Home

Thursday, 10 June 2010

Gebed voor een kruisbeeld

En ego o bone et dulcissime Jesu. Wie herinnert zich nog dit gebed voor het kruisbeeld, waarmee je een volle aflaat kon krijgen?

En ego o bone et dulcissime Jesu
ante conspectum tuum genibus me provolvo,
ac maximo animi ardore te oro atque obtestor,
ut meum in cor vividos fidei, spei et caritatis sensus,
atque veram peccatorum meorum paenitentiam,
eaque emendandi firmissimam voluntatem velis imprimere;
dum magno animi affectu et dolore tua quinque vulnera
mecum ipse considero ac mente contemplor,
illud prae oculis habens, quod iam in ore ponebat tuo David propheta de te, o bone Jesu:
Foderunt manus meas et pedes meos:
dinumeraverunt omnia ossa mea.

Zie mij hier, o goede en allerzoetste Jezus,
voor uw aanschijn werp ik mij op de knieën neder,
en met de grootste verlangenvan mijn ziel bid en smeek ik ,
dat U in mjn hart levendige gevoelens van geloof, hoop en liefde wil prenten,
en een oprecht berouw over mijn zonden,
en de vaste wil om mij daarvan te beteren
terwijl ik met grote zielsontroering en droefheid uw vijf wonden
bij mijzelf overweeg en in de geest aanschouw,
voor ogen hebbende, wat reeds de profeet David U, over Uzelf in de mond legde, o goede Jezus:
Zij hebben mijn handen en voeten doorboord;
zij hebben al mijn beenderen geteld. (Ps. 21, 17-18).

Een Onze Vader, Wees Gegroet en Eer aan de Vader tot intentie van Z.H.de Paus.

(Volle aflaat, als het voor een kruisbeeld gebeden wordt)


Voor mij heeft dit gebed een heel speciale betekenis, want het was als 15 jarige dat ik door dat gebed het eerst een heel vaag begrip van God begon te krijgen. Dat is nog te sterk uitgedrukt.  Dat gebeurde op een Katholieke padvinders vereeniging, waar de twee jonge leiders, de hopman en de vaandrig, ons leden in dit gebed, dat zij altijd met echt gemeende eerbied deden.

Ik ging natuurlijk met mijn ouders naar de Kerk, maar dat deed iedereen en het maakte geen indruk op mij. De Kerk was een deel van het leven, net als de school. Maar dat gebed bleef bij mij, hoewel het geen grote levenservaring was of zoiets. Maar het voorbeeld van twee stoere jonge mannen die op hun blote knieen op de vloer vande zolder van het gebouw dat wij gebruikten als ons hoofdkwartier heeft toch een echte indruk gemaakt en ik heb dat gebed dan ook nooit vergeten.

Ik begreep er niet veel van, maar het gaf mij een gevoel dat er wel iets was en het stuurde mij onbewust en langzamerhand tot een geloofs ervaring toen ik ouder was.

Ik denk dat het de laatste zinnen waren die in mijn hoofd bleven ziten, waar men met een diep gevoel en berouw Zijn vijf wonden beschouwdt, daarbij denkend aan wat de profeet David zei, “Zij hebben mijn handen en voeten doorstoken en mijn beenderen geteld.

Met Pasen bleeft dat gebed weer door mijn hoofd spelen.

Dulcissime Jesu. Dat betekent eigenlijk allerzoetste Jezus. Dat is niet de taal die wij tegenwoordig gebruiken, maar het is moeilijk een beter woord te vinden. Vertalen is echt een kunst en soms is het gewoon niet mogelijk heel precies te zijn. Tegenwoordig zou men misschien van iemand kunnen zeggen dat hij een “lieve man” was of zo iets. Maar het latijnse woord “dulce” betekent meer dan alleen zoet. Het betekent ook gemakkelijk, zacht, fluweel, allemaal woorden die betekenen dat Jezus gezien wordt als een uiterst lieve Persoon.

En dat is Hij natuurlijk. Het Katholiek geloof is dat Jezus God is en wij weten zoals de apostel Johannes zegt dat God liefde is. Merk op dat Johannes niet zegt dat hij liefde “heeft”, maar dat Hij liefde “is”. Het verschil is dat als iemand liefde “heeft”, dat alleen maar een eigenschap onder andere is. Maar Gods heel wezen is louter liefde, een liefde zo groot dat wij het nooit helemaal kunnnen begrijpen. Daarom gebruikt de Heilige Schrift symboliesche taal om over Gods liefde te spreken, zoals bv in het Hoogelied.

Maar allerzoetse Jezus, een woord dat ons zo overdreven aankomt, komt eigenlijk van “Uw liefde is zoeter dan honing” ergens in de bijbel.

Het zijn de heiligen die werkelijk iets begrepen van Gods liefde en die waren of stom geslagen of kwamen tot verukking. Voor hun was “dulcissime, allerzoetse het minst dat zij konden zeggen over Gods liefde. Maar eigelijk zijn er geen woorden voor te vinden. Ik denk hier altijd aan Isaiah die een verschijning had en die daarna alleen maar kon stamelen als een kind “ah-ah-ah. En het is natuurlijk Gods liefde dat Hem tot de kruisdood bracht.

Waarom zo’n vreselijke, absoluut verschrikkelijke dood, vraag je jezelf . Iemand te onthoofden of dood te steken is al erg genoeg, maar op iemand op een kruis te spijkeren, zodat zij de meest vreselijke pijn die de mens kon ervaarden zouden krijgen, maar pas langzaam dood gingen, is zo totaal onmenselijk dat het onbegrijpelijk is. Waarom zo veel haat? Waarom plezier in iemands vreselijk leiden?

Iemand die gekruisigd werd kreeg een dikke botte spijker door zijn handen geslagen (net voor de pols) en dan ook door zijn voeten. Zo iemand kon niet op zijn voeten staan vanwege de verschrikkelijke pijn, maar als hij dan zijn gewicht op zijn armen leit vallen, kwam er een verscheurende pijn van zijn handen. Zo verschrikkelijk is die pijn, dat het hele lichaam begint te beven en de mens begint te kronkelen als een worm. Eerst op de voeten staan en ademen, maar dan wordt de pijn te verschrikkelijk en zak je aan en hang je aan je armen. Maar dat is ook verschrikkelijk pijnlijk en bovendien begin je te stikken, want je kan niet ademen.

Dus moet je weer gaan staan en tot dat je de vlammende pijn niet meer kan nemen. Dan begin je weer te hangen. Je hangt daar te kronkelijken als een worm. Zo ontzettend veel pijn heb je dan, dat je nauwelijk het leedvermaak van de mensen opmerkt. Veel lachen en spotten en spugen, “die machtige mens die de tempel in drie dagen zou opbouwen, daar hangt hij nu aan een stuk houdt gespijkerd, kermend met pijn. Kom er dan eens af, moet je toch om lachen. De verdomde dwaas”.

In dezelfde trant dreven ook de hogepriesters samen met de schriftgeleerden onder elkaar de spot met Hem: ‘Anderen heeft Hij gered, zichzelf kan Hij niet redden] De Messias, de koning van Israël; laat Hij nu van het kruis afkomen, zodat we zien en geloven.

Ontzettende pijn, leedvermaak, haat en vernedering. Maar de echte pijn was niet lichaamelijk, maar geestelijk. Het was voor onze zonden dat hij heeft geleden, onze zonden die hij door liefde op zich zelf heeft genomen, door mens te worden. Eerst en vooral de zonde van Adam en ook onze persoonlijke zonden. Voor ons is Hij zonde geworden, een vervloekt mens. Maar Hij is eigenlijk geen mens meer:

Ik ben een worm en geen mens,
door iedereen versmaad, bij het volk veracht.
Allen die mij zien, bespotten mij
ze schudden meewarig het hoofd:
‘Wend je tot de HEER! Laat hij je verlossen,
laat hij je bevrijden, hij houdt toch van je?

Psalm 22

Dat doet werkelijk pijn. De hoon, de haat, de bespotting. Het is niet alsof Jezus een misdaadiger was! Nee, het is precies vanwege Zijn oneindige liefde voor ons mensen dat Hij op het kruis hangt. Hij is God, die geheel liefde is. Maar die mensen die Hij zo ontzettend lief heeft en gelukkig zou willen maken, Zijn eigen schepsels, Zijn eigen kinderen, die versmadem hem en bespotten Hem.

Delicta quis intelligit? Wie kan zonden begrijpen? Wij zijn zo stompzinnig dat wij nauwelijks begrijpen hoe verschrikkelijk zelfs de kleinste zonde is. Zelfs erg grote zonden zien wij vaak niet als zonden meer. Omdat Hij nu zonde is, heeft Hij het gevoel dat God Hem totaal verlaten heeft, een pijn die moeilijk voor te stellen is. De Zoon, de God van liefde voelt zich nu totaal verlaten door Zijn Vader, de God van liefde.

Voor die pijn zijn geen woorden te vinden. Alleen maar voledige Liefde kan weten wat het betekent de God van liefde te verliezen. Dat verdriet is zo groot dat Hij al na een paar uren op sterven is. Hij sterft, niet van een gebroken lichaam, maar van een gebroken hart.

Zijn verdriet vindt een uitdrukking in gebed:

Mijn God, mijn God, waarom heeeft U mij verlaten?, (het begin van Pslam 22), een psalm van pijn en vertrouwen.

Maar voordat Hij sterft zegt Hij dat Hij dorstig is. Lichaamelijk is Hij totaal uitgeput en uitgedroogd door bloed verlies. Maar zijn diepste dorst voor de liefde van Zijn mensen, die toch Zijn kinderen zijn! Hij smeekt ons om liefde, omdat hij weet dat alleen liefde voor God ons gelukkig zou maken. In de diepte van zijn eenzaamheid, vernedering, verdriet, bittere pijn, en verlatenheid voelt Hij vooral de pijn dat zielen die verloren gaan.

Hoe kan je die pijn voorstellen? Ik denk hier aan een moeder die ik ken die haar enige dochter die zo mooi was en die zo’n grote mogelijkheden had, verloren heeft zien gaan door een verslavenis aan drugs. Zo erg was die verslavenis dat haar dochter op straat raakte en in levensgevaar is. Zulke pijn van een moeder is nauwelijks te begrijpen, en dat is de zielepijn die Jezus ervaarde. Niet Zijn kruisiging, maar het eeuwig verlies van onze zielen is wat Hem de dood bracht.

Abyssus abyssum invocat. De diepte van oneindige liefde roept naar de diepte van onze ellende, onze zondigheid. “ Kind, neem mijn liefde en vergevenis aan, verlaat je zelfzucht, kom binnen in het geluk van mijn Vader.”

Eindelijk geeft Hij de Geest op aaan Zijn Vader, Zijn werk volbracht geeft Zijn hart het bloed van vergevenis en het water van de doop.

Zo veel emotie, zo vele gedachten, zo veel woorden. God heeft maar een gedachte, een Woord, Liefde, voor ons barmhartigheid geworden. Daar op het kruis is Zijn onsprekelijke liefde, Zijn eeuwig Woord.

Voor het kruis gaan alle gedachten en woorden weg, als dorre bladeren voor de wind. Het wordt helemaal stil, en in die stilte begint men te leven, in Zijn Aanwezigheid. Gedachten zijn niet nodig, woorden zijn overbodig, want de mens begrijpt nu iets van zijn onbegrijpelijke God, iets dat niet in woorden kan worden gebracht. In de stilte van zijn hart voelt hij dat Liefde tot hem spreekt in een geheime taal waar geen woorden mogelijk zijn.

Hij begrijpt dat God IS en dat hij daarom ook is. Hij en ik, in de liefde van de Heilige Geest. De diepe angst van het leven vloeit weg omdat het vertrouwen van de Geest van liefde zijn hart vervuld. De mens kan nu nederig zijn omdat hij weet dat God alles is en dat zijn eigen ellende in God is verdwenen. In plaats heeft hij de vrede die alleen God kan geven en die de wereld niet kent.

Mea culpa, mea culpa, mea maxima culpa. De mens is verbijsterd van het ontzettend kwade hij heeft gedaan, maar met de Kerk kan het nu zeggen, gelukkige fout die ons zo’n redder gaf. Het is toch een Goede Vrijdag, toen onze zonde en ellende werd veruild voor het eeuwige geluk van liefde.

O bone et dulcissime Jesu!

No comments: