is er maar één God en is iedere persoon de ene God. Maar wat betekent dat?

Moeilijk te begrijpen. Maar denk aan dit: Jezus was God en mens. Dus had Hij een Goddelijke natuur en een menselijke natuur. Als mensen hebben wij maar één natuur. Maar als je naar Jezus kijkt, dan kan je zien dat het mogelijk is een wezen te zijn, maar twee naturen te hebben. Twee naturen in een wezen.

Met de Drie-Eenheid heb je drie personen in één wezen, en dat is een veel moeilijker begrip. De beste manier dat ik het kan uitleggen (heel beknopt en zeer gebrekkig) is zo:

God is de eeuwige Denker. Hij is de volheid van bestaan en daarom een Persoon. Hij heeft maar één Gedachte en dat is zijn zelfbeschouwing en dus een volmaakt evenbeeld van zichzelf en dus ook een Persoon. Omdat de gedachte uit de Denker komt is het Zoon, Woord of Evenbeeld genoemd.

De Denker (Vader) is in Zijn Gedachte (Zoon), en de gedachte is in de Denker (Vader). Uit de Denker komt voort de liefde voor zijn Gedachte, en uit de Gedachte de liefde voor de Denker. Die liefde wordt de Heilige (liefdevolle) Geest genoemd.

Dus is de Vader in de Zoon en de Zoon in de Vader, in de liefdevolle omarming van de Heilige Geest. Dus heb je een wezen in drie personen, de Heilige Drie-Eenheid.

De mens is in Gods beeld geschapen, dus ook als een drie-eenheid. Wij hebben bewustzijn, intelligentie en wil. Net zoals de Vader zijn wij een persoon, maar een veel minder persoon, een weerspiegeling van de Drie-Eenheid, uit niets geschapen. Gods zelfbeschouwing brengt een andere Persoon voort. Maar onze zelfbeschouwing (gedachte) bringt alleen maar voort wat wij zijn: niets.

God heeft het bestaan van binnen, van zichzelf, van zijn eigen natuur, een totaal onafhankelijk bestaan. Hij is in zichzelf de bron van het bestaan. Ons bestaan komt van buiten, van God en is daarom totaal afhankelijk aan Hem.

Als een kind geboren zou worden zonder gezicht, gehoor, gevoel, smaak en reuk, zou het zijn eigen bestaan niet weten en zou het nooit tot vol mens kunnen groeien. Wij kunnen alleen weten dat wij bestaan omdat onze zinnen ons vertellen dat er een wereld buiten ons zelf is. Ons bestaan komt in een zekere zin dus van buiten, niet van ons zelf.

Ons bestaan is daarom maar een relatief bestaan. In een zekere zin kan je zeggen dat wij alleen maar bestaan omdat wij bij een groep behoren, vader en moeder, gezin, familie, stam, volk, mensheid, kerk, club, werk, gemeenschap enz. Wij bestaan eigenlijk in andere personen. Wij hebben andere personen nodig om te ervaren dat wij bestaan. Zij moeten ons ontvangen. Zonder andere personen zou ons leven helemaal geen mening hebben en zouden wij totaal eenzaam zijn. Wij zouden eigenlijk niet bestaan.

Wij in Gods gelijknis gemaakt, en kunnen daarom alleen maar mening vinden in andere personen, net als God. In God zijn al de Personen in zichzelf. De Denker is in zijn Gedachte en de Gedachte (Zoon) is in de Denker(Vader). Maar in ons zijn die personen zijn buiten ons eigen zelf.

“U moet mij geloven waneer ik zeg dat ik in de Vader ben en dat de Vader in mij is” (Johannes 14, 11)

Maar de mens heeft niets in zichzelf en kan daarom alleen maar mening vinden door in God te leven en door God in hem te laten leven.

Je kan het best weer vergelijken met een spiegel. God heeft ons als een spiegel geschapen. Een spiegel bestaat, maar een spiegel heeft alleen mening als het iets kan weerspiegelen. (Als er iets in de spiegel is) Op dezelfde manier hebben wij een echt bestaan, maar een meningloos bestaan als wij niet iets weerspiegelen. Dus hebben wij (heeft ons leven) alleen maar mening als wij God weerspiegelen, in andere woorden, als God in ons is.

Alles is in Gods beeld gemaakt en weerspiegelt de Drie-Eenheid, bijvoorbeeld:

God - Vader Zoon Heilige Geest
- Schepper Verlosser Heilig maker
- Zijn Weten Doen
- Wie Wat Waarom

Mens - Christus Maria Gelovigen
Man Vrouw Kind
Herinnering Verstand Wil
Hoop Geloof Liefde


Schepping - Engelen Mens Materie
Universe - Materie Tijd Ruimte
Tijd - Verleden Nu Toekomst
Ruimte - Hoogte Breede Diepte
Materie - Solide Vloeistof Gas
Philosofie - Thesis Antithesis Synthesis
Natuur - E M C2

Maar waarom heeft God ons eigenlijk geschapen? Hij had ons echt niet nodig, omdat Zijn bestaan voledig is in zichzelf, in de eenheid van de Drie-Eenheid, een totale eenheid van macht, kennis en liefde.

In het eeuwige zelf beschouwen brengtt de Vader zijn gedachte (Zoon) voort in zijn eigen natuur, maar die gedachte (zoon) is de voledige opsomming van al kennis en houdt daarom ook in alle mogelijke schepsels buiten Zijn eigen natuur. De schepping is daarom zijn buitenatuurlijke zoon en alles in de schepping van de hoogste engel tot het kleinste korreltje zand is de weerspiegeling van God, in zo ver als het niets-zijn het oneindige kan weerspiegelen.

Maar omdat de schepping maar een weerspiegeling is buiten Gods natuur, heeft de schepping maar een afhankelijk bestaan en heeft het alleen maar mening als het God weerspiegelt. God heeft de schepping daarom gemaakt zodat zij Hem (het hoogste Goed) kan weerspiegelen. Weerspiegelen betekent dat God in de spiegel is, op dezelfde manier dat de grote zon in een klein spegeltje kan zijn.

Dus, ofschoon een spiegel maar een beetje stof is, heeft het het potentieel de zon te ontvangen en bij wijzen van spreken, deel van de grote zon te zijn. De spiegel neemt dan de natuur van de zon aan en ziet er zelf uit als de zon.

Het doel van de schepping is daarom dat God zichzelf zou uitdrukken als Zoon, niet alleen in Zijn eigen natuur, maar ook buiten zijn eigen natuur. Het niets-zijn kreeg daarom de mogelijkheid de Vader te ontvangen en dus Zoon te worden. De bedoeling van de schepping is daarom de vereninging met de Zoon.

Engelen en de mens waren geschapen als volmaakte spiegels en hadden daarom met de aanwezigheid van God in hun geest (heiligmakende genade). Zonder heilgmakende genade hebben geesten (engelen en mensen) alleen maar hun eigen natuur en zijn zij als spiegels zonder een beeld, en heeft hun bestaan geen mening en zijn zij dood.

Zonder heiligmakende genade hebben wij alleen maar onze eigen natuur, en dat betekent dat God de mens alleen maar lief kan hebben als een minder wezen, zoals wij bijvoorbeeld een kat lief hebben, niet als een gelijkwaardig wezen. Maar omdat Hij ons oneindig lief heeft, wil Hij ons laten deelnemen in Zijn eigen natuur, het Goddelijk leven, zo dat Hij ons kan lief hebben als een gelijkwaardig wezen. Je kan het vergelijken met adoptie, waardoor men een vreemd kind aanneemt als je eigen kind zodat het je eigen leven kan delen.

Dus geeft Hij de mens de mogelijkheid in het God-zijn deel te nemen, door de heiligmakende genade te ontvangen, waardoor de Heilige Drie-Eenheid in die mens komt te leven als het levensbeginsel. Je kan het vergelijken als electriciteit in een lamp. In zichzelf kan een lamp niets doen, is het dood. Maar het heeft het potentieel om te ‘leven”, door de electriesche stroom aan te nemen. De lamp zelf kan niets doen om licht en warmte te geven, maar het kan toe laten dat de stroom het in leven brengt. Dat was de houding van Onze Lieve Vrouw, die met haar “Fiat mihi voluntas tuas” (laat Uw wil aan mij geschiede) zich overgaf aan de stroom van Gods liefde. Omdat zij onbevlekt ontvangen was, kon zij zich totaal aan Gods liefde geven en vond Zijn liefde geen enkele tegenstand in Maria. Zij is daarom ook “vervuld van genade”. dwz totaal van Gods liefde doortrokken.

Wij hebben dus te keuze om God toe te laten in ons leven. Zo eenvoudig is het! Als wij net als Maria altijd "Fiat voluntas tuas" zeggen, dan zal God ons ongetwijfeld tot volledige eenheid met Hem brengen.

Hoewel God de mens het bovennatuurlijk leven geeft, kan je ook zeggen dat in een zekere zin de mens het leven aan God geeft, door Hem in zijn ziel te ontvangen. In een zekere zin wordt de mens moeder van God. Johannes Tauler heeft hier het een en ander over geschreven. Men kan dan ook begrijpen waarom de mens een fantastiesche waarde heeft en waarom God hem zo veel lief heeft. Hij kan God leven geven (in zijn ziel)!

No comments: