De gedachten van Paus Benedictus XVI in zijn encykliek "Spe Salvi"
Paragraaf 47.
Enkele recente theologen zijn van mening dat het verbrandende en tegelijk reddende vuur Christus is, de Rechter en Redder. De ontmoeting met Hem is het beslissende moment van het oordeel. Voor Zijn aanblik smelt alle onwaarheid. De ontmoeting met Hem, die ons in het vuur loutert, maakt ons vrij voor het wezenlijke van onszelf. Daarbij kan blijken dat alles wat wij tijdens ons leven opgebouwd hebben enkel stro is, dat het grootdoenerij is en in elkaar stort. Maar in de pijn vandeze ontmoeting, waarin ons het onreine en zieke van ons bestaan geopenbaard wordt, is redding. Zijn blik, de aanraking van Zijn hart, geneest ons in een ongetwijfeld pijnlijke omvorming “om zo te zeggen, door het vuur heen”. Maar het is een zalige pijn, waarin de heilige macht van Zijn liefde ons brandend doordringt,zodat wij eindelijk geheel onszelf worden en daardoor geheel aan God toebehoren.
Zo wordt ook de verstrengeling van gerechtigheid en genade zichtbaar: ons leven doet er wel degelijk toe, maar ons vuil bevlekt ons niet voor eeuwig, als we tenminste gericht zijn gebleven op Christus, op de waarheid en op de liefde. Ons vuil is tenslotte al verbrand in het lijden van Christus. Op het moment van het oordeel ervaren en ontvangen wij deze overmacht van Zijn liefde over al het kwaad in de wereld en in ons. De pijn van de liefde wordt onze redding en onze vreugde.
Het is duidelijk dat wij de ‘duur’ van dit louterende branden niet met de chronologische maten van onze aardse tijd kunnen meten. Het omvormende ‘ogenblik’ van deze ontmoeting onttrekt zich aan aardse maatstaven - het is de tijd van het hart, de tijd van ‘overgang’ naar gemeenschap met God in het Lichaam van Christus.
39 Het oordeel van God is hoop, zowel omdat het gerechtigheid is als omdat het genade is. Als het alleen genade was, waardoor al het aardse er niets meer toe zou doen, dan zou God de vraag naar de rechtvaardigheid schuldig blijven, die voor ons de beslissende vraag is aan de geschiedenis en aan God Zelf. Als het alleen gerechtigheid was, zou het ten slotte voor ons allemaal alleen maar angst kunnen betekenen. De Menswording van God in Christus heeft beide – oordeel en genade – zo samengevoegd dat de gerechtigheid wordt hersteld; wij maken dus allen werk van ons heil “met vrezen en beven” (Fil 2,12).
Maar toch laat de genade ons allen hopen en vol vertrouwen tot de Rechter gaan, die wij kennen als onze ‘Advocaat’, parakletos (vgl. 1Joh 2,1).
Monday, 7 June 2010
Hemel
Een paar losse gedachten
In de context van de Openbaring, weten wij dat de “hemel” of het “geluk” waarin wij ons zullen vinden niet een abstractive is, noch een physieke plaats in de wolken, maar een levende, persoonlijke relatie met de heilige Drie-Eenheid. Het is onze ontmoeting met de Vader, die plaats vindt in de verezen Christus door de communie van de Heilige Geest (Paus Johannes Paulus 2)
Het zou het ogenblik zijn van onderduiken in de oceaan van oneindige liefde, waarin er geen tijd meer is, geen vóór en na. Wij kunnen alleen proberen te denken dat dit ogenblik het leven in de volle zin is, ons steeds opnieuw onderdompelen in de uitgestrektheid van het zijn, waarin wij eenvoudigweg door vreugde overweldigdworden. (Paus Benedict in “Spe Salvi”)
Dit volmaakte leven samen met de allerheiligste Drieëenheid, deze gemeenschap van leven en liefde met de Drieëenheid, de Maagd Maria, de engelen en alle gelukzaligen wordt 'hemel' genoemd. De hemel is het uiteindelijk doel en de verwezenlijking van de diepste verlangens van de mens, de hoogste en definitieve staat van geluk. (Catechismus 1024)
Leven in de hemel is 'bij Christus zijn'.1 De uitverkorenen leven 'in Hem', maar zij behouden er, of beter gezegd, zij vinden er hun ware identiteit, hun eigen naam. (Catechismus 1025)
Dit mysterie van de gelukzalige gemeenschap met God en met allen die in Christus zijn, gaat ieder begrip en iedere beschrijving te boven. De Schrift spreekt ons erover in beelden: leven, licht, vrede, bruiloftsfeest, wijn van het koninkrijk, vaderhuis, hemels Jeruzalem, paradijs: 'Geen oog heeft gezien, geen oor heeft gehoord, geen mens kan het zich voorstellen, al wat God bereid heeft voor die Hem liefhebben' (Catechismus 1027)
Omdat wij God niet kunnen voorstellen, kunnen wij ook het EEN zijn (de hemel) niet voorstellen. Daarom kan de Heilige Schrift alleen maar beeldspraak gebruiken. Al die beelden hebben een element van waarheid, maar zijn nooit de hele waarheid. Zij verbergen eigenlijk meer dan wat zij zeggen.
Zij die sterven in de genade en vriendschap van God en die volmaakt gelouterd zijn, leven voor eeuwig met Christus. Zij zijn voor eeuwig gelijk aan God, omdat zij Hem zien ’zoals Hij is’ (1 Joh. 3,2), van aangezicht tot aangezicht.
Maar de mens is niet alleen een ziel, maar een eenheid van geest en lichaam. Hij is geboren als Adamah (van der aarde), geschapen door God van het slijk van de aarde. Zijn lichaam is gemaakt van atomen die eerst geschapen waren in de explosives van sterren. Lichamelijk is hij de vrucht, de essentie van de aarde. Door Adams zonde was die eenheid met het heelal gescheiden (zonde is een scheiding, een schisma), maar in de verijzenis van het lichaam zal ook het heelal vergeestelijkt worden, omdat het deel van de mens is.
Dus zal er een nieuwe aarde (universum) zijn, waarin wij alle goede dingen van de aarde zullen terug vinden, (bv planten en dieren) maar op een verheerlijkte manier. Tot nu toe ligt de aarde “buiten” God als het waar, (St Paul zegt dat de hele schepping kreunt met verlangen voor verlossing) maar door onze verheerlijking zal de aarde ook in God opgenomen worden.
In de context van de Openbaring, weten wij dat de “hemel” of het “geluk” waarin wij ons zullen vinden niet een abstractive is, noch een physieke plaats in de wolken, maar een levende, persoonlijke relatie met de heilige Drie-Eenheid. Het is onze ontmoeting met de Vader, die plaats vindt in de verezen Christus door de communie van de Heilige Geest (Paus Johannes Paulus 2)
Het zou het ogenblik zijn van onderduiken in de oceaan van oneindige liefde, waarin er geen tijd meer is, geen vóór en na. Wij kunnen alleen proberen te denken dat dit ogenblik het leven in de volle zin is, ons steeds opnieuw onderdompelen in de uitgestrektheid van het zijn, waarin wij eenvoudigweg door vreugde overweldigdworden. (Paus Benedict in “Spe Salvi”)
Dit volmaakte leven samen met de allerheiligste Drieëenheid, deze gemeenschap van leven en liefde met de Drieëenheid, de Maagd Maria, de engelen en alle gelukzaligen wordt 'hemel' genoemd. De hemel is het uiteindelijk doel en de verwezenlijking van de diepste verlangens van de mens, de hoogste en definitieve staat van geluk. (Catechismus 1024)
Leven in de hemel is 'bij Christus zijn'.1 De uitverkorenen leven 'in Hem', maar zij behouden er, of beter gezegd, zij vinden er hun ware identiteit, hun eigen naam. (Catechismus 1025)
Dit mysterie van de gelukzalige gemeenschap met God en met allen die in Christus zijn, gaat ieder begrip en iedere beschrijving te boven. De Schrift spreekt ons erover in beelden: leven, licht, vrede, bruiloftsfeest, wijn van het koninkrijk, vaderhuis, hemels Jeruzalem, paradijs: 'Geen oog heeft gezien, geen oor heeft gehoord, geen mens kan het zich voorstellen, al wat God bereid heeft voor die Hem liefhebben' (Catechismus 1027)
Omdat wij God niet kunnen voorstellen, kunnen wij ook het EEN zijn (de hemel) niet voorstellen. Daarom kan de Heilige Schrift alleen maar beeldspraak gebruiken. Al die beelden hebben een element van waarheid, maar zijn nooit de hele waarheid. Zij verbergen eigenlijk meer dan wat zij zeggen.
Zij die sterven in de genade en vriendschap van God en die volmaakt gelouterd zijn, leven voor eeuwig met Christus. Zij zijn voor eeuwig gelijk aan God, omdat zij Hem zien ’zoals Hij is’ (1 Joh. 3,2), van aangezicht tot aangezicht.
Maar de mens is niet alleen een ziel, maar een eenheid van geest en lichaam. Hij is geboren als Adamah (van der aarde), geschapen door God van het slijk van de aarde. Zijn lichaam is gemaakt van atomen die eerst geschapen waren in de explosives van sterren. Lichamelijk is hij de vrucht, de essentie van de aarde. Door Adams zonde was die eenheid met het heelal gescheiden (zonde is een scheiding, een schisma), maar in de verijzenis van het lichaam zal ook het heelal vergeestelijkt worden, omdat het deel van de mens is.
Dus zal er een nieuwe aarde (universum) zijn, waarin wij alle goede dingen van de aarde zullen terug vinden, (bv planten en dieren) maar op een verheerlijkte manier. Tot nu toe ligt de aarde “buiten” God als het waar, (St Paul zegt dat de hele schepping kreunt met verlangen voor verlossing) maar door onze verheerlijking zal de aarde ook in God opgenomen worden.
Barmhartigheid van God
Wat is Goddelijke barmhartigheid? God is liefde, maar barmhartigheid is Zijn liefde in het geval van ellende, vooral de grootste ellende, zonde. Maar wat betekent het precies?
Zo ver ik het weet is het woord barmhartigheid een vertaling van het latijnse woord misericordia (miser = arm, cordia = hart), dus be-arm hartigheid. Het heeft te doen met medelijden met armoede, ontfermen en vergeven enz. Het latijnse woord was zelf een vertaling van het Hebreeuwse woord HESED. Dat woord schijnt eigenlijk te betekenen Gods trouwe liefde die de mens altijd steunt.
Het is altijd zeer moeilijk om woorden te vertalen omdat je haast nooit precies dezelfde mening in een andere taal hebt. Dus wat betekent Hesed precies? Trouwe liefde, een verbintenis tussen God en de mens, een liefde die verplicht.
Ik geloof dat het woord Hesed van een wortel komt die de moederschoot betekent. Dus Hesed betekent eigenlijk de “schoot” liefde, de diepe primale oerliefde van een baarmoeder voor haar kind. Jezus gebruikte dat voorbeeld om te zeggen hoe groot Zijn liefde was: Kan een moeder haar kind vergeten, de kind van haar schoot? Onmogelijk, niet denkbaar. Maar toch zegt Jezus, zelfs als zij haar kind zou vergeten, ik zal jou nooit vergeten.
Dus laat Jezus ons zien dat Gods liefde als moederliefde is, alleen maar groter. Ook gebruikt Hij het beeld van een kip, een hen, die haar kuikens verbergt onder haar vleugels als er gevaar is. Als je ooit een hen hebt gezien die haar kuikens onder haar vleugels verbergt, zal je begrijpen wat een prachtig beeld dat is. Zelfs een dieren moeder laat ons zien hoe God ons lief heeft.
Dan is er ook het beeld van de verloren zoon en de vader die zo bezorgd is dat hij elke dag gaat kijken, met veel pijn in zijn hart, of zijn zoon al terug komt. Dan als hij eindelijk terug komt is er absoluut geen gedachte van zijn zonden, maar alleen maar grote vreugde dat zijn zoon weer tot het leven is gekomen.
In Engels is er eigenlijk maar een woord voor Gods barmhartige liefde en dat is eigenaardig, want Engels is een zeer woordenrijke taal. Nederlands heeft drie manieren om over Gods barmhartigheid te spreken.
De eerste is in het Kyrie Eleison in de Mis. In Engels zeggen wij, Lord have mercy, maar in Nederlands is het Heer, ontfermt U over ons. Het woord “ontferm” heeft de betekenis van een machtige en liefdevolle mens die een arm weeskind aanneemt en hem tot zoon maakt. Dus als wij zeggen, Heer ontfermt U over ons, vragen wij dat Hij ons als een arm weeskind aanneemt. Dus spreken wij God aan als Vader.
De tweede is waneer wij God om vergevenis vragen. In Engels is het weer hetzeflde woord, Merciful God, I am sorry for my sins. In Nederlands zeggen wij, Barmhartige God, ik heb spijt over mijn zonden. Dus vragen wij aan het hart van God, het hart van moederliefde, dat voor ons doorgestoken was, om ons te vergeven. Het is dus een gebed aan Jezus, de tweede persoon van de Heilige Drie-Eenheid.
De derde is waneer wij zeggen, in Engels, Lord be merciful to me a sinner. In Nederlands, Heer ben mij zondaar genadig. Dus vragen wij Hem om ons niet te behandelen zoals wij het verdienen, maar om ons te vergeven en ons toch de gavens (genaden) te geven die wij zo erg nodig hebben voor ons geestelijk leven. Dit is de genade van de Heilige Geest, de heiligmakende genade die ons deel maakt van de Goddelijke natuur, en dus is dat een gebed tot God de Heilige Geest.
Dus vragen wij de Vader om zich over ons te ontfermen, door de barmhartigheid van Zijn Zoon, in de levensgevende genade van de Heilige Geest.
God is liefde, en de natuur van liefde is dat het altijd geluk wil brengen. Het doel van de schepping was dat schepselen het eeuwige geluk van Gods liefde konden ervaren, door Gods natuur te delen. Gods geluk is ons gelukkig te maken!
Maar door de erfzonde zijn wij van de gave van de Goddelijke natuur beroofd en zijn wij teruggevallen op onze menselijke natuur, maar een gevallen menselijke natuur, waar wij onderhevig zijn aan de drie begeertes. Men denkt hier aan de man die door rovers aangevallen was en zwaar gewond bij de weg was gegooid. Uiteindelijk was het een Samaritaan, een vreemdeling (God), die de man (een Jood, een vijand) opnam, zijn wonden behandelde en hem naar de herberg (Kerk) bracht, met de opdracht hem te verplegen totdat hij terug zou komen.
God is onze naaste
Men denkt ook aan de verloren zoon (de mensheid) die vrijwillig het huis van zijn vader verliet (erfzonde) om zich overtegeven aan de bekoring van het onafhankelijke leven. Hij nam met zich zijn grote ervenis en dus kon hij een hele tijd leven van de rijkheid die hij van zijn vader had gekregen. Zo kan ook de mens en de samenleving die God verlaat nog een hele tijd leven van het geestelijke goed die hij meegekregen heeft. Maar omdat hij niet meer met de Vader leeft, groeit het fortuin niet meer en is de mens uiteindelijk failliet.
Toen kwam hij tot zichzelf en zei: “Zoveel dagloners van mijn vader hebben brood in overvloed, en ik verga hier van de honger! Het is zijn wanhoop die hem drijft. Ik ga terug naar mijn vader. Ik zal hem zeggen: Vader, ik heb gezondigd tegen de hemel en tegen u; ik ben het niet meer waard om uw zoon te heten, behandel me als een van uw dagloners.” En hij ging terug naar zijn vader.
Dan, als de mens hongerig en dorstig wordt en verrekt van de armoede (hij zou graag het varkensvoer hebben gegeten, voor de Jood iets onvoorstelbaars) begint hij zich te bezinnen. Pas de ellende bringt hem aan de gedachte dat hij God moet vinden. Pas de ervaring dat hij niet in een aarts paradijs leeft,en de gevolgen zijn zonde, zijn vervreemding van God en de diepe pijn dat een leven zonder hoop en liefde brengt, kan hem tot bezinning brengen.Hij begrijpt dan dat wij niet zonder liefde (God) kunnen leven en dat een levenswijze zonder God alleen tot ellende leidt. Er is nog geen kwestie van berouw over zijn zonde, het is gewoon zijn ellende, de zekerheid dat hij zal sterven in ellende die hem terug aan God trekt.
Ellende was altijd het gevolg van de zonde. In Genesis zien wij hoe God de mens uit het paradijs werpt en het sluit. In de werkelijkheid is het wij die zelf het paradijs van Gods liefde hebben verlaten, het echte aarts paradijs, toen wij God nog in ons hart hadden en vertrouwlijk met hem omgingen. Dat was de tijd dat wij hem nog hoorden wandelen in de koelte van de namiddag. (Genesis)
Maar door God te verstoten, leven wij nu in een droog en moeilijk land en ervaren wij dagelijks de ellende van onze zwakheid, de eenzaamheid van een liefdeloos bestaan, de hopeloosheid van de dood en de dagelijkse dreiging tegen ons leven. Het is Gods barmhartigheid die ons zo gemaakt heeft dat wij niet gelukkig kunnen zijn zonder Hem. Maar zo ver zijn wij van het ware leven van liefde vervreemd, dat wij ons tevreden zouden stellen met varkensvoer, de dagelijkse vreugden van genoeg te eten een goede baan, menselijke liefde enz. Niet dat die dingen in zichzelf slecht zijn, maar als zij een substituut worden voor God, zoals vaak het geval is, dat is het varkensvoer.
Maar vaak krijgen wij zelfs dat varkensvoer niet. Vaak gaan dingen verkeerd en veliezen wij wat wij zou noodzakelijk vinden, onze baan, ons geld, onze verhouding met mensen, onze gezondheid enz. Dan beginnen wij pas echt te hongeren en pas dan beginnen wij naar God te zoeken.
Het is dus de ervaring van pijn dat de leugen geeft aan onze zelfstandigheid, de waanzinnige poging om ons geluk in ons zelf te vinden, om onafhankelijk van God te zijn, om onze eigen God te zijn, om te zijn zoals God.
De dagloners van mijn vader hebben eten in overvloed, en ik kom hier om van de honger.
Het is door de ervaring van onze essentiele armoede en ellende, onze pijn, het niets zijn, het minder dan niets zijn door zonde, dat wij naar God zoeken. Wij zoeken hem vanwege onze ellende, vanwege onze nood, niet vanwege onze liefde.
Het is dus niet onze liefde voor de Vader die ons drijft, maar onze ellende. Maar God de Vader ziet ons al terwijl wij nog zo ver weg zijn en rent ons tegemoet:
Zijn vader zag hem in de verte al aankomen. Hij kreeg medelijden en rende op zijn zoon af, viel hem om de hals en kuste hem.
Het is God die ons tegemoet komt en ons begint te omhelsen en te kussen, nog voordat wij iets kunnen zeggen. Het is de ervaring van Zijn onstuimige, onvoorwaardelijke liefde die ons dan de moed geeft om ons berouw te stamelen.
Vader, ik heb gezondigd tegen de hemel en tegen u, ik ben het niet meer waard uw zoon genoemd te worden; behandel mij als een van uw dagloners.”
Bewust van onze zonde en zijn schuld, en onbewust van de grootheid van Gods liefde vragen alleen maar dat hij een knecht mag zijn in ons Vaders huis, zo dat wij niet zouden sterven. Onze schuld is groot. Wij hebben God niet alleen grondig beledigd, maar hebben Zijn rijkheid, Zijn gavens verloren door een zondig leven. Wij hebben dus absoluut geen verdienste, niets waarop wij met rechtvaardigheid iets kunnen eisen. Om dat wij zelf zondig zijn, kunnen wij niet meer van God verwachten. Wij beperken onze verwachting van Hem omdat wij een grotere liefde niet kunnen voorstellen. Wij oordelen God met ons zelf als maatstaf. Wij denken dat God ons zou behandelen als of hij een zondig mens was, zoals wij het zelf zouden doen.
Maar daar is geen sprake van. Hij heeft zijn Vaders liefde nog nooit begrepen. Zijn liefde is totaal onbaatzuchtig. Zijn geluk is Zijn kind gelukkig te zien in de gemeenschap van Gods liefde. Rechtvaardigheid komt niet te pas. De Vader geeft hem nog niet eens een antwoord! Er is geen berisping, geen les, geen verontwaardige gevoelens, geen voorwaardelijke vergevenis. Er is zelfs geen sprake van vergevenis! Alleen overgrote en onvoorwaardelijke vreugde en liefde!
Maar de vader zei tegen zijn knechten: “Haal vlug het mooiste gewaad en trek het hem aan, doe hem een ring aan zijn vinger en geef hem sandalen.
Met het gewaad wordt hij weer gekleed met de mantel van liefde, het inwonen van de Heilige Geest en wordt hij weer opnieuw geboren in het leven van God. De ring was was een zegelring, het teken van volmacht van en de vereniging met de Vader. De sandalen was een teken dat hij niet een knecht, maar een zoon was. Het gewaad, de ring en de schoenen waren dus een teken van onze voledige onderdompeling, doop, in de Heilige Drie_Eenheid. Het beeld van de heilige Drie-Eenheid is nu weer herstelt en de mens is van de dood opgestaan.
Breng het gemeste kalf en slacht het. Laten we eten en feestvieren,] want deze zoon van mij was dood en is weer tot leven gekomen, hij was verloren en is teruggevonden.” En ze begonnen feest te vieren.
Er is geen grotere vreugde in de hemel dan voor een zondaar die zich bekeerd. Een leven dat verloren was, een ziel die al met een voet in de hel stond, een mens die geestelijk dood was is weer herboren tot het eeuwige leven.
Wat is dat geestelijke leven? Hier de gelijknis is dat van een feest, waar het fijnste voedsel wordt gegeten. Als men diep gelukkig is, als er iets gebeurd is dat ons zeer gelukkig maakt, dan willen wij dat altijd scharen. Wij roepen daarom onze vrienden tezamen om ons geluk te delen zodat iedereen gelukkig zal zijn. Geluk wil zich altijd scharen, want dat vermenigvuldigt het geluk. En typiesch doen wij dat door het consumeren van voedsel. Voedsel houdt ons in het leven en is daarom het diepste symbool van geluk, van het leven. En op een feest hebben wij voedsel en het geluk in overvloed.
Maar dit aardse beeld omhult de diepste hemelse realiteit.
Wordt vervolgd!
Zo ver ik het weet is het woord barmhartigheid een vertaling van het latijnse woord misericordia (miser = arm, cordia = hart), dus be-arm hartigheid. Het heeft te doen met medelijden met armoede, ontfermen en vergeven enz. Het latijnse woord was zelf een vertaling van het Hebreeuwse woord HESED. Dat woord schijnt eigenlijk te betekenen Gods trouwe liefde die de mens altijd steunt.
Het is altijd zeer moeilijk om woorden te vertalen omdat je haast nooit precies dezelfde mening in een andere taal hebt. Dus wat betekent Hesed precies? Trouwe liefde, een verbintenis tussen God en de mens, een liefde die verplicht.
Ik geloof dat het woord Hesed van een wortel komt die de moederschoot betekent. Dus Hesed betekent eigenlijk de “schoot” liefde, de diepe primale oerliefde van een baarmoeder voor haar kind. Jezus gebruikte dat voorbeeld om te zeggen hoe groot Zijn liefde was: Kan een moeder haar kind vergeten, de kind van haar schoot? Onmogelijk, niet denkbaar. Maar toch zegt Jezus, zelfs als zij haar kind zou vergeten, ik zal jou nooit vergeten.
Dus laat Jezus ons zien dat Gods liefde als moederliefde is, alleen maar groter. Ook gebruikt Hij het beeld van een kip, een hen, die haar kuikens verbergt onder haar vleugels als er gevaar is. Als je ooit een hen hebt gezien die haar kuikens onder haar vleugels verbergt, zal je begrijpen wat een prachtig beeld dat is. Zelfs een dieren moeder laat ons zien hoe God ons lief heeft.
Dan is er ook het beeld van de verloren zoon en de vader die zo bezorgd is dat hij elke dag gaat kijken, met veel pijn in zijn hart, of zijn zoon al terug komt. Dan als hij eindelijk terug komt is er absoluut geen gedachte van zijn zonden, maar alleen maar grote vreugde dat zijn zoon weer tot het leven is gekomen.
In Engels is er eigenlijk maar een woord voor Gods barmhartige liefde en dat is eigenaardig, want Engels is een zeer woordenrijke taal. Nederlands heeft drie manieren om over Gods barmhartigheid te spreken.
De eerste is in het Kyrie Eleison in de Mis. In Engels zeggen wij, Lord have mercy, maar in Nederlands is het Heer, ontfermt U over ons. Het woord “ontferm” heeft de betekenis van een machtige en liefdevolle mens die een arm weeskind aanneemt en hem tot zoon maakt. Dus als wij zeggen, Heer ontfermt U over ons, vragen wij dat Hij ons als een arm weeskind aanneemt. Dus spreken wij God aan als Vader.
De tweede is waneer wij God om vergevenis vragen. In Engels is het weer hetzeflde woord, Merciful God, I am sorry for my sins. In Nederlands zeggen wij, Barmhartige God, ik heb spijt over mijn zonden. Dus vragen wij aan het hart van God, het hart van moederliefde, dat voor ons doorgestoken was, om ons te vergeven. Het is dus een gebed aan Jezus, de tweede persoon van de Heilige Drie-Eenheid.
De derde is waneer wij zeggen, in Engels, Lord be merciful to me a sinner. In Nederlands, Heer ben mij zondaar genadig. Dus vragen wij Hem om ons niet te behandelen zoals wij het verdienen, maar om ons te vergeven en ons toch de gavens (genaden) te geven die wij zo erg nodig hebben voor ons geestelijk leven. Dit is de genade van de Heilige Geest, de heiligmakende genade die ons deel maakt van de Goddelijke natuur, en dus is dat een gebed tot God de Heilige Geest.
Dus vragen wij de Vader om zich over ons te ontfermen, door de barmhartigheid van Zijn Zoon, in de levensgevende genade van de Heilige Geest.
God is liefde, en de natuur van liefde is dat het altijd geluk wil brengen. Het doel van de schepping was dat schepselen het eeuwige geluk van Gods liefde konden ervaren, door Gods natuur te delen. Gods geluk is ons gelukkig te maken!
Maar door de erfzonde zijn wij van de gave van de Goddelijke natuur beroofd en zijn wij teruggevallen op onze menselijke natuur, maar een gevallen menselijke natuur, waar wij onderhevig zijn aan de drie begeertes. Men denkt hier aan de man die door rovers aangevallen was en zwaar gewond bij de weg was gegooid. Uiteindelijk was het een Samaritaan, een vreemdeling (God), die de man (een Jood, een vijand) opnam, zijn wonden behandelde en hem naar de herberg (Kerk) bracht, met de opdracht hem te verplegen totdat hij terug zou komen.
God is onze naaste
Men denkt ook aan de verloren zoon (de mensheid) die vrijwillig het huis van zijn vader verliet (erfzonde) om zich overtegeven aan de bekoring van het onafhankelijke leven. Hij nam met zich zijn grote ervenis en dus kon hij een hele tijd leven van de rijkheid die hij van zijn vader had gekregen. Zo kan ook de mens en de samenleving die God verlaat nog een hele tijd leven van het geestelijke goed die hij meegekregen heeft. Maar omdat hij niet meer met de Vader leeft, groeit het fortuin niet meer en is de mens uiteindelijk failliet.
Toen kwam hij tot zichzelf en zei: “Zoveel dagloners van mijn vader hebben brood in overvloed, en ik verga hier van de honger! Het is zijn wanhoop die hem drijft. Ik ga terug naar mijn vader. Ik zal hem zeggen: Vader, ik heb gezondigd tegen de hemel en tegen u; ik ben het niet meer waard om uw zoon te heten, behandel me als een van uw dagloners.” En hij ging terug naar zijn vader.
Dan, als de mens hongerig en dorstig wordt en verrekt van de armoede (hij zou graag het varkensvoer hebben gegeten, voor de Jood iets onvoorstelbaars) begint hij zich te bezinnen. Pas de ellende bringt hem aan de gedachte dat hij God moet vinden. Pas de ervaring dat hij niet in een aarts paradijs leeft,en de gevolgen zijn zonde, zijn vervreemding van God en de diepe pijn dat een leven zonder hoop en liefde brengt, kan hem tot bezinning brengen.Hij begrijpt dan dat wij niet zonder liefde (God) kunnen leven en dat een levenswijze zonder God alleen tot ellende leidt. Er is nog geen kwestie van berouw over zijn zonde, het is gewoon zijn ellende, de zekerheid dat hij zal sterven in ellende die hem terug aan God trekt.
Ellende was altijd het gevolg van de zonde. In Genesis zien wij hoe God de mens uit het paradijs werpt en het sluit. In de werkelijkheid is het wij die zelf het paradijs van Gods liefde hebben verlaten, het echte aarts paradijs, toen wij God nog in ons hart hadden en vertrouwlijk met hem omgingen. Dat was de tijd dat wij hem nog hoorden wandelen in de koelte van de namiddag. (Genesis)
Maar door God te verstoten, leven wij nu in een droog en moeilijk land en ervaren wij dagelijks de ellende van onze zwakheid, de eenzaamheid van een liefdeloos bestaan, de hopeloosheid van de dood en de dagelijkse dreiging tegen ons leven. Het is Gods barmhartigheid die ons zo gemaakt heeft dat wij niet gelukkig kunnen zijn zonder Hem. Maar zo ver zijn wij van het ware leven van liefde vervreemd, dat wij ons tevreden zouden stellen met varkensvoer, de dagelijkse vreugden van genoeg te eten een goede baan, menselijke liefde enz. Niet dat die dingen in zichzelf slecht zijn, maar als zij een substituut worden voor God, zoals vaak het geval is, dat is het varkensvoer.
Maar vaak krijgen wij zelfs dat varkensvoer niet. Vaak gaan dingen verkeerd en veliezen wij wat wij zou noodzakelijk vinden, onze baan, ons geld, onze verhouding met mensen, onze gezondheid enz. Dan beginnen wij pas echt te hongeren en pas dan beginnen wij naar God te zoeken.
Het is dus de ervaring van pijn dat de leugen geeft aan onze zelfstandigheid, de waanzinnige poging om ons geluk in ons zelf te vinden, om onafhankelijk van God te zijn, om onze eigen God te zijn, om te zijn zoals God.
De dagloners van mijn vader hebben eten in overvloed, en ik kom hier om van de honger.
Het is door de ervaring van onze essentiele armoede en ellende, onze pijn, het niets zijn, het minder dan niets zijn door zonde, dat wij naar God zoeken. Wij zoeken hem vanwege onze ellende, vanwege onze nood, niet vanwege onze liefde.
Het is dus niet onze liefde voor de Vader die ons drijft, maar onze ellende. Maar God de Vader ziet ons al terwijl wij nog zo ver weg zijn en rent ons tegemoet:
Zijn vader zag hem in de verte al aankomen. Hij kreeg medelijden en rende op zijn zoon af, viel hem om de hals en kuste hem.
Het is God die ons tegemoet komt en ons begint te omhelsen en te kussen, nog voordat wij iets kunnen zeggen. Het is de ervaring van Zijn onstuimige, onvoorwaardelijke liefde die ons dan de moed geeft om ons berouw te stamelen.
Vader, ik heb gezondigd tegen de hemel en tegen u, ik ben het niet meer waard uw zoon genoemd te worden; behandel mij als een van uw dagloners.”
Bewust van onze zonde en zijn schuld, en onbewust van de grootheid van Gods liefde vragen alleen maar dat hij een knecht mag zijn in ons Vaders huis, zo dat wij niet zouden sterven. Onze schuld is groot. Wij hebben God niet alleen grondig beledigd, maar hebben Zijn rijkheid, Zijn gavens verloren door een zondig leven. Wij hebben dus absoluut geen verdienste, niets waarop wij met rechtvaardigheid iets kunnen eisen. Om dat wij zelf zondig zijn, kunnen wij niet meer van God verwachten. Wij beperken onze verwachting van Hem omdat wij een grotere liefde niet kunnen voorstellen. Wij oordelen God met ons zelf als maatstaf. Wij denken dat God ons zou behandelen als of hij een zondig mens was, zoals wij het zelf zouden doen.
Maar daar is geen sprake van. Hij heeft zijn Vaders liefde nog nooit begrepen. Zijn liefde is totaal onbaatzuchtig. Zijn geluk is Zijn kind gelukkig te zien in de gemeenschap van Gods liefde. Rechtvaardigheid komt niet te pas. De Vader geeft hem nog niet eens een antwoord! Er is geen berisping, geen les, geen verontwaardige gevoelens, geen voorwaardelijke vergevenis. Er is zelfs geen sprake van vergevenis! Alleen overgrote en onvoorwaardelijke vreugde en liefde!
Maar de vader zei tegen zijn knechten: “Haal vlug het mooiste gewaad en trek het hem aan, doe hem een ring aan zijn vinger en geef hem sandalen.
Met het gewaad wordt hij weer gekleed met de mantel van liefde, het inwonen van de Heilige Geest en wordt hij weer opnieuw geboren in het leven van God. De ring was was een zegelring, het teken van volmacht van en de vereniging met de Vader. De sandalen was een teken dat hij niet een knecht, maar een zoon was. Het gewaad, de ring en de schoenen waren dus een teken van onze voledige onderdompeling, doop, in de Heilige Drie_Eenheid. Het beeld van de heilige Drie-Eenheid is nu weer herstelt en de mens is van de dood opgestaan.
Breng het gemeste kalf en slacht het. Laten we eten en feestvieren,] want deze zoon van mij was dood en is weer tot leven gekomen, hij was verloren en is teruggevonden.” En ze begonnen feest te vieren.
Er is geen grotere vreugde in de hemel dan voor een zondaar die zich bekeerd. Een leven dat verloren was, een ziel die al met een voet in de hel stond, een mens die geestelijk dood was is weer herboren tot het eeuwige leven.
Wat is dat geestelijke leven? Hier de gelijknis is dat van een feest, waar het fijnste voedsel wordt gegeten. Als men diep gelukkig is, als er iets gebeurd is dat ons zeer gelukkig maakt, dan willen wij dat altijd scharen. Wij roepen daarom onze vrienden tezamen om ons geluk te delen zodat iedereen gelukkig zal zijn. Geluk wil zich altijd scharen, want dat vermenigvuldigt het geluk. En typiesch doen wij dat door het consumeren van voedsel. Voedsel houdt ons in het leven en is daarom het diepste symbool van geluk, van het leven. En op een feest hebben wij voedsel en het geluk in overvloed.
Maar dit aardse beeld omhult de diepste hemelse realiteit.
Wordt vervolgd!
Geluk
Ik had mijzelf afgevraagd of ik mijn blog eeuwig geluk of oneindig geluk zou noemen. Voor mij betekent eeuwig geluk zeker het geluk dat wij ervaren in de hemel, maar het heeft meer het idee van een geluk dat eeuwig door gaat. “Oneindig” geluk betekent voor mij dat je geluk zo groot is dat er geen einde aan is. Het is het verschil tussen kwantiteit (is dat Nederlands ?) en kwaliteit. Met kwaliteit bedoel ik het geluk zo diep is dat men het gewoon niet kan voorstellen. In Engels is het verschil gemmakkelijker te verwoorden, want eeuwig zou worden vertaald als eternal, terwijl oneindig vertaald zou worden als infinite.
Een moment van oneindig geluk is zo groot dat al het geluk op aarde meer een “ongeluk” schijnt te zijn. Oneindig diep geluk kan men alleen vinden bij God en het is dan ook mijn bedoeling om te schouwen dat God ons oneindig geluk is en hoe de Kerk zegt dat wij Hem kunnen ervaren.
Het is jammer dat wij zo bemoeid zijn met onze dagelijkse beslommeringen dat wij heel weinig aan God denken. Wij denken wel veel over het geloof en de geboden en de Kerkleer, maar eigenlijk heel weinig over God. Wij denken misschien wel veel over theologie (wetenschap) maar niet genoeg theofilie (liefde). Uiteraard kan men God alleen leren kennen op je knieen, door ervaring.
Mijn blog is dan ook een poging om het mysterie van Gods liefde te verkondigen, zo ver ik dat kan doen.
Een moment van oneindig geluk is zo groot dat al het geluk op aarde meer een “ongeluk” schijnt te zijn. Oneindig diep geluk kan men alleen vinden bij God en het is dan ook mijn bedoeling om te schouwen dat God ons oneindig geluk is en hoe de Kerk zegt dat wij Hem kunnen ervaren.
Het is jammer dat wij zo bemoeid zijn met onze dagelijkse beslommeringen dat wij heel weinig aan God denken. Wij denken wel veel over het geloof en de geboden en de Kerkleer, maar eigenlijk heel weinig over God. Wij denken misschien wel veel over theologie (wetenschap) maar niet genoeg theofilie (liefde). Uiteraard kan men God alleen leren kennen op je knieen, door ervaring.
Mijn blog is dan ook een poging om het mysterie van Gods liefde te verkondigen, zo ver ik dat kan doen.
Mijn Bruidje
Van het boek Hij en Ik, van Gabrielle Bossis
Mijn Bruidje
Denk eens
Jouw Christus
Een levend Persoon
Heeft jou oneindig lief
Ik gaf mijn leven voor jou
Met oneindig groot verlangen
Wacht Ik voor het moment van onze ontmoeting
Ik leef in jouw wezen
Altijd daar
Altijd klaar
Mijn lievende Aanwezigheid
Is beter dan het leven
Bron van het geluk
Ik ben Eeuwige Schoonheid
Eeuwig Intellect
Oneindig zacht en barmhartig
Vraag Mij mijn schoonheid te tonen
Liefde stroomt van Mijn gezicht
Vol van bekoorlijkheid
Vertel mij dat je spijt hebt
Dat jij mij ooit hebt gewond
Door jouw zelf liefde
Heel weinig houdt jou weg van mij
Laat Mij het diepste van je ziel aanvlammen
Als Mijn ogen op jou rusten
Wil jij Mij iets zeggen
Geef Mij dan de balsam van jouw liefde
Dan zal Ik gelukkig zijn
Zoals een Bruidegom gelukkig is
Waneer Zijn bruid Hem lief heeft
Door haar woorden en doen
Ik zal jou de woorden geven
Want Ik ben Liefde
En Ik leef in jou
Ben voor Mij een geliefde gezel
Een aandachtige bruid
Maar nog veel meer
Jij
Die Ik wou hebben
Deze eeuw, deze tijd, dit moment, nu
En altijd
Mijn arm bruidje
Mijn Bruidje
Denk eens
Jouw Christus
Een levend Persoon
Heeft jou oneindig lief
Ik gaf mijn leven voor jou
Met oneindig groot verlangen
Wacht Ik voor het moment van onze ontmoeting
Ik leef in jouw wezen
Altijd daar
Altijd klaar
Mijn lievende Aanwezigheid
Is beter dan het leven
Bron van het geluk
Ik ben Eeuwige Schoonheid
Eeuwig Intellect
Oneindig zacht en barmhartig
Vraag Mij mijn schoonheid te tonen
Liefde stroomt van Mijn gezicht
Vol van bekoorlijkheid
Vertel mij dat je spijt hebt
Dat jij mij ooit hebt gewond
Door jouw zelf liefde
Heel weinig houdt jou weg van mij
Laat Mij het diepste van je ziel aanvlammen
Als Mijn ogen op jou rusten
Wil jij Mij iets zeggen
Geef Mij dan de balsam van jouw liefde
Dan zal Ik gelukkig zijn
Zoals een Bruidegom gelukkig is
Waneer Zijn bruid Hem lief heeft
Door haar woorden en doen
Ik zal jou de woorden geven
Want Ik ben Liefde
En Ik leef in jou
Ben voor Mij een geliefde gezel
Een aandachtige bruid
Maar nog veel meer
Jij
Die Ik wou hebben
Deze eeuw, deze tijd, dit moment, nu
En altijd
Mijn arm bruidje
Het Kruisteken
“In de naam van de Vader, en de Zoon en de Heilige Geest. Amen”
Het is een kenteken van de Katholieke Kerk en van een Katholiek Christen dat wij het kruisteken maken en zeggen als het begin van ieder gebed.
Het is een teken van ons geloof in God die een is (de Naam) maar die een Drie-Eenheid is, ons voorbeeld, het diepste mysterie van ons geloof.
Wij beginnen met ons hoofd te aanraken, het symbool van ons intelligentie, onze macht en daarom het beeld van de Schepper, de Vader.
Dan raken wij onze borst aan, het symbool van het lichaam, het hart, de wijsheid door wien de intelligentie kan werken, het symbool van de eeuwige wijsheid van de Zoon.
Dan raken wij beiden schouders aan omdat wij met onze armen en handen iemand kunnen omarmen, het symbool van liefde, dus de Heilige Geest.
Dus zeggen wij, in de naam van de macht van de Vader, de wijsheid van de Zoon en de liefde van de Heilige Geest.
Macht zonder wijsheid is verschrikkelijk. Wijsheid zonder macht is frustreerend.. Macht en wijsheid zonder liefde is ontzettend. Maar macht met wijsheid en liefde is volmaaktheid en geluk, de Heilige Drie-Eenheid.
Wij zien de volmaakte Mens op het kruis, Zijn hoofd gebogen, zijn hart gebroken en zijn armen open.
Macht ontmachtigd, wijsheid bespot, liefde gekruisigd
Amen, zo is het, bevestigen wij. Het volmaakte Amen was eerst gesproken door Maria, voor ons, in haar FIAT. Dus met haar zeggen wij haar kinderen, Amen.
Het is een kenteken van de Katholieke Kerk en van een Katholiek Christen dat wij het kruisteken maken en zeggen als het begin van ieder gebed.
Het is een teken van ons geloof in God die een is (de Naam) maar die een Drie-Eenheid is, ons voorbeeld, het diepste mysterie van ons geloof.
Wij beginnen met ons hoofd te aanraken, het symbool van ons intelligentie, onze macht en daarom het beeld van de Schepper, de Vader.
Dan raken wij onze borst aan, het symbool van het lichaam, het hart, de wijsheid door wien de intelligentie kan werken, het symbool van de eeuwige wijsheid van de Zoon.
Dan raken wij beiden schouders aan omdat wij met onze armen en handen iemand kunnen omarmen, het symbool van liefde, dus de Heilige Geest.
Dus zeggen wij, in de naam van de macht van de Vader, de wijsheid van de Zoon en de liefde van de Heilige Geest.
Macht zonder wijsheid is verschrikkelijk. Wijsheid zonder macht is frustreerend.. Macht en wijsheid zonder liefde is ontzettend. Maar macht met wijsheid en liefde is volmaaktheid en geluk, de Heilige Drie-Eenheid.
Wij zien de volmaakte Mens op het kruis, Zijn hoofd gebogen, zijn hart gebroken en zijn armen open.
Macht ontmachtigd, wijsheid bespot, liefde gekruisigd
Amen, zo is het, bevestigen wij. Het volmaakte Amen was eerst gesproken door Maria, voor ons, in haar FIAT. Dus met haar zeggen wij haar kinderen, Amen.
Hij en IK
Hij en Ik is de naam van een buitengewoon boekje over het geestelijke leven van gabrielle Bossis. Zij was een Franse vrouw die geboren was in Nantes in 1874 en stierf in 1950, op 76 jarige leeftijd.. Zij kwam van een rijke familie en hoefde nooit te werken, hoewel zij wel een opleiding kreeg als verpleegster. Als een kind voelde zij zich al getrokken tot stil gebed, maar op dezelfde tijd was zij een heel actieve vrouw, die veel vrienden had wegens haar vrolijk en uitgaande karakter.
Toen haar biechtvader haar diep gebedsleven leerde kennen, was hij er van overtuigd dat zij een roeping tot het klooster had, maar zij zelf was er van overtuigd dat haar roeping in de wereld was. Dezelfde overtuiging maakte het haar duidelijk dat zij de vele huwlijksvoorstellen die zij kreeg moest weigeren.
In haar vroege gebedsleven kreeg zij soms, maar heel zelden, een mysterieuze stem te horen die zij dacht de stem van Christus was, hoewel zij zich daar niet zeker van voelde. Het was niet totdat zij 62 was, 14 jaren voor haar dood, dat zij die stem regelmatig begon te ervaren, eerst een paar zinnen, maar later uiterst diepe gesprekken van intieme liefde.
Het eerste boek van die gesprekken kwam uit anonym in 1948, twee jaar voor haar dood en niemand wist wie de auteur was. Dat kwam pas uit, tot de grootste verbazing van haar vrienden, na haar dood, toen in het voorwoord aan de tweede publicatie , de bekende geestelijke schrijver Daniel Rops haar identiteit openbaarde.
Wordt vervolgd
Toen haar biechtvader haar diep gebedsleven leerde kennen, was hij er van overtuigd dat zij een roeping tot het klooster had, maar zij zelf was er van overtuigd dat haar roeping in de wereld was. Dezelfde overtuiging maakte het haar duidelijk dat zij de vele huwlijksvoorstellen die zij kreeg moest weigeren.
In haar vroege gebedsleven kreeg zij soms, maar heel zelden, een mysterieuze stem te horen die zij dacht de stem van Christus was, hoewel zij zich daar niet zeker van voelde. Het was niet totdat zij 62 was, 14 jaren voor haar dood, dat zij die stem regelmatig begon te ervaren, eerst een paar zinnen, maar later uiterst diepe gesprekken van intieme liefde.
Het eerste boek van die gesprekken kwam uit anonym in 1948, twee jaar voor haar dood en niemand wist wie de auteur was. Dat kwam pas uit, tot de grootste verbazing van haar vrienden, na haar dood, toen in het voorwoord aan de tweede publicatie , de bekende geestelijke schrijver Daniel Rops haar identiteit openbaarde.
Wordt vervolgd
Subscribe to:
Posts (Atom)