Home

Monday, 7 June 2010

Erfzonde

Een staat van zonde,waar het sacrament van het doopsel dan de zonde doet verdwijnen,en men is kind van God, de genadestaat. Maar de sporen blijven??

De erfzonde en de gevolgens daar van vinden vele mensen moeilijk te begrijpen, maar omdat het doopsel zo fundamenteel belangrijk is voor het Christelijke geloof, is het de moeite waard er verder over te denken.

Adam en Eva waren geboren zonder zonde en met heiligmakende genade, Gods leven in hun ziel, zo dat zij een diep begrip en eenheid met God hadden, in de bijbel uitgedrukt door te zeggen dat zij God hoorden wandelen in de namiddag. Dat een zijn met God in hun ziel, was het echte aarts paradijs. Door die eenheid hadden zij een totale controle over hun eigen natuur en hadden zij geen last van zondige gevoelens zoals lust of woede. Ook kon de natuur hun geen kwaad doen en konden zij bijvoorbeeld niet ziek worden of sterven.

Door Adams zonde heeft hij en hebben wij die gavens verloren en worden wij geboren met zijn schuld en met de gevolgens van zijn zonde, een genegenheid tot zonde. In plaats van God leven in ons als ons middelpunt, komen wij in de wereld zonder de heiligmakende genade, en met ons zelf als het middlepunt van ons leven. Dus komen wij in het leven met een groot verlies, zonder het leven van God in ons, dus als geestelijke dode mensen, kinderen van Adam, de vader.
-----
Zonder Gods leven in ons zijn wij dood. Om de mensheid te redden, is de tweede Persoon van de Heilige Drie-Eenheid mens geworden, zodat, als de heilige Godmens, door zijn gehoorzaamheid, hij de mensheid kon herstellen. Hij is daarom de nieuwe vader.

Maar hoe worden wij lid van de nieuwe mensheid en wat zijn de gevolgen? Denk er aan als een emigrant. Stel dat jij als Nederlander absoluut beu bent geworden van je eigen land. Het is klein, koud, nat, een echt kikkerlandje en nou wordt iedereen moslim!(de erfzonde). Dus jij gaat emigreren naar Gods eigen land, waar de zon altijd schijnt en waar het lekker droog en warm is, het beloofde land van melk en honing. Dus jij gaat naar Australie.

Na een tijdje in Australia (cathecuminate) ben je bevestigd in je geloof in Australia en vraag je aan om de Australiesche nationaliteit te krijgen. Dat krijg je in een officiele ceremonie (doopsel), waarbij je je eerste nationalitiet verwerpt (Adam) en je nieuwe nationaliteit annneemt (Christus). Nu ben je een nieuw mens.

Aan de buitenkant schiijnt niets verandert te zijn. Maar door een beslissing van jouw wil, ben je niet langer een lid van de Nederlandse gemeenschap, maar ben je een deel van de Australiesche gemeenschap. In Engels kan je zeggen dat je nu “incorporated” ben geworden met de Australiesche gemeenschap. (komt van corpus, lichaam, = ingelichaamd)
-------
Dus je bent nu deel van een nieuw volk, een nieuw lichaam. (het mystieke lichaam van Christus). Geestelijk gesproken is je Adamse-zelf gestorven en is Christus in jouw geboren. Je bent nu een deel van een nieuwe gemeenschap, een nieuw geestelijk (mystiek) lichaam.

Maar hoewel je nu een nieuwe Australier bent, merk je meteen dat je nog echt Nederlands bent in je denken, je doen, je praten, je cultuur, alles. De sporen van de erfzonde zitten er diep in! Je moet nog veel leren en dat is echt moeilijk en soms erg pijnlijk. Je kan echt voelen dat je je eigen identiteit verliest, je eigen “zelf”. Dus, hoewel je gedoopt bent, blijft de oude mens (Adam) nog lang in je en moet je er elke dag nog tegen vechten zo dat je een nieuwe (Christelijke) manier van denken aan neemt, tot dat je geheel Christelijk bent.

Waneer wij het doopsel ontvangen, ontvangen wij Gods leven, de aanwezigheid van de Heilge Drie-Eenheid in onze ziel. Dat is het eerste begin van het Christelijke leven, en dit kan men precies vergelijken met het eerste begin van het menselijke leven in de moederschoot. Als de mens ontvangen wordt in de moederschoot, ademt God het de ziel in en worden wij een levend wezen. Op de zelfde manier, als het Goddelijk leven ontvangen wordt, ademt God ons de Heilige Geest in onze ziel en worden wij een (Goddelijk) levend wezen. Net als onze ziel ons lichaam verlevend, zo verlevend de Heilige Geest onze ziel.
----
Wij worden ontvangen in de schoot van de Kerk, die onze moeder is. Het Goddelijk leven komt van Christus als de nieuwe Adam, als de nieuwe vader, tot Maria, de nieuwe Eva, de nieuwe moeder, de Kerk. Door hun mystiek huwelijk op Calvarie, zijn Christus en Maria een mystiek vlees geworden, een mystiek lichaam, een Christus, en door de doop worden wij in dat mystiek lichaam ontvangen, in de moederschoot.

Een kindje in de schoot wordt gevoed door het lichaam van de moeder, door haar vlees en bloed. Ons voedsel in de schoot van de Kerk is het mystieke vlees en bloed, de Heilige Eucharistie. Door gehoorzaam te zijn, blijft het Goddelijk leven in ons groeien, tot dat de tijd komt dat wij de schoot van de Kerk verlaten en geboren worden in het hemelse leven.

God is overal en toch is dat heel moeilijk voor ons te begrijpen of voor te stellen. Maar denk eens aan de baby in de moederschoot. Haar moeder is helemaal rondom, maar zij kan haar moeder niet zien of voorstellen. Dat is helemaal buiten haar ervaring. Ook kan het niet voorstellen wat de wereld buiten de moederschoot zou zijn.

De baby leeft in donkerheid, maar is warm en veilig. Wij leven in de donkerheid van het geloof, maar wij zijn warm en veilig. Als de baby kon denken, zou het toch moeilijk zijn voor haar te geloven dat buiten de donkere veiligheid van de schoot, een prachtige, onvoorstelbare wereld zou zijn, waar zij haar vader en moeder kan zien.

Zij zou waarschijnlijk bang zijn de schoot te verlaten door het moeilijke en pijnlijke proces van geboorte.

Als het kon, zou het misschien willen niet verder te groeien. Het zou dan in de duisternis blijven en uiteindelijk sterven.

Zo gaat het met de mens. Hij wordt uitgenodigd Gods leven te ontvangen, maar niet iedereen wil de veiligheid van zijn eigen klein leven verlaten. Hij wil niet geloven en krijgt daarom Gods leven niet. Hij wordt daarom dood geboren in het hiernamaals.

Een mens kan het leven ontvangen, maar het later weer verstoten. Hij is een miskraam en wordt dood geboren. Andere mensen hebben maar een zwak geloof, en groeien daarom niet goed. Zij worden levend geboren, maar zijn nog niet in staat zelfstandig in het hiernamaals te leven. Zij moeten nog eerst intensieve zorg krijgen (het vagevuur).

Maar als wij volwassen zijn, verlaten wij de moederschoot en worden wij geboren in het hiernamaals, een onvoorstelbaar mooie wereld, waar wij God zien en in Zijn vreugde leven

Een kind in de moederschoot heeft zich nergens zorgen over te maken. Het enige dat het moet doen is het voedsel te aanvaarden, zo dat het goed zal groeien. Alles komt van de moeder. Zo is het ook in het geloofsleven. Het enige dat wij moeten doen is het Woord van God, Christus, de Waarheid voledig te aanvaarden. Alles komt van God. Wij hoeven alleen maar de deur open te maken.

De plaats die Maria heeft in het Katholiek geloof is vaak niet goed begrepen. Maar als je begrijpt hoe belangrijk de rol van de moeder is in het menselijk leven, dan begin je te begrijpen wat Maria voor ons betekent. God heeft de mensheid herstelt door vlees te worden en ons een nieuwe vader en moeder te geven in de totale eenheid van Jezus en Maria. In Adam waren wij een vlees, maar in Christus zijn wij een mystiek vlees (lichaam).

Voor al een duizend jaren hebben de Karthuizers hun leven geleefd diep in het hart van de Kerk, als kluizenaars in diepe eenzaamheid en inwendig gebed. De voornaamste kamer van een kluis is het cubiculum (cell), waar de monnik bidt, studeert, eet en slaapt, waar hij zijn hele leven leeft. Het is daarom interessant te weten dat als een Karthuizer zijn cell ingaat, hij eerst door een voorkamer moet gaan, die Ave Maria genoemd is, waar hij eerst een gebed offert aan Onze Lieve Vrouw,. Het is door Maria dat hij de tent van ontmoeting met de Heer binnen gaat. Ook bij alle officiele gebeden die hij dagelijks opoffert in zijn cell, begint hij altijd met een gebed tot Maria de patroon heilige van de orde. Haar antwoord (Fiat, mag uw wil geschiede) aan de Heilige Geest is het voorbeeld voor al inwendig gebed.

Zij leert ons te bidden en door dat gebed overkomen wij de sporen van de erfzonde en beginnen wij God te vinden in ons hart, waar de Bruid zich verenigt met haar Bruidegom, de aarde met de hemel, het menselijke met het Goddelijke. De weg is lang en droog en woest, maar het leidt tot de bron van water, het beloofde land. (Karthuizer Statuten 4,1)

No comments: