Home

Thursday, 10 June 2010

Gebed voor een kruisbeeld

En ego o bone et dulcissime Jesu. Wie herinnert zich nog dit gebed voor het kruisbeeld, waarmee je een volle aflaat kon krijgen?

En ego o bone et dulcissime Jesu
ante conspectum tuum genibus me provolvo,
ac maximo animi ardore te oro atque obtestor,
ut meum in cor vividos fidei, spei et caritatis sensus,
atque veram peccatorum meorum paenitentiam,
eaque emendandi firmissimam voluntatem velis imprimere;
dum magno animi affectu et dolore tua quinque vulnera
mecum ipse considero ac mente contemplor,
illud prae oculis habens, quod iam in ore ponebat tuo David propheta de te, o bone Jesu:
Foderunt manus meas et pedes meos:
dinumeraverunt omnia ossa mea.

Zie mij hier, o goede en allerzoetste Jezus,
voor uw aanschijn werp ik mij op de knieën neder,
en met de grootste verlangenvan mijn ziel bid en smeek ik ,
dat U in mjn hart levendige gevoelens van geloof, hoop en liefde wil prenten,
en een oprecht berouw over mijn zonden,
en de vaste wil om mij daarvan te beteren
terwijl ik met grote zielsontroering en droefheid uw vijf wonden
bij mijzelf overweeg en in de geest aanschouw,
voor ogen hebbende, wat reeds de profeet David U, over Uzelf in de mond legde, o goede Jezus:
Zij hebben mijn handen en voeten doorboord;
zij hebben al mijn beenderen geteld. (Ps. 21, 17-18).

Een Onze Vader, Wees Gegroet en Eer aan de Vader tot intentie van Z.H.de Paus.

(Volle aflaat, als het voor een kruisbeeld gebeden wordt)


Voor mij heeft dit gebed een heel speciale betekenis, want het was als 15 jarige dat ik door dat gebed het eerst een heel vaag begrip van God begon te krijgen. Dat is nog te sterk uitgedrukt.  Dat gebeurde op een Katholieke padvinders vereeniging, waar de twee jonge leiders, de hopman en de vaandrig, ons leden in dit gebed, dat zij altijd met echt gemeende eerbied deden.

Ik ging natuurlijk met mijn ouders naar de Kerk, maar dat deed iedereen en het maakte geen indruk op mij. De Kerk was een deel van het leven, net als de school. Maar dat gebed bleef bij mij, hoewel het geen grote levenservaring was of zoiets. Maar het voorbeeld van twee stoere jonge mannen die op hun blote knieen op de vloer vande zolder van het gebouw dat wij gebruikten als ons hoofdkwartier heeft toch een echte indruk gemaakt en ik heb dat gebed dan ook nooit vergeten.

Ik begreep er niet veel van, maar het gaf mij een gevoel dat er wel iets was en het stuurde mij onbewust en langzamerhand tot een geloofs ervaring toen ik ouder was.

Ik denk dat het de laatste zinnen waren die in mijn hoofd bleven ziten, waar men met een diep gevoel en berouw Zijn vijf wonden beschouwdt, daarbij denkend aan wat de profeet David zei, “Zij hebben mijn handen en voeten doorstoken en mijn beenderen geteld.

Met Pasen bleeft dat gebed weer door mijn hoofd spelen.

Dulcissime Jesu. Dat betekent eigenlijk allerzoetste Jezus. Dat is niet de taal die wij tegenwoordig gebruiken, maar het is moeilijk een beter woord te vinden. Vertalen is echt een kunst en soms is het gewoon niet mogelijk heel precies te zijn. Tegenwoordig zou men misschien van iemand kunnen zeggen dat hij een “lieve man” was of zo iets. Maar het latijnse woord “dulce” betekent meer dan alleen zoet. Het betekent ook gemakkelijk, zacht, fluweel, allemaal woorden die betekenen dat Jezus gezien wordt als een uiterst lieve Persoon.

En dat is Hij natuurlijk. Het Katholiek geloof is dat Jezus God is en wij weten zoals de apostel Johannes zegt dat God liefde is. Merk op dat Johannes niet zegt dat hij liefde “heeft”, maar dat Hij liefde “is”. Het verschil is dat als iemand liefde “heeft”, dat alleen maar een eigenschap onder andere is. Maar Gods heel wezen is louter liefde, een liefde zo groot dat wij het nooit helemaal kunnnen begrijpen. Daarom gebruikt de Heilige Schrift symboliesche taal om over Gods liefde te spreken, zoals bv in het Hoogelied.

Maar allerzoetse Jezus, een woord dat ons zo overdreven aankomt, komt eigenlijk van “Uw liefde is zoeter dan honing” ergens in de bijbel.

Het zijn de heiligen die werkelijk iets begrepen van Gods liefde en die waren of stom geslagen of kwamen tot verukking. Voor hun was “dulcissime, allerzoetse het minst dat zij konden zeggen over Gods liefde. Maar eigelijk zijn er geen woorden voor te vinden. Ik denk hier altijd aan Isaiah die een verschijning had en die daarna alleen maar kon stamelen als een kind “ah-ah-ah. En het is natuurlijk Gods liefde dat Hem tot de kruisdood bracht.

Waarom zo’n vreselijke, absoluut verschrikkelijke dood, vraag je jezelf . Iemand te onthoofden of dood te steken is al erg genoeg, maar op iemand op een kruis te spijkeren, zodat zij de meest vreselijke pijn die de mens kon ervaarden zouden krijgen, maar pas langzaam dood gingen, is zo totaal onmenselijk dat het onbegrijpelijk is. Waarom zo veel haat? Waarom plezier in iemands vreselijk leiden?

Iemand die gekruisigd werd kreeg een dikke botte spijker door zijn handen geslagen (net voor de pols) en dan ook door zijn voeten. Zo iemand kon niet op zijn voeten staan vanwege de verschrikkelijke pijn, maar als hij dan zijn gewicht op zijn armen leit vallen, kwam er een verscheurende pijn van zijn handen. Zo verschrikkelijk is die pijn, dat het hele lichaam begint te beven en de mens begint te kronkelen als een worm. Eerst op de voeten staan en ademen, maar dan wordt de pijn te verschrikkelijk en zak je aan en hang je aan je armen. Maar dat is ook verschrikkelijk pijnlijk en bovendien begin je te stikken, want je kan niet ademen.

Dus moet je weer gaan staan en tot dat je de vlammende pijn niet meer kan nemen. Dan begin je weer te hangen. Je hangt daar te kronkelijken als een worm. Zo ontzettend veel pijn heb je dan, dat je nauwelijk het leedvermaak van de mensen opmerkt. Veel lachen en spotten en spugen, “die machtige mens die de tempel in drie dagen zou opbouwen, daar hangt hij nu aan een stuk houdt gespijkerd, kermend met pijn. Kom er dan eens af, moet je toch om lachen. De verdomde dwaas”.

In dezelfde trant dreven ook de hogepriesters samen met de schriftgeleerden onder elkaar de spot met Hem: ‘Anderen heeft Hij gered, zichzelf kan Hij niet redden] De Messias, de koning van Israël; laat Hij nu van het kruis afkomen, zodat we zien en geloven.

Ontzettende pijn, leedvermaak, haat en vernedering. Maar de echte pijn was niet lichaamelijk, maar geestelijk. Het was voor onze zonden dat hij heeft geleden, onze zonden die hij door liefde op zich zelf heeft genomen, door mens te worden. Eerst en vooral de zonde van Adam en ook onze persoonlijke zonden. Voor ons is Hij zonde geworden, een vervloekt mens. Maar Hij is eigenlijk geen mens meer:

Ik ben een worm en geen mens,
door iedereen versmaad, bij het volk veracht.
Allen die mij zien, bespotten mij
ze schudden meewarig het hoofd:
‘Wend je tot de HEER! Laat hij je verlossen,
laat hij je bevrijden, hij houdt toch van je?

Psalm 22

Dat doet werkelijk pijn. De hoon, de haat, de bespotting. Het is niet alsof Jezus een misdaadiger was! Nee, het is precies vanwege Zijn oneindige liefde voor ons mensen dat Hij op het kruis hangt. Hij is God, die geheel liefde is. Maar die mensen die Hij zo ontzettend lief heeft en gelukkig zou willen maken, Zijn eigen schepsels, Zijn eigen kinderen, die versmadem hem en bespotten Hem.

Delicta quis intelligit? Wie kan zonden begrijpen? Wij zijn zo stompzinnig dat wij nauwelijks begrijpen hoe verschrikkelijk zelfs de kleinste zonde is. Zelfs erg grote zonden zien wij vaak niet als zonden meer. Omdat Hij nu zonde is, heeft Hij het gevoel dat God Hem totaal verlaten heeft, een pijn die moeilijk voor te stellen is. De Zoon, de God van liefde voelt zich nu totaal verlaten door Zijn Vader, de God van liefde.

Voor die pijn zijn geen woorden te vinden. Alleen maar voledige Liefde kan weten wat het betekent de God van liefde te verliezen. Dat verdriet is zo groot dat Hij al na een paar uren op sterven is. Hij sterft, niet van een gebroken lichaam, maar van een gebroken hart.

Zijn verdriet vindt een uitdrukking in gebed:

Mijn God, mijn God, waarom heeeft U mij verlaten?, (het begin van Pslam 22), een psalm van pijn en vertrouwen.

Maar voordat Hij sterft zegt Hij dat Hij dorstig is. Lichaamelijk is Hij totaal uitgeput en uitgedroogd door bloed verlies. Maar zijn diepste dorst voor de liefde van Zijn mensen, die toch Zijn kinderen zijn! Hij smeekt ons om liefde, omdat hij weet dat alleen liefde voor God ons gelukkig zou maken. In de diepte van zijn eenzaamheid, vernedering, verdriet, bittere pijn, en verlatenheid voelt Hij vooral de pijn dat zielen die verloren gaan.

Hoe kan je die pijn voorstellen? Ik denk hier aan een moeder die ik ken die haar enige dochter die zo mooi was en die zo’n grote mogelijkheden had, verloren heeft zien gaan door een verslavenis aan drugs. Zo erg was die verslavenis dat haar dochter op straat raakte en in levensgevaar is. Zulke pijn van een moeder is nauwelijks te begrijpen, en dat is de zielepijn die Jezus ervaarde. Niet Zijn kruisiging, maar het eeuwig verlies van onze zielen is wat Hem de dood bracht.

Abyssus abyssum invocat. De diepte van oneindige liefde roept naar de diepte van onze ellende, onze zondigheid. “ Kind, neem mijn liefde en vergevenis aan, verlaat je zelfzucht, kom binnen in het geluk van mijn Vader.”

Eindelijk geeft Hij de Geest op aaan Zijn Vader, Zijn werk volbracht geeft Zijn hart het bloed van vergevenis en het water van de doop.

Zo veel emotie, zo vele gedachten, zo veel woorden. God heeft maar een gedachte, een Woord, Liefde, voor ons barmhartigheid geworden. Daar op het kruis is Zijn onsprekelijke liefde, Zijn eeuwig Woord.

Voor het kruis gaan alle gedachten en woorden weg, als dorre bladeren voor de wind. Het wordt helemaal stil, en in die stilte begint men te leven, in Zijn Aanwezigheid. Gedachten zijn niet nodig, woorden zijn overbodig, want de mens begrijpt nu iets van zijn onbegrijpelijke God, iets dat niet in woorden kan worden gebracht. In de stilte van zijn hart voelt hij dat Liefde tot hem spreekt in een geheime taal waar geen woorden mogelijk zijn.

Hij begrijpt dat God IS en dat hij daarom ook is. Hij en ik, in de liefde van de Heilige Geest. De diepe angst van het leven vloeit weg omdat het vertrouwen van de Geest van liefde zijn hart vervuld. De mens kan nu nederig zijn omdat hij weet dat God alles is en dat zijn eigen ellende in God is verdwenen. In plaats heeft hij de vrede die alleen God kan geven en die de wereld niet kent.

Mea culpa, mea culpa, mea maxima culpa. De mens is verbijsterd van het ontzettend kwade hij heeft gedaan, maar met de Kerk kan het nu zeggen, gelukkige fout die ons zo’n redder gaf. Het is toch een Goede Vrijdag, toen onze zonde en ellende werd veruild voor het eeuwige geluk van liefde.

O bone et dulcissime Jesu!

Monday, 7 June 2010

Geluk in alles

Om geluk te hebben in alles
Wens om geluk te hebben in niets.
Om alles te bezitten
Wens om niets te bezitten.
Om alles te zijn
Wens om niets te zijn.
Om alles te weten
Wens om niets te weten.
Om aan te komen tot het geen genoegen hebben
Moet je gaan op een weg waarin je geen genoegen van hebt.
Om aan te komen tot het niet weten
Moet je gaan op een weg waarin je geen weten van hebt.
Om aan te komen aan dat wat jij niet hebt
Moet je gaan op een weg die jij niet hebt
Om aan te komen aan dat wat jij niet bent
Moet je gaan door dat wat jij niet bent

Johannes van het Kruis

Dit gezegde van Johannes van het Kruis klinkt op het eerste gehoor uiterst streng en onmenselijk te zijn.  Maar wat hij eigenlijk zegt is dat wij geluk alleen kunnen vinden in God en dat zo lang wij iets verlangen dat niet God is, wij Hem niet geheel kunnen ervaren.  Het is eigenlijk precies hetzelfde dat Jezus zei aan de rijke jongeman die volmaakt zou willen zijn:  verlaat alles en volg Mij!  Dus, je moet helemaal geen wensen hebben behalve het volgen van Christus. 

Het brandend bosje

Rubrum quem viderat Moyses
Incombustum conservatam agnovimus
Tuam laudabilem virginitatem
Dei Genitrix intercede pro nobis


Een oud liedje van de latijnse liturgie, Ik heb dat lied in het latijn gevonden in de Liber Usualis blz:443. Het komt uit de vespers "In Circumcisione Domini" onder het oktaaf van kerst en is een antifoon. Dei Genitrix ora pro nobis In de Liber staat er: Dei Genitrix, intercede pro nobis.

De vertaling:

In het bosje dat Mozes zag
Brandend maar vorm behoudend
Zien wij Uw prijswaardige maagdelijkheid
Moeder Gods, bid voor ons.

Toen Mozes zijn eerste ontmoeting had met Jahweh, zag hij een bosje dat in brand stond, maar dat niet verteerde. Toe hij dichterbij kwam hoorde hij een stem, “neem je schoenen af, deze plaats is heilig. Op die mysterieuse manier openbaarde God zich aan Mozes en door Hem aan het Joodse volk en eventueel aan de gehele mensheid. De Kerk heeft dit altijd ook gezien als een symbool van de Heilige Maagd, die moeder Gods werd zonder haar maagdelijkheid te verliezen. Totaal vervuld van genade van het begin van haar leven, brande in haar Gods liefde in een manier die wij niet kunnen voorstellen. Het was haar smeekgebed van uiterste nederigheid en verlangen voor Gods glorie dat door God werd gehoord op een manier dat zij ook nooit kon voorstellen. De Blijde Verkondiging was gegeven aan een jonge Joodse maagd, in een arm huishouden, in een arm gehucht, in een arm land, dat vreselijk onder een wreede bezetting leidde.

Nog eventjes het laatste deel: In ons menselijk leven is het vooral de moeder die meest met het kind te doen heeft. Zij vertaald of bemiddelt en geeft, als het waar, haar kind tot haar man, die haar het kind heeft gegeven. Maria heeft dezelfde taak. Als Moeder bemiddelt en geeft zij ons tot haar hemelse Bruidegom. Van het begin heeft de Kerk Christus gezien als het hoofd van de Kerk en Maria als het hart van de Kerk. Zij brengt ons naar Christus.

Dei Genitrix, intercede pro nobis!

Erfzonde

Een staat van zonde,waar het sacrament van het doopsel dan de zonde doet verdwijnen,en men is kind van God, de genadestaat. Maar de sporen blijven??

De erfzonde en de gevolgens daar van vinden vele mensen moeilijk te begrijpen, maar omdat het doopsel zo fundamenteel belangrijk is voor het Christelijke geloof, is het de moeite waard er verder over te denken.

Adam en Eva waren geboren zonder zonde en met heiligmakende genade, Gods leven in hun ziel, zo dat zij een diep begrip en eenheid met God hadden, in de bijbel uitgedrukt door te zeggen dat zij God hoorden wandelen in de namiddag. Dat een zijn met God in hun ziel, was het echte aarts paradijs. Door die eenheid hadden zij een totale controle over hun eigen natuur en hadden zij geen last van zondige gevoelens zoals lust of woede. Ook kon de natuur hun geen kwaad doen en konden zij bijvoorbeeld niet ziek worden of sterven.

Door Adams zonde heeft hij en hebben wij die gavens verloren en worden wij geboren met zijn schuld en met de gevolgens van zijn zonde, een genegenheid tot zonde. In plaats van God leven in ons als ons middelpunt, komen wij in de wereld zonder de heiligmakende genade, en met ons zelf als het middlepunt van ons leven. Dus komen wij in het leven met een groot verlies, zonder het leven van God in ons, dus als geestelijke dode mensen, kinderen van Adam, de vader.
-----
Zonder Gods leven in ons zijn wij dood. Om de mensheid te redden, is de tweede Persoon van de Heilige Drie-Eenheid mens geworden, zodat, als de heilige Godmens, door zijn gehoorzaamheid, hij de mensheid kon herstellen. Hij is daarom de nieuwe vader.

Maar hoe worden wij lid van de nieuwe mensheid en wat zijn de gevolgen? Denk er aan als een emigrant. Stel dat jij als Nederlander absoluut beu bent geworden van je eigen land. Het is klein, koud, nat, een echt kikkerlandje en nou wordt iedereen moslim!(de erfzonde). Dus jij gaat emigreren naar Gods eigen land, waar de zon altijd schijnt en waar het lekker droog en warm is, het beloofde land van melk en honing. Dus jij gaat naar Australie.

Na een tijdje in Australia (cathecuminate) ben je bevestigd in je geloof in Australia en vraag je aan om de Australiesche nationaliteit te krijgen. Dat krijg je in een officiele ceremonie (doopsel), waarbij je je eerste nationalitiet verwerpt (Adam) en je nieuwe nationaliteit annneemt (Christus). Nu ben je een nieuw mens.

Aan de buitenkant schiijnt niets verandert te zijn. Maar door een beslissing van jouw wil, ben je niet langer een lid van de Nederlandse gemeenschap, maar ben je een deel van de Australiesche gemeenschap. In Engels kan je zeggen dat je nu “incorporated” ben geworden met de Australiesche gemeenschap. (komt van corpus, lichaam, = ingelichaamd)
-------
Dus je bent nu deel van een nieuw volk, een nieuw lichaam. (het mystieke lichaam van Christus). Geestelijk gesproken is je Adamse-zelf gestorven en is Christus in jouw geboren. Je bent nu een deel van een nieuwe gemeenschap, een nieuw geestelijk (mystiek) lichaam.

Maar hoewel je nu een nieuwe Australier bent, merk je meteen dat je nog echt Nederlands bent in je denken, je doen, je praten, je cultuur, alles. De sporen van de erfzonde zitten er diep in! Je moet nog veel leren en dat is echt moeilijk en soms erg pijnlijk. Je kan echt voelen dat je je eigen identiteit verliest, je eigen “zelf”. Dus, hoewel je gedoopt bent, blijft de oude mens (Adam) nog lang in je en moet je er elke dag nog tegen vechten zo dat je een nieuwe (Christelijke) manier van denken aan neemt, tot dat je geheel Christelijk bent.

Waneer wij het doopsel ontvangen, ontvangen wij Gods leven, de aanwezigheid van de Heilge Drie-Eenheid in onze ziel. Dat is het eerste begin van het Christelijke leven, en dit kan men precies vergelijken met het eerste begin van het menselijke leven in de moederschoot. Als de mens ontvangen wordt in de moederschoot, ademt God het de ziel in en worden wij een levend wezen. Op de zelfde manier, als het Goddelijk leven ontvangen wordt, ademt God ons de Heilige Geest in onze ziel en worden wij een (Goddelijk) levend wezen. Net als onze ziel ons lichaam verlevend, zo verlevend de Heilige Geest onze ziel.
----
Wij worden ontvangen in de schoot van de Kerk, die onze moeder is. Het Goddelijk leven komt van Christus als de nieuwe Adam, als de nieuwe vader, tot Maria, de nieuwe Eva, de nieuwe moeder, de Kerk. Door hun mystiek huwelijk op Calvarie, zijn Christus en Maria een mystiek vlees geworden, een mystiek lichaam, een Christus, en door de doop worden wij in dat mystiek lichaam ontvangen, in de moederschoot.

Een kindje in de schoot wordt gevoed door het lichaam van de moeder, door haar vlees en bloed. Ons voedsel in de schoot van de Kerk is het mystieke vlees en bloed, de Heilige Eucharistie. Door gehoorzaam te zijn, blijft het Goddelijk leven in ons groeien, tot dat de tijd komt dat wij de schoot van de Kerk verlaten en geboren worden in het hemelse leven.

God is overal en toch is dat heel moeilijk voor ons te begrijpen of voor te stellen. Maar denk eens aan de baby in de moederschoot. Haar moeder is helemaal rondom, maar zij kan haar moeder niet zien of voorstellen. Dat is helemaal buiten haar ervaring. Ook kan het niet voorstellen wat de wereld buiten de moederschoot zou zijn.

De baby leeft in donkerheid, maar is warm en veilig. Wij leven in de donkerheid van het geloof, maar wij zijn warm en veilig. Als de baby kon denken, zou het toch moeilijk zijn voor haar te geloven dat buiten de donkere veiligheid van de schoot, een prachtige, onvoorstelbare wereld zou zijn, waar zij haar vader en moeder kan zien.

Zij zou waarschijnlijk bang zijn de schoot te verlaten door het moeilijke en pijnlijke proces van geboorte.

Als het kon, zou het misschien willen niet verder te groeien. Het zou dan in de duisternis blijven en uiteindelijk sterven.

Zo gaat het met de mens. Hij wordt uitgenodigd Gods leven te ontvangen, maar niet iedereen wil de veiligheid van zijn eigen klein leven verlaten. Hij wil niet geloven en krijgt daarom Gods leven niet. Hij wordt daarom dood geboren in het hiernamaals.

Een mens kan het leven ontvangen, maar het later weer verstoten. Hij is een miskraam en wordt dood geboren. Andere mensen hebben maar een zwak geloof, en groeien daarom niet goed. Zij worden levend geboren, maar zijn nog niet in staat zelfstandig in het hiernamaals te leven. Zij moeten nog eerst intensieve zorg krijgen (het vagevuur).

Maar als wij volwassen zijn, verlaten wij de moederschoot en worden wij geboren in het hiernamaals, een onvoorstelbaar mooie wereld, waar wij God zien en in Zijn vreugde leven

Een kind in de moederschoot heeft zich nergens zorgen over te maken. Het enige dat het moet doen is het voedsel te aanvaarden, zo dat het goed zal groeien. Alles komt van de moeder. Zo is het ook in het geloofsleven. Het enige dat wij moeten doen is het Woord van God, Christus, de Waarheid voledig te aanvaarden. Alles komt van God. Wij hoeven alleen maar de deur open te maken.

De plaats die Maria heeft in het Katholiek geloof is vaak niet goed begrepen. Maar als je begrijpt hoe belangrijk de rol van de moeder is in het menselijk leven, dan begin je te begrijpen wat Maria voor ons betekent. God heeft de mensheid herstelt door vlees te worden en ons een nieuwe vader en moeder te geven in de totale eenheid van Jezus en Maria. In Adam waren wij een vlees, maar in Christus zijn wij een mystiek vlees (lichaam).

Voor al een duizend jaren hebben de Karthuizers hun leven geleefd diep in het hart van de Kerk, als kluizenaars in diepe eenzaamheid en inwendig gebed. De voornaamste kamer van een kluis is het cubiculum (cell), waar de monnik bidt, studeert, eet en slaapt, waar hij zijn hele leven leeft. Het is daarom interessant te weten dat als een Karthuizer zijn cell ingaat, hij eerst door een voorkamer moet gaan, die Ave Maria genoemd is, waar hij eerst een gebed offert aan Onze Lieve Vrouw,. Het is door Maria dat hij de tent van ontmoeting met de Heer binnen gaat. Ook bij alle officiele gebeden die hij dagelijks opoffert in zijn cell, begint hij altijd met een gebed tot Maria de patroon heilige van de orde. Haar antwoord (Fiat, mag uw wil geschiede) aan de Heilige Geest is het voorbeeld voor al inwendig gebed.

Zij leert ons te bidden en door dat gebed overkomen wij de sporen van de erfzonde en beginnen wij God te vinden in ons hart, waar de Bruid zich verenigt met haar Bruidegom, de aarde met de hemel, het menselijke met het Goddelijke. De weg is lang en droog en woest, maar het leidt tot de bron van water, het beloofde land. (Karthuizer Statuten 4,1)

Hel

Hoe kan een God van liefde een mens eeuwig bestraffen in hel?

Tegenwoordig hoor je nooit iets meer over hel. Er wordt nooit over gepreekt, niets over geschreven en er wordt helemaal niet over gepraat.

Hel bestaat wel op aarde. Denk aan de Holocaust, Hiroshima, Hitler, Stalin, Mao, Pol Pot, Idi Amin, Ruanda, Iraq, Beslan, enz. Ook Aids, echtschijding, heroin, depressie, pornography enz.

Maar juist nu gelooft haast niemand niet meer in hel. Waarom?

1. Ons idee van God is veranderd. De Oude Testament God was iemand van wie je bang moest zijn. De God van het Nieuwe Testament was veel meer een God van liefde.

Maar er waren nog veel waarschuwingen van straffen, hel en eeuwige dood en dat werd goed begrepen door een samenleving dat zelf erg wreed was.

Het Katholieke geloof had vaak een erg verkrampt idee van God en tot 1850 was er nog een probleem met Jansenism, dat God zag als een strenge rechter, die je zonden nauwkeurig neerschreef.

Het was eigenlijk niet tot dat St Therese van Lisieux haar leven openbaarde, dat onze ideen begonnen te veranderen. Nu zien wij God als vol van liefde. Zoete Jesus, die niemand veroordeelt en iedereen vergeeft..

2. Ons idee van de mens is veranderd. Wij begrijpen veel beter waarom mensen slechte dingen doen. Niets is zomaar zwart of wit. Misdadigers (zondaars) zijn vaak arme mensen, met veel problemen. Wij zijn meer meedogend geworden.

3. Ons idee over hel is niet veranderd. Wij denken nog steeds dat God de hel geschapen heeft zo dat zondaars daar nou goed gestraft konden worden, gefoltert met vuur en vreselijke pijn, eeuwig. Een verschrikkelijk wreed idee!

4. Maar zelf doden wij mensen niet meer en zelfs de slechtste misdadigers worden heel menselijk behandeld. Wij, zondige mensen, behandelen misdadigers met liefde, zeker niet met vuur en pijn. Maar de God van liefde slingert zondaars in het eeuwige vuur, vol vreselijk pijn? Kan toch niet!

Als een resultaat geloven meeste mensen eigenlijk niet meer in een hel en wordt het gezien als een ouderwets idee.

Maar wat zegt de Katholieke Kerk?

Het is de leer van de Kerk dat mensen geschapen worden met een vrije wil en dat God niemand dwingt om hem lief te hebben. Ons leven op aarde geeft ons de mogelijkheid om een vrije keus te maken, want God verbergt zijn aantrekkelijkheid, omdat wij anders geen vrije keuze zouden kunnen maken.

Dat is precies de grote glorie van de mens, dat hij vrij is en vrijwillig kan besluiten God lief te hebben of niet. Het is zijn keuze.

Het Woord is het ware licht dat iedereen verlicht. (Johannes 1,9) Dat licht is ons geweten en het laat ons het verschil zien tussen goede en kwaad. Elke dag maken wij kleine beslissingen voor of tegen ons geweten, voor of tegen het goed of het kwaad, voor of tegen God.

Maar is het echt mogelijk dat wij vrijwillig kwaad kiezen? Kan een mens zo dom zijn? Heb jij nooit gezondigd? Misschien zag het eerst niet als een zonde. Jij zag het eerst als iets aantrekkelijk, hoewel je eigenlijk wist dat het verkeerd was.

Of misschien was je toen nog zo trots en zelfrechtvaardig, dat je het nog niet eens als verkeerd zag. Naderhand ben je misschien nederig geworden en erkende je dat je verkeerd had gedaan.

In ieder geval, in ons leven bevestigen wij onze vrjie keuze. Dan, als wij sterven krijgen wij de keuze die wij in ons leven hebben gemaakt. Nog voordat je ziel het lichaam verlaat, begin je God te zien. Iemand die helemaal God gekozen heeft, begint dan God te zien in zijn hele aantrekkelijkheid en hij vliegt naar Hem toe, vol van geluk.

Iemand die wel God heeft gekozen maar niet een 100 procent, ziet ook God’s aantrekkelijkheid en heeft God ontzaggelijk lief en is erg gelukkig, maar ervaart vreselijke pijn omdat hij ziet dat hij nog zondige gewoontes heeft. Dat is het vagevuur.

Deze pijn is onvoorstelbaar groot. Je kan het zo’n beetje vergelijken met iemand die door zijn eigen stommiteit zijn kind een ongeluk heeft laten overkomen, zodat het kind altijd kreupel zou zijn. Zo iets doet ongelooflijk veel pijn en de meer je God lief hebt, de meer pijn het doet. En dat blijft totdat het zonde verband helemaal verbroken is.

De mens die tegen God heeft besloten, krijgt ook zijn keuze. Hij ziet de aantrekkelijkheid van God, maar ziet Hem als een vernedering, een vernietiging van zijn eigen ego. Hij heeft daarom een absolute afschuw van God en is vertrokken van haat.

God heeft hem nog steeds lief, want God is liefde. En dat is wat hel zo vreselijk maakt! Niet het vuur enz., nee, het probleem is dat de ziel ziet dat God ontzaggelijk lief is en dat hij Hem ontzettend nodig heeft , maar ter zelfde tijd heeft hij een absolute haat en afschuw van God. Hij wordt verscheurd in een innerlijke tegenstelling. Dat is het ware vuur van de hel.

Een voorbeeld is een heroin beslaafde die “cold turkey” gaat. Hij wil van heroin af, maar zijn heel lichaam schreeuwt om heroin, een vreselijke ervaring. Maar in de hel schreeuwt de ziel, zijn hele natuur, om God, en die pijn kan je niet beschrijven. Maar hij wil God niet .

De ziel realiseert dat zonder God het helemaal geen leven meer heeft, want leven betekent een relatie en die heeft hij niet . Hij begrijpt dat hij helemaal alleen is, zonder God en ook zonder vrienden, omdat hij iedereen en alles haat. Hij heeft alleen maar zichzelf, en hij haat zichzelf ook, omdat zijn menselijke natuur God nodig heeft.

Het is een zinloos leeg leven, een leven van wanhoop, dat alleen maar pijn heeft en waar geen einde aan komt.

Zo vreselijk is die pijn, dat de verloren ziel zo ver mogelijk weg van God wil gaan, weg van God’s licht, dat zo pijnlijk is. Daarom vlucht hij naar hel, want dat is de plaats die God in zijn barmhartigheid heeft geschapen om de pijn van het verlies zoveel mogelijk minder te maken.

In de duisternis van de hel is het licht van God gematigd, zodat zijn pijn niet oneindig groot is. Wat hij voelt is de negatieve pijn van het verlies, maar niet de positieve pijn van het licht. Hij voelt de hitte maar niet de brandende zonneschijn.

Het pijn van verlies is de grootste pijn van de hel. Alles anders is maar een klein biertje. Maar toch is dat ook vreselijk:

De tweede pijn is dat van wroeging. Hij weet dat hij in hel is door zijn eigen daden. Hij heeft spijt (knarsen van tanden, wenen) over zijn daden die hem zo’n ontzettend einde heeft gebracht, maar hij heeft helemaal geen spijt over zijn schuld.

De derde pijn is de aanwezigheid van de duivel. De duivel is een engel, eenst het grootste wezen in de schepping, ongelooflijk groot in verstand en kracht, maar nu vol van sataniesch haat, die veel grotelijk dan menselijke haat is. Zijn aanwezigheid, soms door Heiligen ervaren, is zo ontzettend dat het moeilijk te voorstellen is. En hij heeft macht over de ziel die zijn dienaar is.

Deel van deze pijn is de aanwezigheid van andere demonen en verloren zielen, allemaal vol van haat voor God en elkaar.

De vierde pijn is het lichaamlijke pijn, de pijn van het “vuur”. Theologen hebben altijd gezecht dat dit een echt soort vuur is. Dat kan je zo indenken: Bij het laatste ordeel krijgen wij allemaal een ontsterfelijk lichaam, ook de verloren. Ook komt er een nieuwe aarde, een nieuwe natuur.

Voor de gelukzaligen geeft dat nog meer geluk. Een heilige ziet een roos en ziet meteen de liefde van God. In de hemel is de hele natuur gedrenkt van God’s aanwezigheid. Dit geeft de gelukzaligen enorm geluk, maar voor de verloren is dat uiterst pijnlijk. De hele natuur doet hun verschrikkelijk pijn. Het hele lichaam leeft in een natuur dat voor hun ongeschikt is en dat ervaren zij als een vurige pijn.

Als je ooit een zware zonnebrand hebt gehad, dan weet je hoe pijnlijk dat is. De geringste aanraking, of zefs een klein tochtje doet enorm pijn. Op die manier is de natuur voor de verloren zien uiterst pijnlijk.

Een verloren ziel is niet meer een mens. Als een mens sterft gaat zijn leven weg. Het stoffelijk overschot is niet meer een mens maar een lijk dat begraven of verbrand moet worden.

Een verloren ziel heeft ook geen (Goddelijk) leven. Het is daarom geen mens, maar een overschot, een lijk en moet begraven of verbrand worden in de hel…….Het is niet een stoffelijk overschot maar een geestelijk overschot. Er is geen menselijk of geestelijk leven in de hel.......

Als je zo over hel denkt, dan begin je te begrijpen waarom Onze Lieve Heer er zo vaak op waarschuwde. Het is niet alsof hij mensen met plezier in de hel slingert. Nee, zijn waarschuwing is dat als wij Hem niet lief hebben, wij eeuwig totaal alleen zullen zijn, verloren in onvoorstelbare verschrikkelijke eenzaamheid.

Hoe veel mensen gaan naar hel? De opinie van theologen is altijd geweest dat de meerderheid van mensen naar de hel gaan. (Veel zijn geroepen maar weinig zijn gekozen).

Misschien heben zij het verkeerd. Misschien gaat maar een derde naar de hel. Dat is nog steeds ontzettend veel. Zelfs een ziel is veel te veel, als je denkt aan het afschuwlijk niet-bestaan in hel. Iemand die zo gelukkig zou kunnen zijn geweest! Maar zij wouden het niet.

Nu kan je ook indenken waarom OLH zo veel lijden aangenomen heeft in het Hof van Olijven en op Golgotha. Voor Hem was het verlies van een kind in hel te vreselijk om aan te denken en Hij gaf zich zelf daarom aan het Kruis. Om ons te laten zien hoe veel wij voor Hem betekenen en hoe ontzettend het is om van God weg te gaan.

God is liefde. De hel is de andere kant van liefde, de andere kant van God. Het is God wanneer je Hem verstoten hebt.

Sancta Maria, ora pro nobis pecatoribus….

Vagevuur

De gedachten van Paus Benedictus XVI in zijn encykliek "Spe Salvi"

Paragraaf 47.

Enkele recente theologen zijn van mening dat het verbrandende en tegelijk reddende vuur Christus is, de Rechter en Redder. De ontmoeting met Hem is het beslissende moment van het oordeel. Voor Zijn aanblik smelt alle onwaarheid. De ontmoeting met Hem, die ons in het vuur loutert, maakt ons vrij voor het wezenlijke van onszelf. Daarbij kan blijken dat alles wat wij tijdens ons leven opgebouwd hebben enkel stro is, dat het grootdoenerij is en in elkaar stort. Maar in de pijn vandeze ontmoeting, waarin ons het onreine en zieke van ons bestaan geopenbaard wordt, is redding. Zijn blik, de aanraking van Zijn hart, geneest ons in een ongetwijfeld pijnlijke omvorming “om zo te zeggen, door het vuur heen”. Maar het is een zalige pijn, waarin de heilige macht van Zijn liefde ons brandend doordringt,zodat wij eindelijk geheel onszelf worden en daardoor geheel aan God toebehoren.

Zo wordt ook de verstrengeling van gerechtigheid en genade zichtbaar: ons leven doet er wel degelijk toe, maar ons vuil bevlekt ons niet voor eeuwig, als we tenminste gericht zijn gebleven op Christus, op de waarheid en op de liefde. Ons vuil is tenslotte al verbrand in het lijden van Christus. Op het moment van het oordeel ervaren en ontvangen wij deze overmacht van Zijn liefde over al het kwaad in de wereld en in ons. De pijn van de liefde wordt onze redding en onze vreugde.

Het is duidelijk dat wij de ‘duur’ van dit louterende branden niet met de chronologische maten van onze aardse tijd kunnen meten. Het omvormende ‘ogenblik’ van deze ontmoeting onttrekt zich aan aardse maatstaven - het is de tijd van het hart, de tijd van ‘overgang’ naar gemeenschap met God in het Lichaam van Christus.

39 Het oordeel van God is hoop, zowel omdat het gerechtigheid is als omdat het genade is. Als het alleen genade was, waardoor al het aardse er niets meer toe zou doen, dan zou God de vraag naar de rechtvaardigheid schuldig blijven, die voor ons de beslissende vraag is aan de geschiedenis en aan God Zelf. Als het alleen gerechtigheid was, zou het ten slotte voor ons allemaal alleen maar angst kunnen betekenen. De Menswording van God in Christus heeft beide – oordeel en genade – zo samengevoegd dat de gerechtigheid wordt hersteld; wij maken dus allen werk van ons heil “met vrezen en beven” (Fil 2,12).

Maar toch laat de genade ons allen hopen en vol vertrouwen tot de Rechter gaan, die wij kennen als onze ‘Advocaat’, parakletos (vgl. 1Joh 2,1).

Hemel

Een paar losse gedachten

In de context van de Openbaring, weten wij dat de “hemel” of het “geluk” waarin wij ons zullen vinden niet een abstractive is, noch een physieke plaats in de wolken, maar een levende, persoonlijke relatie met de heilige Drie-Eenheid. Het is onze ontmoeting met de Vader, die plaats vindt in de verezen Christus door de communie van de Heilige Geest (Paus Johannes Paulus 2)

Het zou het ogenblik zijn van onderduiken in de oceaan van oneindige liefde, waarin er geen tijd meer is, geen vóór en na. Wij kunnen alleen proberen te denken dat dit ogenblik het leven in de volle zin is, ons steeds opnieuw onderdompelen in de uitgestrektheid van het zijn, waarin wij eenvoudigweg door vreugde overweldigdworden. (Paus Benedict in “Spe Salvi”)

Dit volmaakte leven samen met de allerheiligste Drieëenheid, deze gemeenschap van leven en liefde met de Drieëenheid, de Maagd Maria, de engelen en alle gelukzaligen wordt 'hemel' genoemd. De hemel is het uiteindelijk doel en de verwezenlijking van de diepste verlangens van de mens, de hoogste en definitieve staat van geluk. (Catechismus 1024)
Leven in de hemel is 'bij Christus zijn'.1 De uitverkorenen leven 'in Hem', maar zij behouden er, of beter gezegd, zij vinden er hun ware identiteit, hun eigen naam. (Catechismus 1025)

Dit mysterie van de gelukzalige gemeenschap met God en met allen die in Christus zijn, gaat ieder begrip en iedere beschrijving te boven. De Schrift spreekt ons erover in beelden: leven, licht, vrede, bruiloftsfeest, wijn van het koninkrijk, vaderhuis, hemels Jeruzalem, paradijs: 'Geen oog heeft gezien, geen oor heeft gehoord, geen mens kan het zich voorstellen, al wat God bereid heeft voor die Hem liefhebben' (Catechismus 1027)

Omdat wij God niet kunnen voorstellen, kunnen wij ook het EEN zijn (de hemel) niet voorstellen. Daarom kan de Heilige Schrift alleen maar beeldspraak gebruiken. Al die beelden hebben een element van waarheid, maar zijn nooit de hele waarheid. Zij verbergen eigenlijk meer dan wat zij zeggen.

Zij die sterven in de genade en vriendschap van God en die volmaakt gelouterd zijn, leven voor eeuwig met Christus. Zij zijn voor eeuwig gelijk aan God, omdat zij Hem zien ’zoals Hij is’ (1 Joh. 3,2), van aangezicht tot aangezicht.

Maar de mens is niet alleen een ziel, maar een eenheid van geest en lichaam. Hij is geboren als Adamah (van der aarde), geschapen door God van het slijk van de aarde. Zijn lichaam is gemaakt van atomen die eerst geschapen waren in de explosives van sterren. Lichamelijk is hij de vrucht, de essentie van de aarde. Door Adams zonde was die eenheid met het heelal gescheiden (zonde is een scheiding, een schisma), maar in de verijzenis van het lichaam zal ook het heelal vergeestelijkt worden, omdat het deel van de mens is.

Dus zal er een nieuwe aarde (universum) zijn, waarin wij alle goede dingen van de aarde zullen terug vinden, (bv planten en dieren) maar op een verheerlijkte manier. Tot nu toe ligt de aarde “buiten” God als het waar, (St Paul zegt dat de hele schepping kreunt met verlangen voor verlossing) maar door onze verheerlijking zal de aarde ook in God opgenomen worden.

Barmhartigheid van God

Wat is Goddelijke barmhartigheid? God is liefde, maar barmhartigheid is Zijn liefde in het geval van ellende, vooral de grootste ellende, zonde. Maar wat betekent het precies?

Zo ver ik het weet is het woord barmhartigheid een vertaling van het latijnse woord misericordia (miser = arm, cordia = hart), dus be-arm hartigheid. Het heeft te doen met medelijden met armoede, ontfermen en vergeven enz. Het latijnse woord was zelf een vertaling van het Hebreeuwse woord HESED. Dat woord schijnt eigenlijk te betekenen Gods trouwe liefde die de mens altijd steunt.

Het is altijd zeer moeilijk om woorden te vertalen omdat je haast nooit precies dezelfde mening in een andere taal hebt. Dus wat betekent Hesed precies? Trouwe liefde, een verbintenis tussen God en de mens, een liefde die verplicht.

Ik geloof dat het woord Hesed van een wortel komt die de moederschoot betekent. Dus Hesed betekent eigenlijk de “schoot” liefde, de diepe primale oerliefde van een baarmoeder voor haar kind. Jezus gebruikte dat voorbeeld om te zeggen hoe groot Zijn liefde was: Kan een moeder haar kind vergeten, de kind van haar schoot? Onmogelijk, niet denkbaar. Maar toch zegt Jezus, zelfs als zij haar kind zou vergeten, ik zal jou nooit vergeten.

Dus laat Jezus ons zien dat Gods liefde als moederliefde is, alleen maar groter. Ook gebruikt Hij het beeld van een kip, een hen, die haar kuikens verbergt onder haar vleugels als er gevaar is. Als je ooit een hen hebt gezien die haar kuikens onder haar vleugels verbergt, zal je begrijpen wat een prachtig beeld dat is. Zelfs een dieren moeder laat ons zien hoe God ons lief heeft.

Dan is er ook het beeld van de verloren zoon en de vader die zo bezorgd is dat hij elke dag gaat kijken, met veel pijn in zijn hart, of zijn zoon al terug komt. Dan als hij eindelijk terug komt is er absoluut geen gedachte van zijn zonden, maar alleen maar grote vreugde dat zijn zoon weer tot het leven is gekomen.

In Engels is er eigenlijk maar een woord voor Gods barmhartige liefde en dat is eigenaardig, want Engels is een zeer woordenrijke taal. Nederlands heeft drie manieren om over Gods barmhartigheid te spreken.

De eerste is in het Kyrie Eleison in de Mis. In Engels zeggen wij, Lord have mercy, maar in Nederlands is het Heer, ontfermt U over ons. Het woord “ontferm” heeft de betekenis van een machtige en liefdevolle mens die een arm weeskind aanneemt en hem tot zoon maakt. Dus als wij zeggen, Heer ontfermt U over ons, vragen wij dat Hij ons als een arm weeskind aanneemt. Dus spreken wij God aan als Vader.

De tweede is waneer wij God om vergevenis vragen. In Engels is het weer hetzeflde woord, Merciful God, I am sorry for my sins. In Nederlands zeggen wij, Barmhartige God, ik heb spijt over mijn zonden. Dus vragen wij aan het hart van God, het hart van moederliefde, dat voor ons doorgestoken was, om ons te vergeven. Het is dus een gebed aan Jezus, de tweede persoon van de Heilige Drie-Eenheid.

De derde is waneer wij zeggen, in Engels, Lord be merciful to me a sinner. In Nederlands, Heer ben mij zondaar genadig. Dus vragen wij Hem om ons niet te behandelen zoals wij het verdienen, maar om ons te vergeven en ons toch de gavens (genaden) te geven die wij zo erg nodig hebben voor ons geestelijk leven. Dit is de genade van de Heilige Geest, de heiligmakende genade die ons deel maakt van de Goddelijke natuur, en dus is dat een gebed tot God de Heilige Geest.

Dus vragen wij de Vader om zich over ons te ontfermen, door de barmhartigheid van Zijn Zoon, in de levensgevende genade van de Heilige Geest.

God is liefde, en de natuur van liefde is dat het altijd geluk wil brengen. Het doel van de schepping was dat schepselen het eeuwige geluk van Gods liefde konden ervaren, door Gods natuur te delen. Gods geluk is ons gelukkig te maken!

Maar door de erfzonde zijn wij van de gave van de Goddelijke natuur beroofd en zijn wij teruggevallen op onze menselijke natuur, maar een gevallen menselijke natuur, waar wij onderhevig zijn aan de drie begeertes. Men denkt hier aan de man die door rovers aangevallen was en zwaar gewond bij de weg was gegooid. Uiteindelijk was het een Samaritaan, een vreemdeling (God), die de man (een Jood, een vijand) opnam, zijn wonden behandelde en hem naar de herberg (Kerk) bracht, met de opdracht hem te verplegen totdat hij terug zou komen.

God is onze naaste

Men denkt ook aan de verloren zoon (de mensheid) die vrijwillig het huis van zijn vader verliet (erfzonde) om zich overtegeven aan de bekoring van het onafhankelijke leven. Hij nam met zich zijn grote ervenis en dus kon hij een hele tijd leven van de rijkheid die hij van zijn vader had gekregen. Zo kan ook de mens en de samenleving die God verlaat nog een hele tijd leven van het geestelijke goed die hij meegekregen heeft. Maar omdat hij niet meer met de Vader leeft, groeit het fortuin niet meer en is de mens uiteindelijk failliet.

Toen kwam hij tot zichzelf en zei: “Zoveel dagloners van mijn vader hebben brood in overvloed, en ik verga hier van de honger! Het is zijn wanhoop die hem drijft. Ik ga terug naar mijn vader. Ik zal hem zeggen: Vader, ik heb gezondigd tegen de hemel en tegen u; ik ben het niet meer waard om uw zoon te heten, behandel me als een van uw dagloners.” En hij ging terug naar zijn vader.

Dan, als de mens hongerig en dorstig wordt en verrekt van de armoede (hij zou graag het varkensvoer hebben gegeten, voor de Jood iets onvoorstelbaars) begint hij zich te bezinnen. Pas de ellende bringt hem aan de gedachte dat hij God moet vinden. Pas de ervaring dat hij niet in een aarts paradijs leeft,en de gevolgen zijn zonde, zijn vervreemding van God en de diepe pijn dat een leven zonder hoop en liefde brengt, kan hem tot bezinning brengen.Hij begrijpt dan dat wij niet zonder liefde (God) kunnen leven en dat een levenswijze zonder God alleen tot ellende leidt. Er is nog geen kwestie van berouw over zijn zonde, het is gewoon zijn ellende, de zekerheid dat hij zal sterven in ellende die hem terug aan God trekt.

Ellende was altijd het gevolg van de zonde. In Genesis zien wij hoe God de mens uit het paradijs werpt en het sluit. In de werkelijkheid is het wij die zelf het paradijs van Gods liefde hebben verlaten, het echte aarts paradijs, toen wij God nog in ons hart hadden en vertrouwlijk met hem omgingen. Dat was de tijd dat wij hem nog hoorden wandelen in de koelte van de namiddag. (Genesis)
Maar door God te verstoten, leven wij nu in een droog en moeilijk land en ervaren wij dagelijks de ellende van onze zwakheid, de eenzaamheid van een liefdeloos bestaan, de hopeloosheid van de dood en de dagelijkse dreiging tegen ons leven. Het is Gods barmhartigheid die ons zo gemaakt heeft dat wij niet gelukkig kunnen zijn zonder Hem. Maar zo ver zijn wij van het ware leven van liefde vervreemd, dat wij ons tevreden zouden stellen met varkensvoer, de dagelijkse vreugden van genoeg te eten een goede baan, menselijke liefde enz. Niet dat die dingen in zichzelf slecht zijn, maar als zij een substituut worden voor God, zoals vaak het geval is, dat is het varkensvoer.

Maar vaak krijgen wij zelfs dat varkensvoer niet. Vaak gaan dingen verkeerd en veliezen wij wat wij zou noodzakelijk vinden, onze baan, ons geld, onze verhouding met mensen, onze gezondheid enz. Dan beginnen wij pas echt te hongeren en pas dan beginnen wij naar God te zoeken.

Het is dus de ervaring van pijn dat de leugen geeft aan onze zelfstandigheid, de waanzinnige poging om ons geluk in ons zelf te vinden, om onafhankelijk van God te zijn, om onze eigen God te zijn, om te zijn zoals God.

De dagloners van mijn vader hebben eten in overvloed, en ik kom hier om van de honger.

Het is door de ervaring van onze essentiele armoede en ellende, onze pijn, het niets zijn, het minder dan niets zijn door zonde, dat wij naar God zoeken. Wij zoeken hem vanwege onze ellende, vanwege onze nood, niet vanwege onze liefde.

Het is dus niet onze liefde voor de Vader die ons drijft, maar onze ellende. Maar God de Vader ziet ons al terwijl wij nog zo ver weg zijn en rent ons tegemoet:

Zijn vader zag hem in de verte al aankomen. Hij kreeg medelijden en rende op zijn zoon af, viel hem om de hals en kuste hem.

Het is God die ons tegemoet komt en ons begint te omhelsen en te kussen, nog voordat wij iets kunnen zeggen. Het is de ervaring van Zijn onstuimige, onvoorwaardelijke liefde die ons dan de moed geeft om ons berouw te stamelen.

Vader, ik heb gezondigd tegen de hemel en tegen u, ik ben het niet meer waard uw zoon genoemd te worden; behandel mij als een van uw dagloners.”

Bewust van onze zonde en zijn schuld, en onbewust van de grootheid van Gods liefde vragen alleen maar dat hij een knecht mag zijn in ons Vaders huis, zo dat wij niet zouden sterven. Onze schuld is groot. Wij hebben God niet alleen grondig beledigd, maar hebben Zijn rijkheid, Zijn gavens verloren door een zondig leven. Wij hebben dus absoluut geen verdienste, niets waarop wij met rechtvaardigheid iets kunnen eisen. Om dat wij zelf zondig zijn, kunnen wij niet meer van God verwachten. Wij beperken onze verwachting van Hem omdat wij een grotere liefde niet kunnen voorstellen. Wij oordelen God met ons zelf als maatstaf. Wij denken dat God ons zou behandelen als of hij een zondig mens was, zoals wij het zelf zouden doen.

Maar daar is geen sprake van. Hij heeft zijn Vaders liefde nog nooit begrepen. Zijn liefde is totaal onbaatzuchtig. Zijn geluk is Zijn kind gelukkig te zien in de gemeenschap van Gods liefde. Rechtvaardigheid komt niet te pas. De Vader geeft hem nog niet eens een antwoord! Er is geen berisping, geen les, geen verontwaardige gevoelens, geen voorwaardelijke vergevenis. Er is zelfs geen sprake van vergevenis! Alleen overgrote en onvoorwaardelijke vreugde en liefde!

Maar de vader zei tegen zijn knechten: “Haal vlug het mooiste gewaad en trek het hem aan, doe hem een ring aan zijn vinger en geef hem sandalen.

Met het gewaad wordt hij weer gekleed met de mantel van liefde, het inwonen van de Heilige Geest en wordt hij weer opnieuw geboren in het leven van God. De ring was was een zegelring, het teken van volmacht van en de vereniging met de Vader. De sandalen was een teken dat hij niet een knecht, maar een zoon was. Het gewaad, de ring en de schoenen waren dus een teken van onze voledige onderdompeling, doop, in de Heilige Drie_Eenheid. Het beeld van de heilige Drie-Eenheid is nu weer herstelt en de mens is van de dood opgestaan.

Breng het gemeste kalf en slacht het. Laten we eten en feestvieren,] want deze zoon van mij was dood en is weer tot leven gekomen, hij was verloren en is teruggevonden.” En ze begonnen feest te vieren.

Er is geen grotere vreugde in de hemel dan voor een zondaar die zich bekeerd. Een leven dat verloren was, een ziel die al met een voet in de hel stond, een mens die geestelijk dood was is weer herboren tot het eeuwige leven.

Wat is dat geestelijke leven? Hier de gelijknis is dat van een feest, waar het fijnste voedsel wordt gegeten. Als men diep gelukkig is, als er iets gebeurd is dat ons zeer gelukkig maakt, dan willen wij dat altijd scharen. Wij roepen daarom onze vrienden tezamen om ons geluk te delen zodat iedereen gelukkig zal zijn. Geluk wil zich altijd scharen, want dat vermenigvuldigt het geluk. En typiesch doen wij dat door het consumeren van voedsel. Voedsel houdt ons in het leven en is daarom het diepste symbool van geluk, van het leven. En op een feest hebben wij voedsel en het geluk in overvloed.

Maar dit aardse beeld omhult de diepste hemelse realiteit.

Wordt vervolgd!

Geluk

Ik had mijzelf afgevraagd of ik mijn blog eeuwig geluk of oneindig geluk zou noemen. Voor mij betekent eeuwig geluk zeker het geluk dat wij ervaren in de hemel, maar het heeft meer het idee van een geluk dat eeuwig door gaat. “Oneindig” geluk betekent voor mij dat je geluk zo groot is dat er geen einde aan is. Het is het verschil tussen kwantiteit (is dat Nederlands ?) en kwaliteit. Met kwaliteit bedoel ik het geluk zo diep is dat men het gewoon niet kan voorstellen. In Engels is het verschil gemmakkelijker te verwoorden, want eeuwig zou worden vertaald als eternal, terwijl oneindig vertaald zou worden als infinite.
Een moment van oneindig geluk is zo groot dat al het geluk op aarde meer een “ongeluk” schijnt te zijn. Oneindig diep geluk kan men alleen vinden bij God en het is dan ook mijn bedoeling om te schouwen dat God ons oneindig geluk is en hoe de Kerk zegt dat wij Hem kunnen ervaren.

Het is jammer dat wij zo bemoeid zijn met onze dagelijkse beslommeringen dat wij heel weinig aan God denken. Wij denken wel veel over het geloof en de geboden en de Kerkleer, maar eigenlijk heel weinig over God. Wij denken misschien wel veel over theologie (wetenschap) maar niet genoeg theofilie (liefde). Uiteraard kan men God alleen leren kennen op je knieen, door ervaring.

Mijn blog is dan ook een poging om het mysterie van Gods liefde te verkondigen, zo ver ik dat kan doen.

Mijn Bruidje

Van het boek Hij en Ik, van Gabrielle Bossis


Mijn Bruidje
Denk eens

Jouw Christus
Een levend Persoon
Heeft jou oneindig lief

Ik gaf mijn leven voor jou
Met oneindig groot verlangen
Wacht Ik voor het moment van onze ontmoeting

Ik leef in jouw wezen
Altijd daar
Altijd klaar

Mijn lievende Aanwezigheid
Is beter dan het leven
Bron van het geluk

Ik ben Eeuwige Schoonheid
Eeuwig Intellect
Oneindig zacht en barmhartig

Vraag Mij mijn schoonheid te tonen
Liefde stroomt van Mijn gezicht
Vol van bekoorlijkheid

Vertel mij dat je spijt hebt
Dat jij mij ooit hebt gewond
Door jouw zelf liefde

Heel weinig houdt jou weg van mij
Laat Mij het diepste van je ziel aanvlammen
Als Mijn ogen op jou rusten

Wil jij Mij iets zeggen
Geef Mij dan de balsam van jouw liefde
Dan zal Ik gelukkig zijn

Zoals een Bruidegom gelukkig is
Waneer Zijn bruid Hem lief heeft
Door haar woorden en doen

Ik zal jou de woorden geven
Want Ik ben Liefde
En Ik leef in jou

Ben voor Mij een geliefde gezel
Een aandachtige bruid
Maar nog veel meer

Jij
Die Ik wou hebben
Deze eeuw, deze tijd, dit moment, nu

En altijd
Mijn arm bruidje

Het Kruisteken

“In de naam van de Vader, en de Zoon en de Heilige Geest. Amen”

Het is een kenteken van de Katholieke Kerk en van een Katholiek Christen dat wij het kruisteken maken en zeggen als het begin van ieder gebed.

Het is een teken van ons geloof in God die een is (de Naam) maar die een Drie-Eenheid is, ons voorbeeld, het diepste mysterie van ons geloof.

Wij beginnen met ons hoofd te aanraken, het symbool van ons intelligentie, onze macht en daarom het beeld van de Schepper, de Vader.

Dan raken wij onze borst aan, het symbool van het lichaam, het hart, de wijsheid door wien de intelligentie kan werken, het symbool van de eeuwige wijsheid van de Zoon.

Dan raken wij beiden schouders aan omdat wij met onze armen en handen iemand kunnen omarmen, het symbool van liefde, dus de Heilige Geest.

Dus zeggen wij, in de naam van de macht van de Vader, de wijsheid van de Zoon en de liefde van de Heilige Geest.

Macht zonder wijsheid is verschrikkelijk. Wijsheid zonder macht is frustreerend.. Macht en wijsheid zonder liefde is ontzettend. Maar macht met wijsheid en liefde is volmaaktheid en geluk, de Heilige Drie-Eenheid.

Wij zien de volmaakte Mens op het kruis, Zijn hoofd gebogen, zijn hart gebroken en zijn armen open.

Macht ontmachtigd, wijsheid bespot, liefde gekruisigd

Amen, zo is het, bevestigen wij. Het volmaakte Amen was eerst gesproken door Maria, voor ons, in haar FIAT. Dus met haar zeggen wij haar kinderen, Amen.

Hij en IK

Hij en Ik is de naam van een buitengewoon boekje over het geestelijke leven van gabrielle Bossis. Zij was een Franse vrouw die geboren was in Nantes in 1874 en stierf in 1950, op 76 jarige leeftijd.. Zij kwam van een rijke familie en hoefde nooit te werken, hoewel zij wel een opleiding kreeg als verpleegster. Als een kind voelde zij zich al getrokken tot stil gebed, maar op dezelfde tijd was zij een heel actieve vrouw, die veel vrienden had wegens haar vrolijk en uitgaande karakter.

Toen haar biechtvader haar diep gebedsleven leerde kennen, was hij er van overtuigd dat zij een roeping tot het klooster had, maar zij zelf was er van overtuigd dat haar roeping in de wereld was. Dezelfde overtuiging maakte het haar duidelijk dat zij de vele huwlijksvoorstellen die zij kreeg moest weigeren.

In haar vroege gebedsleven kreeg zij soms, maar heel zelden, een mysterieuze stem te horen die zij dacht de stem van Christus was, hoewel zij zich daar niet zeker van voelde. Het was niet totdat zij 62 was, 14 jaren voor haar dood, dat zij die stem regelmatig begon te ervaren, eerst een paar zinnen, maar later uiterst diepe gesprekken van intieme liefde.

Het eerste boek van die gesprekken kwam uit anonym in 1948, twee jaar voor haar dood en niemand wist wie de auteur was. Dat kwam pas uit, tot de grootste verbazing van haar vrienden, na haar dood, toen in het voorwoord aan de tweede publicatie , de bekende geestelijke schrijver Daniel Rops haar identiteit openbaarde.

Wordt vervolgd

De Heilige Drie-Eenheid

In Junie viert de Kerk het feest van de Heilige Drie-Eenheid, het grootste en mooiste mysterie van het Katholieke geloof. Maar hoewel dit het grootste en mooiste waarheid van het geloof is, is het ook het moeilijkste om te begrijpen. Het is een enorm onderwerp en er zijn veel theologiesche boeken over geschreven, die het echter vaak niet gemakkelijker maken om het te begrijpen.

Mijn bedoeling is om er een lichtje op te schijnen zodat de gewone mens er iets van kan begrijpen, zo ver dat mogelijk is.

Het geloof in de Triniteit absoluut fundamenteel was voor ons begrip van God. Triniteit zijn betekent dat God niet leeft als een enig en eenzaam persoon, maar als een communiteit, een gemeenschap, een relatie van personen in liefde.

Dat is natuurlijk ook de essentie van ons leven. Wij leven altijd in een gemeenschap. Wij woren geboren en leven in een gezin en als wij opgroeien trouwen wij en vormen wij ook weer een gezin. Overal leven wij in gemeenschappen, clubs, werkgroepen enz en als wij niemand hebben die ons lief heeft voelen wij ellendig en bedroefd. De zwaarste straf die iemand kan ondergaan is dan ook “solitary confinement” (eenzame opsluiting) en de moeilijkste Order in de Kerk zijn de Karthuizers die hun hele leven als kluisternaars leven. Maar zelfs zij leven in een gemeenschap, een gemeenschap van kluizenaren!

Toch schijnt dat de leer over de Heilige Drie-Eenheid mensen niet grijpt, waarschijnlijk omdat het een moeilijk onderwerp is, maar misschien ook omdat ze niet zien wat dat met hun dagelijks leven te maken heeft. In tegenstel is de leer over Christus en Maria altijd erg interessant omdat, hoewel Christus God was, Hij ook mens was en als mens wij Hem kunnen begrijpen. (Dat is natuurlijk een van de reden dat God mens werd).

Maar de Goddelijke Drie-Eenheid??? Een is drie en drie is een??? Wat praktiesch resultaat kunnen wij daarvan krijgen? Wat betekent dat voor ons? Waarom is het belangrijk?

Als wij Europeanen misschien een grote fout hebben in deze eeuw, is het dat wij te materialistiesch zijn, ook in onze Godsdienst. Wij willen aktie, niet contemplatie, gebouwen, ceremonies, niet stl inwendig gebed!

De Drie-Eenheid is een moeilijk onderwerp. De Kerk debateerde eeuwen voordat het precies kon zeggen wat het allemaal betekende, en vandaag noch hebben de Orthodoxe kerken een klein meningverschil met de Katholieken.

Mijn ideen komen van de leer van de Kerk en vooral van Paus Johannes Paulus boek over de Theologie van het Lichaam. Feedback is welkom.Uiteraard is alles wat ik zeg ondergeschikt aan de leer van de Kerk.

De Drie-Eenheid deelt met het innerlijk leven van God, het innigste liefde-leven van God, zoals Hij dat aan ons heeft geopenbaard en zover dat wij het met de leiding van de Kerk kunnen begrijpen.

Waarom is het innerlijk leven van God voor ons belangrijk? Wat verschil zou dat eigenlijk maken? Het schijnt zo ver van ons dagelijks leven te zijn. Zelfs priesters vinden het vaak heel moeilijk om dat uitteleggen.

Het antwoord is dat het belangrijk is omdat wij in Gods beeld en gelijknis geschapen zijn. Wij zijn dus godde-lijk. Beter kan het niet. Dat is het grootst mogelijke compliment voor de mens. Er is iets in ons dat godde-lijk is, iets dat dus buitengewoon mooi en ongrensbaar is. Dus, om goed te begrijpen wie wij echt zijn, is het belangrijk te weten wie en wat God echt is.

Dat betekent ook dat als wij naar God kijken, wij ons ideale voorbeeld zien. Wij moeten dus zijn zoals Hij is en wij moeten dus leven zoals Hij leeft en doen wat Hij doet. Hij is ons model. In Zijn leven is God oneindig gelukkig en als wij kunnen leven zoals Hij, zullen wij ook oneindig gelukkig zijn.

Alles, ons heel bestaan en leven, komt oorspronkelijk van de Heilige Drie-Eenheid en komt uiteindelijk daar op terug. Hij is de Alpha en Omega. Als wij het mysterie van Drie-Eenheid goed begrijpen, wordt het ook gemakkelijk de hele leer van de Kerk te begrijpen, ook de leer op gebieden die men gewoonlijk heel moeilijk vindt, zoals sexualiteit en de kwesties van abortus, contraceptie ,vrouwen priesters, homoseksualiteit, enz.

Eerst een paar “domme” vragen. Domme vragen zijn soms de beste vragen omdat men veronderstelt dat zij dom zijn omdat iedereen de antwoorden al weet. Maar het is een beetje zoals de vraag wat de tijd is. Iedereen zal dat weten, maar als men dan vraagt wat tijd eigenlijk is, dan begint het plotseling moeilijk te worden.

Waarom is God Vader, niet Moeder?
Waarom zijn er eigenlijk drie Goddelijke personen, niet twee of vier of meer?
Waarom is er een Zoon, niet een Dochter?
Waarom is er een Vader en Zoon, niet een Moeder en Dochter?
Waarom werd God mens als een man en niet als een vrouw?
Waarom werd de Zoon mens en niet de Vader of de Heilige Geest?
Waarom word God de Heilige Geest zo genoemd?
Waarom heeft God ons eigenlijk geschapen?

Ik hoop dat het allemaal duidelijk zal worden. Het is een moeilijk onderwerp, maar absoluut de moeite waard. Het is het grootste mysterie van het geloof, God zichzelf! Om met het uitleggen te beginnen zal ik eerst gaan naar Genesis gaan, waar in mythiese taal de oorsprong van de mensheid wordt verkondigt. Genesis leert ons dat de mens door God geschapen is en noemt het eerste echtpaar als Adam (van de aarde) en Eva (moeder van allen). Zij waren geschapen in het beeld en gelijknis van God, als man en vrouw, en leefden dus in volmakkte onschuldigheid en liefde j in een intieme verhouding met God Die intieme verhouding was de bron van hun geluk en dat is de mening van het “Aarts Paradijs”. Het paradijs was in hun hart.

Toen Adam en Eva zondigden, verloren zij hun speciale verhouding met God en was hun geest verduisterd. Door dat verlies van oorspronkelijke onschuld, verloor het hele menselijke ras hun intieme verhouding met God en leefde in een toestand van die wij erfzonde noemen. De erfzonde is een moeilijk begrip die ik hier niet verder zal uitleggen, maar later in een nieuwe bijdrage. Als een resultaat van de erfzonde verliet de mensheid de nabijheid van God en als een resultaat verloor het heel spoedig het begrip van de ene God. Het is alsof een mens een warme kamer verlaat in een koude winter. Heel vlug verliest hij de warmte van de kamer en na een tijdje is hij zo koud dat de warmte maar een vage herinnering is. De kennis van de ware God verviel heel vlug en in plaats daarvan was er maar een vage herinnering van een opperwezen, die de mens begon te verbeelden in zijn eigen evenbeeld en gelijknis, dus een totale verdraaing van de waarheid. In plaats van de ene God begon de mensheid in een hele gemeenschap van natuurgoden te geloven, beiden mannelijk en vrouwlijk en hadden zij erg materialistiesche en primitieve ideen over Goden.

Ooit gevraagd waarom de mensheid zo lang moest wachten voor dat Christus kwam? Omdat de mensheid eerst voorbereid moest worden voor de volle openbaring. Net zoals een klein kind niet klaar is op wiskunde te leren, zo moest de mensheid langzaam opgroeien en voorbereid worden, tot de “volheid der tijd”, voordat het de openbaring van Christus kon ontvangen.

Voor ons is het vanzelfsprekend is dat er maar een God is, maar dat was niet het geval voor het komen van Christianiteit. De reden voor dat is dat de mens het moeilijk vindt een God voor te stellen die helemaal alleen is.

Zo'n wezen is on-menselijk omdat mensen iemand moeten lief hebben om het leven mening te geven. Een God op zijn eentje was onbegrijpelijk en on-menselijk. Erg logiesch eigenlijk. Ook het Joodse volk vond het daarom voor een lange tijd bijna onmogelijk om in een God te geloven en viel de hele tijd terug in afgoderij.

Abraham was door God geroepen om de ware God te vereren, maar voor een lange tijd had het Joodse volk maar een tamelijk primitief idee over God. Hij was meestal gezien als een stam of oorlogs God. Alleen het Joodse volk had het geloof in de ene God en dat was omdat het een speciale roeping had van God, een roeping om het licht van de mensheid te worden.

Over een lange tijds periode onderging het Joodse geloof een verdieping en verbreiding. Bij de tijd van Christus geboorte hadden zij een zeer ontwikkeld en geestelijk idee van het Goddelijk wezen.

In het Oude Testament hadden de Joden voorstrekt geen idee dat God een Drie-Eenheid was en de hele geschiedenis van het Joodse volk was dat zij moesten leren dat er maar een God is. Dit is het hart van Judaisme, de Shema:

Sh'ma Yisrael Adonai Elohaynu Adonai Echad.
Hoor, Israel, de Heer is onze God, de Heer is een.

Maar God als een een-zaam wezen was moeilijk te begrijpen. Zo’n God was iemand die men alleen maar van verre kon bewonderen en aanbidden, een “vreselijke” God, met wien de gewone mens geen intieme relatie kon hebben, zeker niet als Abba, Vadertje. De Joden hadden daarom een geweldig eerbied en ontzag voor God, wiens naam maar een keer per jaar uitgesproken mocht worden door de Hoog Priester.

Daarom was Christus zo geheimzinnig over wie Hij was. Als Hij meteen had gezegd dat Hij God was, hadden de disciepelen zich plat op de grond gegooid uit eerbied en angst en hadden ze nooit meer opgestaan.

Dus liet Hij hun maar heel langzaam tot de beseffing komen dat Hij een heel speciaal persoon was. De hele tijd was hun vraag, “Wie is die man?”, “Hij laat lammen weer lopen, drijft uit duivels, de wind en de golven gehoorzamen hem”.

Uiteindelijk kreeg Petrus de genade van de Vader te weten wie Jezus was “ Gij bent de Zoon of God”.

Wat betekent dat?

Om het heel beknopt uitteleggen, betekent het dat er maar een God is, maar dat in de Goddelijke natuur (wat Hij is) er Drie Personen zijn. Een mooie definitie, maar moeilijk te begrijpen.

De Kerk heeft er ongeveer 10 eeuwen over nagedacht, voordat zij het tamelijk klaar had. Dat process begon al met de Apostelen.

Johannes: In het begin was het Woord, en het woord was bij God, en het Woord was God. Het was in het begin bij God. (Joh 1,1)

Paulus: Hij is de afstraling van Gods heerlijkheid en het evenbeeld van zijn wezen, (Hebrews 1,3)

Dus Johannes noemt Jezus, de Zoon van God, het Woord (uitdrukking) van God de Vader, die zelf ook God is. Paulus heeft het zelfde idee, maar noemt het afstraling en het evenbeeld (dus ook God). De Zoon is daarom begrepen als de uitdrukking (Woord) en weerspiegeling (evenbeeld) van God in de Goddelijke natuur.

De Kerk legt het zo uit: God is het eeuwige Intellect, die zich zelf Jahweh noemt, (Ik ben wie ik ben), het Eeuwig “Zijn”. Hij kent (beschouwd) zichzelf totaal, in één Gedachte/Idee (Wijsheid, Woord, Uitstraling).

Die Gedachte/Idee/Woord is een compleet evenbeeld van zijn wezen, dus ook voledig God en ook een Goddelijk persoon.

Het eeuwige Intellect, de Eerste Persoon, De Denker, brengt voort zijn Gedachte, de Tweede Persoon. De Eerste Persoon is daarom de Vader van zijn Gedachte. De Gedachte wordt Zoon genoemd, omdat Hij uit de Vader voortkomt en zijn perfect evembeeld is.

Nu hebben wij de Goddelijke personen een menselijke beschrijving gegeven, met woorden die een geslachtige mening hebben. Dat is een probleem, want God is een geest en heeft geen geslacht. Maar betere woorden hebben wij niet en in ieder geval werden deze woorden ook door Jezus gebruikt.

Men kan de Eerste Persoon ook beschrijven als het “mannelijke” princiep, want het leven komt voort van Hem.

Wijsheid (Hochmah, vrouwelijk-Zijn gedachte,) is ook beschreven als consort, de “echtgenoot” van God : “Zij (!) is een ademtocht van Gods kracht, pure uitstraling van de heerlijkheid van de Almachtige.” (Wijsheid 7,25) Dus kan men de tweede persoon als het “vrouwlijke” (ontvangelijke) princiep in de Drie-Eenheid beschrijven, want Zijn leven is ontvangen van de Eerste Persoon.

De Derde Persoon is de “liefdebond” van de twee personen, de verbinding tussen de Denker en zijn Gedachte. De omarming van de twee personen brengt voort de Derde Persoon, als het waar het liefdeskind, de zucht en vrucht van liefde.

Dat is het innigste leven van God en zoals Genesis zegt, wij zijn in dat beeld geschapen, als man en vrouw.

Wat betekent dat?

Denk er aan als een beeld in een spiegel. Als ik in een spiegel kijk, dan zie ik een beeld van mij zelf. Mijn beeld heeft een echt bestaan, maar een veel minder bestaan dan ik. Als ik weg ga, verdwijnt het beeld. Het beeld is helemaal aan mij afhankelijk voor het bestaan.

God de Zoon is een weerspiegeling van de Eerste Persoon in de Goddelijke natuur, het God-zijn. Op de zelfde manier is God ook weerspiegeld in de spiegel van de menselijke natuur, het niet-zijn. Door Zijn wil, wordt het niet-zijn een spiegel en ziet God zijn eigen beeld. Dat beeld heeft een echt bestaan, net zoals ons eigen beeld in een speigel, maar het heeft een veel minder bestaan, dat voor zijn bestaan totaal afhankelijk is aan de schouwer. Zou Hij weg gaan, (niet langer bestaan), dan bestaat het beeld ook niet meer.

Wij zijn helemaal afhankelijk aan Zijn bestaan. Zijn bestaan is HET bestaan, het volle leven. Ons bestaan is het afhankelijk bestaan, het niets-dat-bestaat.

Eventjes terzijde: For God to be, is to think of me. Voor God te zijn, is te denken aan mijn. Gods hele leven is in een zin om aan ons te denken! God is dus met ons altijd. Dat is Zijn Wezen. Het met-ons-zijn.

Maar hoe is de mens geschapen in zijn beeld en gelijknis?

God is een geestelijk wezen en in die geest zijn drie Personen. De drie Personen zijn allen voledig God en vormen een Wezen, maar verschillen in hun verhouding. De Vader geeft, de Zoon ontvangt en zij omarmen elkaar in de Persoonificatie van Hun liefde, de Heilge Geest.

De mens is een geestelijk en lichaamelijk wezen. De mens is een weerspiegeling van God en heeft daarom ook een geestelijke weerspiegeling van de drie personen, namelijk herinnering (bewustzijn, Vader), verstand (zelf beschouwing, Zoon) en wil (liefde, Heilige Geest). Een mini drie-eenheid!

Dus is God weerspiegeld in de menselijke geest als een drie-eenheid. Maar omdat wij uit niets bestaan, hebben wij geen leven van ons zelf en zijn wij daarom geen drie personen, maar drie facetten, die van zichzelf leeg zijn, geen leven hebben. Van ons zelf hebben wij geen leven, zijn wij duisternis.

Die leegheid moet gevuld worden door Gods eigen leven, Zijn Heilige Drie-Eenheid. Oorsprokelijk hadden Adam en Eva dat gekregen, maar zij verloren het door de erfzonde.

Dat Goddelijk leven kunnen wij ontvangen in de herinnering, waar wij God kunnen beschouwen, in het verstand waarmee wij Hem leren kennen en in de wil waarmee wij Hem kunnen liefhebben. Wij zijn vrij God te ontvangen of Hem te verstoten.

Wij ontvangen Hem door de doop, waarin de Heilige Drie-Eenheid in ons komt te leven. Zo lang de spiegel van de ziel vlak is, weerspiegelen wij God en hebben wij zijn leven. Maar als die spiegel wordt gebogen (als wij door trots boven onze niets-zijn opstaan, zonde), dan wordt Gods beeld beeld vertwist en verdwijnt het vaak helemaal.

Maar de mens is niet een pure geest maar is ook lichaamelijk. Dus weerspiegelt het lichaam God ook, zoals de Heilige Schrift zegt: Wij zijn in Zijn beeld geschapen, als man en vrouw. Maar hoe is de Triniteit weergespiegelt in het lichaam, als man en vrouw ???

De Kerk heeft daar nooit veel over gezegd, omdat daar vroeger de nood daar voor niet was, maar Paus Johannes Paulus in zijn Theologie van het Lichaam heeft er veel over geschreven.

Johannes Paulus heeft gezegd, "[het lichaam] was geschapen om duidelijk te maken in de zichtbare realiteit van de wereld, het ontzichtbare mysterie verborgen in God door de eeuwen, en dus daar een teken van te zijn." (General Audience 2/20/80). Dus, het lichaam openbaart het mysterie van God!.

Maar wat is er in het lichaam dat wij het zo kunnen begrijpen?

Het antwoord is de seksualiteit van het lichaam, dat elkaar vervuld en een maakt als man en vrouw.

Je kan het zo zien:

De Wijsheid van God (Zijn gedachte, de Zoon) is ook beschreven als consort, de “echtgenoot” van God : “Zij (vrouwelijk!) is een ademtocht van Gods kracht, pure uitstraling van de heerlijkheid van de Almachtige.” (Wijsheid 7,25) Dus kan men de tweede persoon als het “vrouwlijke” (ontvangelijke) princiepe in de Drie-Eenheid beschrijven, want Hij het leven is ontvangen bij Hem. Zij komt voort uit Hem.

In het schepping verhaal komt het lichaam van Eva uit dat van Adam. Hij heeft haar “voortgebracht”. Dat verhaal moet men figuurlijk en geestelijk verstaan, niet letterlijk. Adam heeft echt niet een rib verloren, maar figuurlijk wel zijn hart! Maar In een zekere zin kwam Eva echt van Adam, en dat is de betekenis van het rib verhaal. God liet Adam in een diepe slaap vallen en toen hij wakker werd, zag hij Eva.

Nu kan je zo’n beetje zien, dat Adam de eerste Goddelijk persoon weerspiegelde als Gever, Eva de tweede.als Ontvanger en hun kinderen de derde als Gezamelijke gave. Tesamen waren zij de weerspiegeling van de Heilige Drie-Eenheid.

Niet zo vlug zal je zeggen, mijn vrouw komt niet lichaamelijk van mij uit! Dat is natuurlijk waar en wat dat betreft letterlijk begrepen Eva ook niet van Adam!

Het verschil tussen en man en zijn echtgenoot en andere vrouwen is dat er een speciale verhouding van totale liefde bestaat met zijn vrouw. Het huwelijk is eerst een geestelijke gemeenschap en van dat volgt de lichaamelijke gemeenschap. Dus door liefde worden zij twee personen in een geest en een lichaam (een vlees). Gewoon een vleselijke vereniging zonder liefde maakt geen echtpaar. Het is de liefde die een vleselijke vereniging een huwelijk maakt!

Je kan zeggen dat een man door het leven gaat met een droom: de ideale vrouw, zijn vrouw. Op een bepaalde dag ontmoet hij die vrouw (hij wordt wakker). Hij geeft zichzelf voledig, emotioneel, geestelijk en lichaamelijk aan deze vrouw, die hem aanneemt en zo doende zich zelf ook geeft.

Nu hebben wij een nieuwe realiteit. Door zijn gave van liefde is de man is nu een nieuw mens, een nieuwe realiteit, een man in liefde, een man in verhouding, die zichzelf ziet en geeft in zijn vrouw. Door zijn liefde is er ook een nieuw persoon voortgebracht, de vrouw die zijn leven aanvaardt en hem ontvangt. Zij is ook een nieuw mens, een nieuwe realiteit, een vrouw in liefde, een vrouw in verhouding, die zichzelf helemaal begrijpt en geeft in haar man, en die man de gever maakt.

Dus de gave van de eerste persoon van zich zelf, bringt voort een tweede persoon uit zich zelf en tesamen bringt hun liefde een derde persoon. (kind).

Dus in een huwelijk, de man (eerste persoon, gever, vader), door zijn liefde bringt voort zijn vrouw (de tweede persoon, ontvanger, zoon) en tezamen, door de wederzijdige liefde bringen zij voort het kind ( de derde persoon, gezamelijke gave, de Geest (essentie) van hun liefde.

Het lichaam volgt de geest en de man geeft zich zelf seksueeel aan zijn vrouw, die hem ontvangt en van die gezamelijke omarming komt de derde persoon voort, hun liefde in persoon, “love personified”.

Net als God één “Zijn” is in drie Personen, zo is de mens één wezen in drie facetten en één wezen (een vlees, lichaam) in drie “personen”.

Van dat volgt ons hele leven, in het beeld van de Drie-Eenheid, ons voorbeeld.

Sommige conclusies:

De absolute eenheid van het mensheid, dat net als God één wezen (lichaam) is, in drie personen.

Net zoals de personen in de Drie-Eenheid gelijk maar verschillend in verhouding zijn, zo zijn man en vrouw absoluut gelijk maar verschillend.

Gods eeuwig plan is ons in de moost intieme gemeenschap te brengen met Hem zelf, een gemeenschap waarvan het menselijk huwelijk maar een bleeke weerspiegeling is.

Seksuele relaties tussen man en vrouw weerspiegelen de liefdevolle verhouding, het een zijn, tussen de Vader en de Zoon en zijn daarom uiterst heilig. De gemeenschap tussen man en vrouw in het huwlijk en de seks akt is de weerspiegeling van de eeuwige omarming van de Vader en de Zoon.

Nu klinkt het mischien schandalig om de gemeenschap tussen man en vrouw te vergelijken met de omarming van de Vader en de Zoon.

Maar dat is alleen omdat wij zondaars zijn en onze gedachten over seksualiteit door zonde beroert zijn. De menselijke natuur is door God geschapen in Zijn eigen beeld en gelijknis en deelt daarom is Zijn heerlijkheid. Liefde is het doel van de schepping en God is liefde, het eeuwige bestaan en liefhebben in de Heilige Geest.

De Paus (Johannes Paulus) zegt het zo: "de mens werd het beeld en gelijknis van God, niet alleen door zijn eigen menselijkheid, maar ook door de gemeenschap van personen die de man en vrouw vormden van het begin. “(General Audience 11/14/79).

Menselijke seksualiteit is daarom uiterst heilig en de huwelijks aktie tussen man en vrouw geeft God grote glorie. Zonden tegen het huwelijk hebben daarom ook het karakter van heiligschennis.

Net als de Heilige Drie-Eenheid altijd één is, zo is een huwelijk ontbreekbaar.

Net zoals de relatie tussen de Vader en de Zoon altijd de Heilige Geest voorbrengt, moeten seksuele relaties tussen man en vrouw altijd open zijn tot nieuw leven. Contraceptie gaat daarom helemaal tegen de menselijke en Goddelijke natuur in en is daarom altijd een ernstige zonde.

Zonde kwam de wereld binnen door Eva, die naar de kwade geest luisterde en daarin toestemde. Waarom verleide de duivel Eva? Niet omdat zij zwakker of dommer was dan Adam. Integendeel. Zij was geschapen in het beeld van de tweede persoon, Gods Wijsheid en het was daarom haar begrip van God dat de duivel moest aanvallen.

Maar in haar geval was de zonde maar een persoonlijke zonde. De erfzonde was de zonde van de man, het beeld van de Vader, die daarom het Goddelijk leven verloor en het dus niet aan ons kon geven.

Eva was wel de oorzaak van Adams zonde, en deelde daarom ook in zijn schuld, maar het was Adams zonde die de breuk tussen God en de mens veroorzaakte. Hij was als het waar de brug (pontifex) tussen God en de mensheid. Door de zonde van de man was die verhouding gebroken en om die verhouding weer te overbruggen moest er een nieuwe brug, een nieuwe pontifex (priester) komen. God moest daarom mens worden als man, niet vrouw, zodat de zonde van de man, gedaan met help van de vrouw hersteld kon worden.

Daarom kunnen alleen mannen priesters worden, omdat het kruisoffer het offer is van de nieuwe man, de nieuwe Adam, de nieuwe pontifex en de nieuwe Vader van de mensheid.

Maar als de hele mensheid verlost moest worden, dan zou ook de vrouw haar rol moeten spelen, omdat Eva de oorzaak was van Adams zonde. Herstel moest daarom ook komen door de vrouw. Door haar verlangen luisterde Maria naar de Heilige Geest en werd zij de oorzaak van de verlossing die Christus bracht.

Net zoals wij ons lichaamelijk leven ontvangen van de vader door de moeder, zo komt het Goddelijk leven van uit Jesus, de nieuwe Adam, door Maria, de nieuwe Eva, Zijn mystieke echtgenoot. Zij is daarom echt (letterlijk) onze moeder, veel meer “echt” dan onze aardse moeders die maar moeders zijn van ons aardse leven. Zij is moeder van ons bovennatuurlijk leven, en dat veel meer “echt” is dan het aardse leven.

Door de doop sterft de oude mens en worden wij geboren (ingelijfd) in het mystieke lichaam van Jesus, dat met Maria één lichaam is. Dus zijn er weer drie-in- één, Jesus, Maria en ons, en is de Goddelijk weerspiegeling hergestelt.

In de mystiek zijn wij ontvangen en leven en groeien wij in de schoot van Maria, de heilige Moeder, de Kerk, de Bruid van Christus. In onze dood worden wij van haar geboren tot het eeuwig leven geboren.

Met Jesus is de mensheid één Zoon en vormen wij dus deel van de Goddelijke Drie-Eenheid, niet door onze natuur, maar door onze “adoptie” in de Heilige Drie-Eenheid.. Wij ervaren God dan als Zoon en hebben Hem lief in de Heilige Geest. Wij zijn dus God door adoptie, door deelnemening en leven hetzelfde Goddelijk leven in de oneindige vrijheid van liefde en geluk

God werd dus mens zodat mens God kon worden! O ongelooflijke liefde! O admirabile commercium!

God en menselijke taal.

Als men over God wil praten heb je meteen een probleem, want niemand heeft Hem ooit gezien. Maar zelfs als je Hem had gezien zou je het toch niet kunnen beschrijven omdat zijn realiteit boven onze ervaring en boven ons verstand gaat. Maar Jezus heeft Hem geopenbaart door zijn leven en getuignis. Hij heeft dat gedaan door Zijn leven en Zijn leer. In Hem kunnen wij God zien op een menselijke manier. Zo zou God zijn als Hij een mens was! Maar God, als een Goddelijk wezen is onbegrijpbaar omdat wij Hem niet kunnnen voorstellen, op de zelfde manier dat een blinde man niet kan voorstellen wat een kleur is. Daarom gebruikte Jezus parabels om ons de Goddelijke openbaring te verklaren.

Een parabel is een vergelijking, een analogie. Dus als ik aan een blinde man uit zou willen leggen wat een kleur was dan zou ik bv kunnen zeggen dat het zo iets als warmte was, vergeleken met koude. Dus rood zou heet zijn, blauw zou warm zijn en groen zou koel zijn. Nu kan de blinde man begrijpen dat rood een ervaring is die erg sterk is en groen een ervaring die veel minder sterk is. Hij heeft dan wel een beetje begrip, maar wat hij weet is eigenlijk totaal anders dan de werkelijkheid die hij niet kan ervaren.

Menselijke taal is vaak symboliesch. Als ik jou vraag wat de tijd is weet je het wel, maar als ik jouw vraag wat tijd eigenlijk is, dan zal je het ontzettend moeilijk vinden omdat te verklaren. Vraag Einstein maar.

Vanmorgen kwam de zon op, niet? Nee, helemaal niet! De zon komt niet op en gaat ook niet weg, want de wereld gaat rondom de zon. Dat weten wij allemaal, maar voor ons, in de menselijke realiteit, komt de zon op. Dat is onze ervaring en onze taal komt van onze ervaring. Taal is daarom vaak gebrekkig en subjectief.

Darom gebruikte de heilige mensen die het scheppings verhaal wouden vertellen, een taal die mensen konden begrijpen, aangepast aan hun ervaring van een landelijk leven. Om het oorspronkelijk geluk van de eerste mens te beschrijven, werd hij dus geplaatst in een aarts paradijs, een tuin met rivieren en veel vruchten en dieren, waar alles gemakkelijk en mooi was. Om de innige band van liefde met God te beschrijven werd hij gezien als wandeldend in de koele namiddag. Dat was allemaal figuurlijk, een taal die mensen konden begrijpen.

Op dezelfde manier zijn woorden zoals Vader, Zoon, hemel enz gebrekkige en symboliesche woorden. Alle woorden die wij gebruiken om God te beschrijven vallen te kort omdat zij God beperken, maar dat betekent toch niet dat zij niet waar zijn. BV als ik aan iemand een geweldig mooie zonsopgang zou beschrijven, zou ik het onmogelijk vinden om mijn ervaring precies in woorden te verbeelden. Woorden vallen te kort. Misschien als ik een dichter was zou het beter gaan, maar zelfs dan zou het te kort vallen.

Op dezelfde manier kunnen wij de eerste persoon Vader noemen omdat het een waarheid uitdrukt op een betere manier dan elk ander woord. Maar God is veel meer dan wat ons woord vader kan beschrijven. Het is niet dat Hij geen vader is, maar dat Hij onmoemelijk veel meer is dan wat wij met het woord “vader” kunnen begrijpen. Een van de problemen van dit woord is dat het God een mannelijke beschrijving geeft, hoewel God een geest is en geen geslacht heeft. Maar het is het beste woord dat wij hebben. In ieder geval is dit het woord dat Jezus gebruikte, dus is het zeker wel het beste en ongetwijfeld waar. God de vader is niet “mannelijk” in de zin waarin wij dit normaal zouden begrijpen. Het zou meer nauwkeurig zijn te zeggen dat de man “eerste-persoonlijk” is.

Waarom is de Tweede Persoon Zoon genoemd en niet dochter of vrouw? Niet dochter, omdat Hij het volmaakte evenbeeld is van God de Vader en het woord zoon daarom dichter is dan dochter. Niet vrouw of echtgenoot, omdat hij uit de Vader voortkomt en Zoon daarom het beste woord is. Toch zegt de Heilige Schrift dat “Zij (Wijsheid) is een consort (eegade) van de Almachtige”, dus vrouwlijk. Hoe kan je zeggen dat Hij Zoon is maar ook echtgenoot?

Het woord vrouw, drukt de waarheid van het voortkomen echter helemaal niet uit en is daarom zeker slechter dan Zoon. Het is beter te zeggen dat een vrouw tweede-persoonlijk is dan de tweede persoon vrouwlijk is! Wij zijn in Gods beeld geschapen, niet andersom.

Waarom noemen wij de Derde Persoon de Heilige Geest, als Hij eigenlijk het “kind” is? Waarom is die naam zo anders van vader en zoon?

God is liefde en de Vader bringt de Zoon voort in liefde. De Zoon ontvangt Hem in liefde en het samen mengen van hun liefde is de derde persoon, de Geest van liefde, in andere woorden, de Heilige Geest. Daarom wordt Hij ook genoemd de Drievuldige Geest van Liefde.

Het woord geest of spirit, betekent het innigste, de essentie, de bezieling van een persoon. God is een geest en de innigste opsomming van God is liefde, heiligheid.. De beschrijving “Heilige Geest” is daarom veel beter dan kind, dat die werkelijkheid helemaal niet beschrijft.

Waarom noemen wij God Hij en niet Zij? Omdat wij door God geschapen (voortgebracht) zijn. Zijn Zoon is Zijn Woord in de Goddelijke natuur, en de mensheid is Zijn uitdrukking in de menselijke natuur. Daarom noemen wij Hem Vader en dus Hij. De mens ontvangt alles van God, net als de Zoon, de tweede persoon. Net als de tweede persoon als het vrouwlijk (ontvangelijk) princiep wordt beschouwd, zijn wij daarom als vrouwlijk beschouwd in onze verhouding met God. Daarom noemen wij de Kerk ook als zij. (Heilige Moeder de Kerk), want de Kerk is de Bruid van Christus.

De Drie-Eenheid is het grootste mysterie van het geloof. Het betekent dat, terwijl er maar één God is, dat er in Hem drie personen zijn, die Jezus de Vader, Zoon en Heilige Geest noemen. Dus God de Vader is niet dezelfde Persoon als de Zoon of de Heilige Geest. Het zijn drie verschillende personen. Maar toch is er maar één God en is iedere persoon de ene God. Maar wat betekent dat?

Moeilijk te begrijpen. Maar denk aan dit: Jezus was God en mens. Dus had Hij een Goddelijke natuur en een menselijke natuur. Als mensen hebben wij maar één natuur. Maar als je naar Jezus kijkt, dan kan je zien dat het mogelijk is een wezen te zijn, maar twee naturen te hebben. Twee naturen in een wezen.

Met de Drie-Eenheid heb je drie personen in één wezen, en dat is een veel moeilijker begrip. De beste manier dat ik het kan uitleggen (heel beknopt en zeer gebrekkig) is zo:

God is de eeuwige Denker. Hij is de volheid van bestaan en daarom een Persoon. Hij heeft maar één Gedachte en dat is zijn zelfbeschouwing en dus een volmaakt evenbeeld van zichzelf en dus ook een Persoon. Omdat de gedachte uit de Denker komt is het Zoon, Woord of Evenbeeld genoemd.

De Denker (Vader) is in Zijn Gedachte (Zoon), en de gedachte is in de Denker (Vader). Uit de Denker komt voort de liefde voor zijn Gedachte, en uit de Gedachte de liefde voor de Denker. Die liefde wordt de Heilige (liefdevolle) Geest genoemd.

Dus is de Vader in de Zoon en de Zoon in de Vader, in de liefdevolle omarming van de Heilige Geest. Dus heb je een wezen in drie personen, de Heilige Drie-Eenheid.

De mens is in Gods beeld geschapen, dus ook als een drie-eenheid. Wij hebben bewustzijn, intelligentie en wil. Net zoals de Vader zijn wij een persoon, maar een veel minder persoon, een weerspiegeling van de Drie-Eenheid, uit niets geschapen. Gods zelfbeschouwing brengt een andere Persoon voort. Maar onze zelfbeschouwing (gedachte) bringt alleen maar voort wat wij zijn: niets.

God heeft het bestaan van binnen, van zichzelf, van zijn eigen natuur, een totaal onafhankelijk bestaan. Hij is in zichzelf de bron van het bestaan. Ons bestaan komt van buiten, van God en is daarom totaal afhankelijk aan Hem.

Als een kind geboren zou worden zonder gezicht, gehoor, gevoel, smaak en reuk, zou het zijn eigen bestaan niet weten en zou het nooit tot vol mens kunnen groeien. Wij kunnen alleen weten dat wij bestaan omdat onze zinnen ons vertellen dat er een wereld buiten ons zelf is. Ons bestaan komt in een zekere zin dus van buiten, niet van ons zelf.

Ons bestaan is daarom maar een relatief bestaan. In een zekere zin kan je zeggen dat wij alleen maar bestaan omdat wij bij een groep behoren, vader en moeder, gezin, familie, stam, volk, mensheid, kerk, club, werk, gemeenschap enz. Wij bestaan eigenlijk in andere personen. Wij hebben andere personen nodig om te ervaren dat wij bestaan. Zij moeten ons ontvangen. Zonder andere personen zou ons leven helemaal geen mening hebben en zouden wij totaal eenzaam zijn. Wij zouden eigenlijk niet bestaan.

Wij in Gods gelijknis gemaakt, en kunnen daarom alleen maar mening vinden in andere personen, net als God. In God zijn al de Personen in zichzelf. De Denker is in zijn Gedachte en de Gedachte (Zoon) is in de Denker(Vader). Maar in ons zijn die personen zijn buiten ons eigen zelf.

“U moet mij geloven waneer ik zeg dat ik in de Vader ben en dat de Vader in mij is” (Johannes 14, 11)

Maar de mens heeft niets in zichzelf en kan daarom alleen maar mening vinden door in God te leven en door God in hem te laten leven.

Je kan het best weer vergelijken met een spiegel. God heeft ons als een spiegel geschapen. Een spiegel bestaat, maar een spiegel heeft alleen mening als het iets kan weerspiegelen. (Als er iets in de spiegel is) Op dezelfde manier hebben wij een echt bestaan, maar een meningloos bestaan als wij niet iets weerspiegelen. Dus hebben wij (heeft ons leven) alleen maar mening als wij God weerspiegelen, in andere woorden, als God in ons is.

Alles is in Gods beeld gemaakt en weerspiegelt de Drie-Eenheid, bijvoorbeeld:

God - Vader Zoon Heilige Geest
- Schepper Verlosser Heilig maker
- Zijn Weten Doen
- Wie Wat Waarom

Mens - Christus Maria Gelovigen
Man Vrouw Kind
Herinnering Verstand Wil
Hoop Geloof Liefde


Schepping - Engelen Mens Materie
Universe - Materie Tijd Ruimte
Tijd - Verleden Nu Toekomst
Ruimte - Hoogte Breede Diepte
Materie - Solide Vloeistof Gas
Philosofie - Thesis Antithesis Synthesis
Natuur - E M C2

Maar waarom heeft God ons eigenlijk geschapen? Hij had ons echt niet nodig, omdat Zijn bestaan voledig is in zichzelf, in de eenheid van de Drie-Eenheid, een totale eenheid van macht, kennis en liefde.

In het eeuwige zelf beschouwen brengtt de Vader zijn gedachte (Zoon) voort in zijn eigen natuur, maar die gedachte (zoon) is de voledige opsomming van al kennis en houdt daarom ook in alle mogelijke schepsels buiten Zijn eigen natuur. De schepping is daarom zijn buitenatuurlijke zoon en alles in de schepping van de hoogste engel tot het kleinste korreltje zand is de weerspiegeling van God, in zo ver als het niets-zijn het oneindige kan weerspiegelen.

Maar omdat de schepping maar een weerspiegeling is buiten Gods natuur, heeft de schepping maar een afhankelijk bestaan en heeft het alleen maar mening als het God weerspiegelt. God heeft de schepping daarom gemaakt zodat zij Hem (het hoogste Goed) kan weerspiegelen. Weerspiegelen betekent dat God in de spiegel is, op dezelfde manier dat de grote zon in een klein spegeltje kan zijn.

Dus, ofschoon een spiegel maar een beetje stof is, heeft het het potentieel de zon te ontvangen en bij wijzen van spreken, deel van de grote zon te zijn. De spiegel neemt dan de natuur van de zon aan en ziet er zelf uit als de zon.

Het doel van de schepping is daarom dat God zichzelf zou uitdrukken als Zoon, niet alleen in Zijn eigen natuur, maar ook buiten zijn eigen natuur. Het niets-zijn kreeg daarom de mogelijkheid de Vader te ontvangen en dus Zoon te worden. De bedoeling van de schepping is daarom de vereninging met de Zoon.

Engelen en de mens waren geschapen als volmaakte spiegels en hadden daarom met de aanwezigheid van God in hun geest (heiligmakende genade). Zonder heilgmakende genade hebben geesten (engelen en mensen) alleen maar hun eigen natuur en zijn zij als spiegels zonder een beeld, en heeft hun bestaan geen mening en zijn zij dood.

Zonder heiligmakende genade hebben wij alleen maar onze eigen natuur, en dat betekent dat God de mens alleen maar lief kan hebben als een minder wezen, zoals wij bijvoorbeeld een kat lief hebben, niet als een gelijkwaardig wezen. Maar omdat Hij ons oneindig lief heeft, wil Hij ons laten deelnemen in Zijn eigen natuur, het Goddelijk leven, zo dat Hij ons kan lief hebben als een gelijkwaardig wezen. Je kan het vergelijken met adoptie, waardoor men een vreemd kind aanneemt als je eigen kind zodat het je eigen leven kan delen.

Dus geeft Hij de mens de mogelijkheid in het God-zijn deel te nemen, door de heiligmakende genade te ontvangen, waardoor de Heilige Drie-Eenheid in die mens komt te leven als het levensbeginsel. Je kan het vergelijken als electriciteit in een lamp. In zichzelf kan een lamp niets doen, is het dood. Maar het heeft het potentieel om te ‘leven”, door de electriesche stroom aan te nemen. De lamp zelf kan niets doen om licht en warmte te geven, maar het kan toe laten dat de stroom het in leven brengt. Dat was de houding van Onze Lieve Vrouw, die met haar “Fiat mihi voluntas tuas” (laat Uw wil aan mij geschiede) zich overgaf aan de stroom van Gods liefde. Omdat zij onbevlekt ontvangen was, kon zij zich totaal aan Gods liefde geven en vond Zijn liefde geen enkele tegenstand in Maria. Zij is daarom ook “vervuld van genade”. dwz totaal van Gods liefde doortrokken.

Wij hebben dus te keuze om God toe te laten in ons leven. Zo eenvoudig is het! Als wij net als Maria altijd "Fiat voluntas tuas" zeggen, dan zal God ons ongetwijfeld tot volledige eenheid met Hem brengen.

Hoewel God de mens het bovennatuurlijk leven geeft, kan je ook zeggen dat in een zekere zin de mens het leven aan God geeft, door Hem in zijn ziel te ontvangen. In een zekere zin wordt de mens moeder van God. Johannes Tauler heeft hier het een en ander over geschreven. Men kan dan ook begrijpen waarom de mens een fantastiesche waarde heeft en waarom God hem zo veel lief heeft. Hij kan God leven geven (in zijn ziel)!

Over "Oneindig Geluk"

Ieder mens is op zoek naar geluk. Wij willen allemaal gelukkig zijn en alles wat wij doen is gedreven door dit vaak onbewust doel. Ondanks ons streven schijnen meeste mensen niet bijster gelukkig te zijn. De vraag is dan wat ons echt gelukkig zou maken en hoe wij dat kunnen krijgen?

Het doel van deze blog is te laten zien dat voledig geluk kan alleen maar gevonden worden door God te leren kennen. “To know Him is to love Him” Als je God leert kennen zal je Hem onmiddelijk liefhebben en het is liefde dat gelukkig maakt (vraag maar aan iemand die “verliefd” is) en omdat God oneindig lief is, maakt Zijn liefde ons oneindig gelukkig. Eenvoudig.

Maar hoe kunnen wij Hem leren kennen en hoe kunnen wij Zijn liefde ervaren?

De enigste manier is door een verhouding met Hem te hebben. Men kan veel over God lezen en dat is zeker nodig als een voorbereiding. Maar de enigste manier om Hem te leren kennen is door een verhouding met Hem te hebben en dat kan alleen gebeuren door gebed en een leven dat geheel gericht is op Zijn liefde.

In deze blog wil ik daarom onderwerpen bespreken die ons een beeld geven van wie en wat God is en hoe wij Hem kunnen ervaren. Ik zal mijn best doen het in eenvoudige woorden te zeggen, zonder jargon, zo dat iedereen het kan begrijpen. De volgende onderwerpen geven een idee:

De Heilige Drie-Eeenheid
Maria Maagd en Moeder
Het “Onze Vader”
Het Kruisteken
Gods barmhartigheid
Erfzonde
Hemel
Vagevuur
Hel
De donkere nacht van de ziel
Gedichten van St Johannes van het Kruis
Drie geboortes (Johannes Tauler)
Pseudo Dionysius
Het geestelijk leven
De theologie van het lichaam

In alles wat ik zeg probeer ik altijd de geloofsleer van de Katholieke Kerk te volgen, in bijzonder zoals dat wordt uitgelegd door Paus Benedict en zijn voorgangers. Comment is zeer welkom.

Als iemand iets wil weten over een bepaald onderwerp, kunnen zij gerust een vraag stellen. Ook is het mogelijk een gesprek te voeren, zo ver ik tijd heb.