Home

Saturday, 11 September 2010

Theosis

Het Woord is vlees geworden om ons ’deel te laten krijgen aan Gods eigen wezen’ (2 Petr. 1,4). ’Het Woord van God is mens geworden en Hij die Gods Zoon is, werd de Mensenzoon, opdat de mens zoon van God wordt door het Woord in zich te dragen en het kindschap te ontvangen’.1 ’Want Gods Zoon is mens geworden om ons tot God te maken’.2 ’De eniggeboren Zoon van God nam, omdat Hij ons in zijn goddelijkheid wilde laten delen, onze natuur aan, opdat Hij, mens geworden, de mensen tot goden zou maken’.3 (KKK 460)

Thursday, 10 June 2010

Gebed voor een kruisbeeld

En ego o bone et dulcissime Jesu. Wie herinnert zich nog dit gebed voor het kruisbeeld, waarmee je een volle aflaat kon krijgen?

En ego o bone et dulcissime Jesu
ante conspectum tuum genibus me provolvo,
ac maximo animi ardore te oro atque obtestor,
ut meum in cor vividos fidei, spei et caritatis sensus,
atque veram peccatorum meorum paenitentiam,
eaque emendandi firmissimam voluntatem velis imprimere;
dum magno animi affectu et dolore tua quinque vulnera
mecum ipse considero ac mente contemplor,
illud prae oculis habens, quod iam in ore ponebat tuo David propheta de te, o bone Jesu:
Foderunt manus meas et pedes meos:
dinumeraverunt omnia ossa mea.

Zie mij hier, o goede en allerzoetste Jezus,
voor uw aanschijn werp ik mij op de knieën neder,
en met de grootste verlangenvan mijn ziel bid en smeek ik ,
dat U in mjn hart levendige gevoelens van geloof, hoop en liefde wil prenten,
en een oprecht berouw over mijn zonden,
en de vaste wil om mij daarvan te beteren
terwijl ik met grote zielsontroering en droefheid uw vijf wonden
bij mijzelf overweeg en in de geest aanschouw,
voor ogen hebbende, wat reeds de profeet David U, over Uzelf in de mond legde, o goede Jezus:
Zij hebben mijn handen en voeten doorboord;
zij hebben al mijn beenderen geteld. (Ps. 21, 17-18).

Een Onze Vader, Wees Gegroet en Eer aan de Vader tot intentie van Z.H.de Paus.

(Volle aflaat, als het voor een kruisbeeld gebeden wordt)


Voor mij heeft dit gebed een heel speciale betekenis, want het was als 15 jarige dat ik door dat gebed het eerst een heel vaag begrip van God begon te krijgen. Dat is nog te sterk uitgedrukt.  Dat gebeurde op een Katholieke padvinders vereeniging, waar de twee jonge leiders, de hopman en de vaandrig, ons leden in dit gebed, dat zij altijd met echt gemeende eerbied deden.

Ik ging natuurlijk met mijn ouders naar de Kerk, maar dat deed iedereen en het maakte geen indruk op mij. De Kerk was een deel van het leven, net als de school. Maar dat gebed bleef bij mij, hoewel het geen grote levenservaring was of zoiets. Maar het voorbeeld van twee stoere jonge mannen die op hun blote knieen op de vloer vande zolder van het gebouw dat wij gebruikten als ons hoofdkwartier heeft toch een echte indruk gemaakt en ik heb dat gebed dan ook nooit vergeten.

Ik begreep er niet veel van, maar het gaf mij een gevoel dat er wel iets was en het stuurde mij onbewust en langzamerhand tot een geloofs ervaring toen ik ouder was.

Ik denk dat het de laatste zinnen waren die in mijn hoofd bleven ziten, waar men met een diep gevoel en berouw Zijn vijf wonden beschouwdt, daarbij denkend aan wat de profeet David zei, “Zij hebben mijn handen en voeten doorstoken en mijn beenderen geteld.

Met Pasen bleeft dat gebed weer door mijn hoofd spelen.

Dulcissime Jesu. Dat betekent eigenlijk allerzoetste Jezus. Dat is niet de taal die wij tegenwoordig gebruiken, maar het is moeilijk een beter woord te vinden. Vertalen is echt een kunst en soms is het gewoon niet mogelijk heel precies te zijn. Tegenwoordig zou men misschien van iemand kunnen zeggen dat hij een “lieve man” was of zo iets. Maar het latijnse woord “dulce” betekent meer dan alleen zoet. Het betekent ook gemakkelijk, zacht, fluweel, allemaal woorden die betekenen dat Jezus gezien wordt als een uiterst lieve Persoon.

En dat is Hij natuurlijk. Het Katholiek geloof is dat Jezus God is en wij weten zoals de apostel Johannes zegt dat God liefde is. Merk op dat Johannes niet zegt dat hij liefde “heeft”, maar dat Hij liefde “is”. Het verschil is dat als iemand liefde “heeft”, dat alleen maar een eigenschap onder andere is. Maar Gods heel wezen is louter liefde, een liefde zo groot dat wij het nooit helemaal kunnnen begrijpen. Daarom gebruikt de Heilige Schrift symboliesche taal om over Gods liefde te spreken, zoals bv in het Hoogelied.

Maar allerzoetse Jezus, een woord dat ons zo overdreven aankomt, komt eigenlijk van “Uw liefde is zoeter dan honing” ergens in de bijbel.

Het zijn de heiligen die werkelijk iets begrepen van Gods liefde en die waren of stom geslagen of kwamen tot verukking. Voor hun was “dulcissime, allerzoetse het minst dat zij konden zeggen over Gods liefde. Maar eigelijk zijn er geen woorden voor te vinden. Ik denk hier altijd aan Isaiah die een verschijning had en die daarna alleen maar kon stamelen als een kind “ah-ah-ah. En het is natuurlijk Gods liefde dat Hem tot de kruisdood bracht.

Waarom zo’n vreselijke, absoluut verschrikkelijke dood, vraag je jezelf . Iemand te onthoofden of dood te steken is al erg genoeg, maar op iemand op een kruis te spijkeren, zodat zij de meest vreselijke pijn die de mens kon ervaarden zouden krijgen, maar pas langzaam dood gingen, is zo totaal onmenselijk dat het onbegrijpelijk is. Waarom zo veel haat? Waarom plezier in iemands vreselijk leiden?

Iemand die gekruisigd werd kreeg een dikke botte spijker door zijn handen geslagen (net voor de pols) en dan ook door zijn voeten. Zo iemand kon niet op zijn voeten staan vanwege de verschrikkelijke pijn, maar als hij dan zijn gewicht op zijn armen leit vallen, kwam er een verscheurende pijn van zijn handen. Zo verschrikkelijk is die pijn, dat het hele lichaam begint te beven en de mens begint te kronkelen als een worm. Eerst op de voeten staan en ademen, maar dan wordt de pijn te verschrikkelijk en zak je aan en hang je aan je armen. Maar dat is ook verschrikkelijk pijnlijk en bovendien begin je te stikken, want je kan niet ademen.

Dus moet je weer gaan staan en tot dat je de vlammende pijn niet meer kan nemen. Dan begin je weer te hangen. Je hangt daar te kronkelijken als een worm. Zo ontzettend veel pijn heb je dan, dat je nauwelijk het leedvermaak van de mensen opmerkt. Veel lachen en spotten en spugen, “die machtige mens die de tempel in drie dagen zou opbouwen, daar hangt hij nu aan een stuk houdt gespijkerd, kermend met pijn. Kom er dan eens af, moet je toch om lachen. De verdomde dwaas”.

In dezelfde trant dreven ook de hogepriesters samen met de schriftgeleerden onder elkaar de spot met Hem: ‘Anderen heeft Hij gered, zichzelf kan Hij niet redden] De Messias, de koning van Israël; laat Hij nu van het kruis afkomen, zodat we zien en geloven.

Ontzettende pijn, leedvermaak, haat en vernedering. Maar de echte pijn was niet lichaamelijk, maar geestelijk. Het was voor onze zonden dat hij heeft geleden, onze zonden die hij door liefde op zich zelf heeft genomen, door mens te worden. Eerst en vooral de zonde van Adam en ook onze persoonlijke zonden. Voor ons is Hij zonde geworden, een vervloekt mens. Maar Hij is eigenlijk geen mens meer:

Ik ben een worm en geen mens,
door iedereen versmaad, bij het volk veracht.
Allen die mij zien, bespotten mij
ze schudden meewarig het hoofd:
‘Wend je tot de HEER! Laat hij je verlossen,
laat hij je bevrijden, hij houdt toch van je?

Psalm 22

Dat doet werkelijk pijn. De hoon, de haat, de bespotting. Het is niet alsof Jezus een misdaadiger was! Nee, het is precies vanwege Zijn oneindige liefde voor ons mensen dat Hij op het kruis hangt. Hij is God, die geheel liefde is. Maar die mensen die Hij zo ontzettend lief heeft en gelukkig zou willen maken, Zijn eigen schepsels, Zijn eigen kinderen, die versmadem hem en bespotten Hem.

Delicta quis intelligit? Wie kan zonden begrijpen? Wij zijn zo stompzinnig dat wij nauwelijks begrijpen hoe verschrikkelijk zelfs de kleinste zonde is. Zelfs erg grote zonden zien wij vaak niet als zonden meer. Omdat Hij nu zonde is, heeft Hij het gevoel dat God Hem totaal verlaten heeft, een pijn die moeilijk voor te stellen is. De Zoon, de God van liefde voelt zich nu totaal verlaten door Zijn Vader, de God van liefde.

Voor die pijn zijn geen woorden te vinden. Alleen maar voledige Liefde kan weten wat het betekent de God van liefde te verliezen. Dat verdriet is zo groot dat Hij al na een paar uren op sterven is. Hij sterft, niet van een gebroken lichaam, maar van een gebroken hart.

Zijn verdriet vindt een uitdrukking in gebed:

Mijn God, mijn God, waarom heeeft U mij verlaten?, (het begin van Pslam 22), een psalm van pijn en vertrouwen.

Maar voordat Hij sterft zegt Hij dat Hij dorstig is. Lichaamelijk is Hij totaal uitgeput en uitgedroogd door bloed verlies. Maar zijn diepste dorst voor de liefde van Zijn mensen, die toch Zijn kinderen zijn! Hij smeekt ons om liefde, omdat hij weet dat alleen liefde voor God ons gelukkig zou maken. In de diepte van zijn eenzaamheid, vernedering, verdriet, bittere pijn, en verlatenheid voelt Hij vooral de pijn dat zielen die verloren gaan.

Hoe kan je die pijn voorstellen? Ik denk hier aan een moeder die ik ken die haar enige dochter die zo mooi was en die zo’n grote mogelijkheden had, verloren heeft zien gaan door een verslavenis aan drugs. Zo erg was die verslavenis dat haar dochter op straat raakte en in levensgevaar is. Zulke pijn van een moeder is nauwelijks te begrijpen, en dat is de zielepijn die Jezus ervaarde. Niet Zijn kruisiging, maar het eeuwig verlies van onze zielen is wat Hem de dood bracht.

Abyssus abyssum invocat. De diepte van oneindige liefde roept naar de diepte van onze ellende, onze zondigheid. “ Kind, neem mijn liefde en vergevenis aan, verlaat je zelfzucht, kom binnen in het geluk van mijn Vader.”

Eindelijk geeft Hij de Geest op aaan Zijn Vader, Zijn werk volbracht geeft Zijn hart het bloed van vergevenis en het water van de doop.

Zo veel emotie, zo vele gedachten, zo veel woorden. God heeft maar een gedachte, een Woord, Liefde, voor ons barmhartigheid geworden. Daar op het kruis is Zijn onsprekelijke liefde, Zijn eeuwig Woord.

Voor het kruis gaan alle gedachten en woorden weg, als dorre bladeren voor de wind. Het wordt helemaal stil, en in die stilte begint men te leven, in Zijn Aanwezigheid. Gedachten zijn niet nodig, woorden zijn overbodig, want de mens begrijpt nu iets van zijn onbegrijpelijke God, iets dat niet in woorden kan worden gebracht. In de stilte van zijn hart voelt hij dat Liefde tot hem spreekt in een geheime taal waar geen woorden mogelijk zijn.

Hij begrijpt dat God IS en dat hij daarom ook is. Hij en ik, in de liefde van de Heilige Geest. De diepe angst van het leven vloeit weg omdat het vertrouwen van de Geest van liefde zijn hart vervuld. De mens kan nu nederig zijn omdat hij weet dat God alles is en dat zijn eigen ellende in God is verdwenen. In plaats heeft hij de vrede die alleen God kan geven en die de wereld niet kent.

Mea culpa, mea culpa, mea maxima culpa. De mens is verbijsterd van het ontzettend kwade hij heeft gedaan, maar met de Kerk kan het nu zeggen, gelukkige fout die ons zo’n redder gaf. Het is toch een Goede Vrijdag, toen onze zonde en ellende werd veruild voor het eeuwige geluk van liefde.

O bone et dulcissime Jesu!

Monday, 7 June 2010

Geluk in alles

Om geluk te hebben in alles
Wens om geluk te hebben in niets.
Om alles te bezitten
Wens om niets te bezitten.
Om alles te zijn
Wens om niets te zijn.
Om alles te weten
Wens om niets te weten.
Om aan te komen tot het geen genoegen hebben
Moet je gaan op een weg waarin je geen genoegen van hebt.
Om aan te komen tot het niet weten
Moet je gaan op een weg waarin je geen weten van hebt.
Om aan te komen aan dat wat jij niet hebt
Moet je gaan op een weg die jij niet hebt
Om aan te komen aan dat wat jij niet bent
Moet je gaan door dat wat jij niet bent

Johannes van het Kruis

Dit gezegde van Johannes van het Kruis klinkt op het eerste gehoor uiterst streng en onmenselijk te zijn.  Maar wat hij eigenlijk zegt is dat wij geluk alleen kunnen vinden in God en dat zo lang wij iets verlangen dat niet God is, wij Hem niet geheel kunnen ervaren.  Het is eigenlijk precies hetzelfde dat Jezus zei aan de rijke jongeman die volmaakt zou willen zijn:  verlaat alles en volg Mij!  Dus, je moet helemaal geen wensen hebben behalve het volgen van Christus. 

Het brandend bosje

Rubrum quem viderat Moyses
Incombustum conservatam agnovimus
Tuam laudabilem virginitatem
Dei Genitrix intercede pro nobis


Een oud liedje van de latijnse liturgie, Ik heb dat lied in het latijn gevonden in de Liber Usualis blz:443. Het komt uit de vespers "In Circumcisione Domini" onder het oktaaf van kerst en is een antifoon. Dei Genitrix ora pro nobis In de Liber staat er: Dei Genitrix, intercede pro nobis.

De vertaling:

In het bosje dat Mozes zag
Brandend maar vorm behoudend
Zien wij Uw prijswaardige maagdelijkheid
Moeder Gods, bid voor ons.

Toen Mozes zijn eerste ontmoeting had met Jahweh, zag hij een bosje dat in brand stond, maar dat niet verteerde. Toe hij dichterbij kwam hoorde hij een stem, “neem je schoenen af, deze plaats is heilig. Op die mysterieuse manier openbaarde God zich aan Mozes en door Hem aan het Joodse volk en eventueel aan de gehele mensheid. De Kerk heeft dit altijd ook gezien als een symbool van de Heilige Maagd, die moeder Gods werd zonder haar maagdelijkheid te verliezen. Totaal vervuld van genade van het begin van haar leven, brande in haar Gods liefde in een manier die wij niet kunnen voorstellen. Het was haar smeekgebed van uiterste nederigheid en verlangen voor Gods glorie dat door God werd gehoord op een manier dat zij ook nooit kon voorstellen. De Blijde Verkondiging was gegeven aan een jonge Joodse maagd, in een arm huishouden, in een arm gehucht, in een arm land, dat vreselijk onder een wreede bezetting leidde.

Nog eventjes het laatste deel: In ons menselijk leven is het vooral de moeder die meest met het kind te doen heeft. Zij vertaald of bemiddelt en geeft, als het waar, haar kind tot haar man, die haar het kind heeft gegeven. Maria heeft dezelfde taak. Als Moeder bemiddelt en geeft zij ons tot haar hemelse Bruidegom. Van het begin heeft de Kerk Christus gezien als het hoofd van de Kerk en Maria als het hart van de Kerk. Zij brengt ons naar Christus.

Dei Genitrix, intercede pro nobis!

Erfzonde

Een staat van zonde,waar het sacrament van het doopsel dan de zonde doet verdwijnen,en men is kind van God, de genadestaat. Maar de sporen blijven??

De erfzonde en de gevolgens daar van vinden vele mensen moeilijk te begrijpen, maar omdat het doopsel zo fundamenteel belangrijk is voor het Christelijke geloof, is het de moeite waard er verder over te denken.

Adam en Eva waren geboren zonder zonde en met heiligmakende genade, Gods leven in hun ziel, zo dat zij een diep begrip en eenheid met God hadden, in de bijbel uitgedrukt door te zeggen dat zij God hoorden wandelen in de namiddag. Dat een zijn met God in hun ziel, was het echte aarts paradijs. Door die eenheid hadden zij een totale controle over hun eigen natuur en hadden zij geen last van zondige gevoelens zoals lust of woede. Ook kon de natuur hun geen kwaad doen en konden zij bijvoorbeeld niet ziek worden of sterven.

Door Adams zonde heeft hij en hebben wij die gavens verloren en worden wij geboren met zijn schuld en met de gevolgens van zijn zonde, een genegenheid tot zonde. In plaats van God leven in ons als ons middelpunt, komen wij in de wereld zonder de heiligmakende genade, en met ons zelf als het middlepunt van ons leven. Dus komen wij in het leven met een groot verlies, zonder het leven van God in ons, dus als geestelijke dode mensen, kinderen van Adam, de vader.
-----
Zonder Gods leven in ons zijn wij dood. Om de mensheid te redden, is de tweede Persoon van de Heilige Drie-Eenheid mens geworden, zodat, als de heilige Godmens, door zijn gehoorzaamheid, hij de mensheid kon herstellen. Hij is daarom de nieuwe vader.

Maar hoe worden wij lid van de nieuwe mensheid en wat zijn de gevolgen? Denk er aan als een emigrant. Stel dat jij als Nederlander absoluut beu bent geworden van je eigen land. Het is klein, koud, nat, een echt kikkerlandje en nou wordt iedereen moslim!(de erfzonde). Dus jij gaat emigreren naar Gods eigen land, waar de zon altijd schijnt en waar het lekker droog en warm is, het beloofde land van melk en honing. Dus jij gaat naar Australie.

Na een tijdje in Australia (cathecuminate) ben je bevestigd in je geloof in Australia en vraag je aan om de Australiesche nationaliteit te krijgen. Dat krijg je in een officiele ceremonie (doopsel), waarbij je je eerste nationalitiet verwerpt (Adam) en je nieuwe nationaliteit annneemt (Christus). Nu ben je een nieuw mens.

Aan de buitenkant schiijnt niets verandert te zijn. Maar door een beslissing van jouw wil, ben je niet langer een lid van de Nederlandse gemeenschap, maar ben je een deel van de Australiesche gemeenschap. In Engels kan je zeggen dat je nu “incorporated” ben geworden met de Australiesche gemeenschap. (komt van corpus, lichaam, = ingelichaamd)
-------
Dus je bent nu deel van een nieuw volk, een nieuw lichaam. (het mystieke lichaam van Christus). Geestelijk gesproken is je Adamse-zelf gestorven en is Christus in jouw geboren. Je bent nu een deel van een nieuwe gemeenschap, een nieuw geestelijk (mystiek) lichaam.

Maar hoewel je nu een nieuwe Australier bent, merk je meteen dat je nog echt Nederlands bent in je denken, je doen, je praten, je cultuur, alles. De sporen van de erfzonde zitten er diep in! Je moet nog veel leren en dat is echt moeilijk en soms erg pijnlijk. Je kan echt voelen dat je je eigen identiteit verliest, je eigen “zelf”. Dus, hoewel je gedoopt bent, blijft de oude mens (Adam) nog lang in je en moet je er elke dag nog tegen vechten zo dat je een nieuwe (Christelijke) manier van denken aan neemt, tot dat je geheel Christelijk bent.

Waneer wij het doopsel ontvangen, ontvangen wij Gods leven, de aanwezigheid van de Heilge Drie-Eenheid in onze ziel. Dat is het eerste begin van het Christelijke leven, en dit kan men precies vergelijken met het eerste begin van het menselijke leven in de moederschoot. Als de mens ontvangen wordt in de moederschoot, ademt God het de ziel in en worden wij een levend wezen. Op de zelfde manier, als het Goddelijk leven ontvangen wordt, ademt God ons de Heilige Geest in onze ziel en worden wij een (Goddelijk) levend wezen. Net als onze ziel ons lichaam verlevend, zo verlevend de Heilige Geest onze ziel.
----
Wij worden ontvangen in de schoot van de Kerk, die onze moeder is. Het Goddelijk leven komt van Christus als de nieuwe Adam, als de nieuwe vader, tot Maria, de nieuwe Eva, de nieuwe moeder, de Kerk. Door hun mystiek huwelijk op Calvarie, zijn Christus en Maria een mystiek vlees geworden, een mystiek lichaam, een Christus, en door de doop worden wij in dat mystiek lichaam ontvangen, in de moederschoot.

Een kindje in de schoot wordt gevoed door het lichaam van de moeder, door haar vlees en bloed. Ons voedsel in de schoot van de Kerk is het mystieke vlees en bloed, de Heilige Eucharistie. Door gehoorzaam te zijn, blijft het Goddelijk leven in ons groeien, tot dat de tijd komt dat wij de schoot van de Kerk verlaten en geboren worden in het hemelse leven.

God is overal en toch is dat heel moeilijk voor ons te begrijpen of voor te stellen. Maar denk eens aan de baby in de moederschoot. Haar moeder is helemaal rondom, maar zij kan haar moeder niet zien of voorstellen. Dat is helemaal buiten haar ervaring. Ook kan het niet voorstellen wat de wereld buiten de moederschoot zou zijn.

De baby leeft in donkerheid, maar is warm en veilig. Wij leven in de donkerheid van het geloof, maar wij zijn warm en veilig. Als de baby kon denken, zou het toch moeilijk zijn voor haar te geloven dat buiten de donkere veiligheid van de schoot, een prachtige, onvoorstelbare wereld zou zijn, waar zij haar vader en moeder kan zien.

Zij zou waarschijnlijk bang zijn de schoot te verlaten door het moeilijke en pijnlijke proces van geboorte.

Als het kon, zou het misschien willen niet verder te groeien. Het zou dan in de duisternis blijven en uiteindelijk sterven.

Zo gaat het met de mens. Hij wordt uitgenodigd Gods leven te ontvangen, maar niet iedereen wil de veiligheid van zijn eigen klein leven verlaten. Hij wil niet geloven en krijgt daarom Gods leven niet. Hij wordt daarom dood geboren in het hiernamaals.

Een mens kan het leven ontvangen, maar het later weer verstoten. Hij is een miskraam en wordt dood geboren. Andere mensen hebben maar een zwak geloof, en groeien daarom niet goed. Zij worden levend geboren, maar zijn nog niet in staat zelfstandig in het hiernamaals te leven. Zij moeten nog eerst intensieve zorg krijgen (het vagevuur).

Maar als wij volwassen zijn, verlaten wij de moederschoot en worden wij geboren in het hiernamaals, een onvoorstelbaar mooie wereld, waar wij God zien en in Zijn vreugde leven

Een kind in de moederschoot heeft zich nergens zorgen over te maken. Het enige dat het moet doen is het voedsel te aanvaarden, zo dat het goed zal groeien. Alles komt van de moeder. Zo is het ook in het geloofsleven. Het enige dat wij moeten doen is het Woord van God, Christus, de Waarheid voledig te aanvaarden. Alles komt van God. Wij hoeven alleen maar de deur open te maken.

De plaats die Maria heeft in het Katholiek geloof is vaak niet goed begrepen. Maar als je begrijpt hoe belangrijk de rol van de moeder is in het menselijk leven, dan begin je te begrijpen wat Maria voor ons betekent. God heeft de mensheid herstelt door vlees te worden en ons een nieuwe vader en moeder te geven in de totale eenheid van Jezus en Maria. In Adam waren wij een vlees, maar in Christus zijn wij een mystiek vlees (lichaam).

Voor al een duizend jaren hebben de Karthuizers hun leven geleefd diep in het hart van de Kerk, als kluizenaars in diepe eenzaamheid en inwendig gebed. De voornaamste kamer van een kluis is het cubiculum (cell), waar de monnik bidt, studeert, eet en slaapt, waar hij zijn hele leven leeft. Het is daarom interessant te weten dat als een Karthuizer zijn cell ingaat, hij eerst door een voorkamer moet gaan, die Ave Maria genoemd is, waar hij eerst een gebed offert aan Onze Lieve Vrouw,. Het is door Maria dat hij de tent van ontmoeting met de Heer binnen gaat. Ook bij alle officiele gebeden die hij dagelijks opoffert in zijn cell, begint hij altijd met een gebed tot Maria de patroon heilige van de orde. Haar antwoord (Fiat, mag uw wil geschiede) aan de Heilige Geest is het voorbeeld voor al inwendig gebed.

Zij leert ons te bidden en door dat gebed overkomen wij de sporen van de erfzonde en beginnen wij God te vinden in ons hart, waar de Bruid zich verenigt met haar Bruidegom, de aarde met de hemel, het menselijke met het Goddelijke. De weg is lang en droog en woest, maar het leidt tot de bron van water, het beloofde land. (Karthuizer Statuten 4,1)

Hel

Hoe kan een God van liefde een mens eeuwig bestraffen in hel?

Tegenwoordig hoor je nooit iets meer over hel. Er wordt nooit over gepreekt, niets over geschreven en er wordt helemaal niet over gepraat.

Hel bestaat wel op aarde. Denk aan de Holocaust, Hiroshima, Hitler, Stalin, Mao, Pol Pot, Idi Amin, Ruanda, Iraq, Beslan, enz. Ook Aids, echtschijding, heroin, depressie, pornography enz.

Maar juist nu gelooft haast niemand niet meer in hel. Waarom?

1. Ons idee van God is veranderd. De Oude Testament God was iemand van wie je bang moest zijn. De God van het Nieuwe Testament was veel meer een God van liefde.

Maar er waren nog veel waarschuwingen van straffen, hel en eeuwige dood en dat werd goed begrepen door een samenleving dat zelf erg wreed was.

Het Katholieke geloof had vaak een erg verkrampt idee van God en tot 1850 was er nog een probleem met Jansenism, dat God zag als een strenge rechter, die je zonden nauwkeurig neerschreef.

Het was eigenlijk niet tot dat St Therese van Lisieux haar leven openbaarde, dat onze ideen begonnen te veranderen. Nu zien wij God als vol van liefde. Zoete Jesus, die niemand veroordeelt en iedereen vergeeft..

2. Ons idee van de mens is veranderd. Wij begrijpen veel beter waarom mensen slechte dingen doen. Niets is zomaar zwart of wit. Misdadigers (zondaars) zijn vaak arme mensen, met veel problemen. Wij zijn meer meedogend geworden.

3. Ons idee over hel is niet veranderd. Wij denken nog steeds dat God de hel geschapen heeft zo dat zondaars daar nou goed gestraft konden worden, gefoltert met vuur en vreselijke pijn, eeuwig. Een verschrikkelijk wreed idee!

4. Maar zelf doden wij mensen niet meer en zelfs de slechtste misdadigers worden heel menselijk behandeld. Wij, zondige mensen, behandelen misdadigers met liefde, zeker niet met vuur en pijn. Maar de God van liefde slingert zondaars in het eeuwige vuur, vol vreselijk pijn? Kan toch niet!

Als een resultaat geloven meeste mensen eigenlijk niet meer in een hel en wordt het gezien als een ouderwets idee.

Maar wat zegt de Katholieke Kerk?

Het is de leer van de Kerk dat mensen geschapen worden met een vrije wil en dat God niemand dwingt om hem lief te hebben. Ons leven op aarde geeft ons de mogelijkheid om een vrije keus te maken, want God verbergt zijn aantrekkelijkheid, omdat wij anders geen vrije keuze zouden kunnen maken.

Dat is precies de grote glorie van de mens, dat hij vrij is en vrijwillig kan besluiten God lief te hebben of niet. Het is zijn keuze.

Het Woord is het ware licht dat iedereen verlicht. (Johannes 1,9) Dat licht is ons geweten en het laat ons het verschil zien tussen goede en kwaad. Elke dag maken wij kleine beslissingen voor of tegen ons geweten, voor of tegen het goed of het kwaad, voor of tegen God.

Maar is het echt mogelijk dat wij vrijwillig kwaad kiezen? Kan een mens zo dom zijn? Heb jij nooit gezondigd? Misschien zag het eerst niet als een zonde. Jij zag het eerst als iets aantrekkelijk, hoewel je eigenlijk wist dat het verkeerd was.

Of misschien was je toen nog zo trots en zelfrechtvaardig, dat je het nog niet eens als verkeerd zag. Naderhand ben je misschien nederig geworden en erkende je dat je verkeerd had gedaan.

In ieder geval, in ons leven bevestigen wij onze vrjie keuze. Dan, als wij sterven krijgen wij de keuze die wij in ons leven hebben gemaakt. Nog voordat je ziel het lichaam verlaat, begin je God te zien. Iemand die helemaal God gekozen heeft, begint dan God te zien in zijn hele aantrekkelijkheid en hij vliegt naar Hem toe, vol van geluk.

Iemand die wel God heeft gekozen maar niet een 100 procent, ziet ook God’s aantrekkelijkheid en heeft God ontzaggelijk lief en is erg gelukkig, maar ervaart vreselijke pijn omdat hij ziet dat hij nog zondige gewoontes heeft. Dat is het vagevuur.

Deze pijn is onvoorstelbaar groot. Je kan het zo’n beetje vergelijken met iemand die door zijn eigen stommiteit zijn kind een ongeluk heeft laten overkomen, zodat het kind altijd kreupel zou zijn. Zo iets doet ongelooflijk veel pijn en de meer je God lief hebt, de meer pijn het doet. En dat blijft totdat het zonde verband helemaal verbroken is.

De mens die tegen God heeft besloten, krijgt ook zijn keuze. Hij ziet de aantrekkelijkheid van God, maar ziet Hem als een vernedering, een vernietiging van zijn eigen ego. Hij heeft daarom een absolute afschuw van God en is vertrokken van haat.

God heeft hem nog steeds lief, want God is liefde. En dat is wat hel zo vreselijk maakt! Niet het vuur enz., nee, het probleem is dat de ziel ziet dat God ontzaggelijk lief is en dat hij Hem ontzettend nodig heeft , maar ter zelfde tijd heeft hij een absolute haat en afschuw van God. Hij wordt verscheurd in een innerlijke tegenstelling. Dat is het ware vuur van de hel.

Een voorbeeld is een heroin beslaafde die “cold turkey” gaat. Hij wil van heroin af, maar zijn heel lichaam schreeuwt om heroin, een vreselijke ervaring. Maar in de hel schreeuwt de ziel, zijn hele natuur, om God, en die pijn kan je niet beschrijven. Maar hij wil God niet .

De ziel realiseert dat zonder God het helemaal geen leven meer heeft, want leven betekent een relatie en die heeft hij niet . Hij begrijpt dat hij helemaal alleen is, zonder God en ook zonder vrienden, omdat hij iedereen en alles haat. Hij heeft alleen maar zichzelf, en hij haat zichzelf ook, omdat zijn menselijke natuur God nodig heeft.

Het is een zinloos leeg leven, een leven van wanhoop, dat alleen maar pijn heeft en waar geen einde aan komt.

Zo vreselijk is die pijn, dat de verloren ziel zo ver mogelijk weg van God wil gaan, weg van God’s licht, dat zo pijnlijk is. Daarom vlucht hij naar hel, want dat is de plaats die God in zijn barmhartigheid heeft geschapen om de pijn van het verlies zoveel mogelijk minder te maken.

In de duisternis van de hel is het licht van God gematigd, zodat zijn pijn niet oneindig groot is. Wat hij voelt is de negatieve pijn van het verlies, maar niet de positieve pijn van het licht. Hij voelt de hitte maar niet de brandende zonneschijn.

Het pijn van verlies is de grootste pijn van de hel. Alles anders is maar een klein biertje. Maar toch is dat ook vreselijk:

De tweede pijn is dat van wroeging. Hij weet dat hij in hel is door zijn eigen daden. Hij heeft spijt (knarsen van tanden, wenen) over zijn daden die hem zo’n ontzettend einde heeft gebracht, maar hij heeft helemaal geen spijt over zijn schuld.

De derde pijn is de aanwezigheid van de duivel. De duivel is een engel, eenst het grootste wezen in de schepping, ongelooflijk groot in verstand en kracht, maar nu vol van sataniesch haat, die veel grotelijk dan menselijke haat is. Zijn aanwezigheid, soms door Heiligen ervaren, is zo ontzettend dat het moeilijk te voorstellen is. En hij heeft macht over de ziel die zijn dienaar is.

Deel van deze pijn is de aanwezigheid van andere demonen en verloren zielen, allemaal vol van haat voor God en elkaar.

De vierde pijn is het lichaamlijke pijn, de pijn van het “vuur”. Theologen hebben altijd gezecht dat dit een echt soort vuur is. Dat kan je zo indenken: Bij het laatste ordeel krijgen wij allemaal een ontsterfelijk lichaam, ook de verloren. Ook komt er een nieuwe aarde, een nieuwe natuur.

Voor de gelukzaligen geeft dat nog meer geluk. Een heilige ziet een roos en ziet meteen de liefde van God. In de hemel is de hele natuur gedrenkt van God’s aanwezigheid. Dit geeft de gelukzaligen enorm geluk, maar voor de verloren is dat uiterst pijnlijk. De hele natuur doet hun verschrikkelijk pijn. Het hele lichaam leeft in een natuur dat voor hun ongeschikt is en dat ervaren zij als een vurige pijn.

Als je ooit een zware zonnebrand hebt gehad, dan weet je hoe pijnlijk dat is. De geringste aanraking, of zefs een klein tochtje doet enorm pijn. Op die manier is de natuur voor de verloren zien uiterst pijnlijk.

Een verloren ziel is niet meer een mens. Als een mens sterft gaat zijn leven weg. Het stoffelijk overschot is niet meer een mens maar een lijk dat begraven of verbrand moet worden.

Een verloren ziel heeft ook geen (Goddelijk) leven. Het is daarom geen mens, maar een overschot, een lijk en moet begraven of verbrand worden in de hel…….Het is niet een stoffelijk overschot maar een geestelijk overschot. Er is geen menselijk of geestelijk leven in de hel.......

Als je zo over hel denkt, dan begin je te begrijpen waarom Onze Lieve Heer er zo vaak op waarschuwde. Het is niet alsof hij mensen met plezier in de hel slingert. Nee, zijn waarschuwing is dat als wij Hem niet lief hebben, wij eeuwig totaal alleen zullen zijn, verloren in onvoorstelbare verschrikkelijke eenzaamheid.

Hoe veel mensen gaan naar hel? De opinie van theologen is altijd geweest dat de meerderheid van mensen naar de hel gaan. (Veel zijn geroepen maar weinig zijn gekozen).

Misschien heben zij het verkeerd. Misschien gaat maar een derde naar de hel. Dat is nog steeds ontzettend veel. Zelfs een ziel is veel te veel, als je denkt aan het afschuwlijk niet-bestaan in hel. Iemand die zo gelukkig zou kunnen zijn geweest! Maar zij wouden het niet.

Nu kan je ook indenken waarom OLH zo veel lijden aangenomen heeft in het Hof van Olijven en op Golgotha. Voor Hem was het verlies van een kind in hel te vreselijk om aan te denken en Hij gaf zich zelf daarom aan het Kruis. Om ons te laten zien hoe veel wij voor Hem betekenen en hoe ontzettend het is om van God weg te gaan.

God is liefde. De hel is de andere kant van liefde, de andere kant van God. Het is God wanneer je Hem verstoten hebt.

Sancta Maria, ora pro nobis pecatoribus….